En de HEERE zal een Hoog Vertrek zijn voor de verdrukte, een Hoog Vertrek in tijden van benauwdheid. En die Uw Naam kennen, zullen op U vertrouwen, omdat Gij, HEERE, niet hebt verlaten degenen die U zoeken.
Psalm 9:10-11
Als we ooit tijden hebben ondervonden waarin de ziel in benauwdheid verkeerde (en we moeten zelf uitmaken of dat het geval is), namen we onze toevlucht tot de Heere. Er is geen ander naar wie we toe kunnen gaan. We kunnen elke arm behalve de Zijne proberen, we kunnen elke kant uitkijken, behalve de goede, en we kunnen op elke staf leunen behalve op de ware. Maar vroeg of laat zullen we hierop uitkomen, dat niemand anders dan de Heere God Almachtig, Die hemel en aarde heeft geschapen, Die onze ziel en ons lichaam heeft gemaakt, Die ons heeft behouden en behoed tot het huidige moment, Die aan ons bed staat en langs ons pad, en altijd op ons let, en Die Zijn geliefde Zoon heeft gezonden als offer voor de zonde — dat niemand anders dan deze eeuwige Schepper, Behouder en Verlosser, Die hemel en aarde heeft gemaakt en in stand houdt, vrede, vergeving en troost tot ons hart kan spreken.
Maar u zult hebben opgemerkt dat in de tekst wordt gesproken van „tijden van benauwdheid”. De tekst omschrijft gelukkig niet wat deze tijden zijn, hoeveel en hoelang ze duren. Ook wordt niet beschreven wat die benauwdheid zal zijn. Wat voor benauwdheid een kind van God ook overkomt, het is een „tijd van benauwdheid”. En hoelang of hoe kort die ook duurt, het blijft een „tijd van benauwdheid”.
En in deze tijden van benauwdheid zal de Heere zijn Hoog Vertrek, zijn Toevlucht zijn. Maar hoe heerlijk is het dat we in deze tijden van benauwdheid een God hebben naar Wie we toe kunnen gaan; dat we ervaren dat er eeuwigdurende armen zijn om op te leunen, dat er een genadig oor is waarin we onze klachten kunnen uitstorten, dat er een hart is, een medelevend hart, in de borst van de Heere des levens en der heerlijkheid, dat met ons te doen heeft; te weten dat er een hand is die verlichting brengt, en soms verlichting van die almachtige en genadige hand te ervaren!
Lezen: Psalm 9
Aan de lezer…
Hoe dikwijls komt een ziel in tijden van benauwdheid! Misschien verkeert u daar thans in. Hebt u ook al elke arm geprobeerd behalve de Zijne, en op elke staf geleund behalve op de ware? Dan weet u hoe weinig zij u konden geven. Schaam u er niet voor dat het u zo is gegaan; het is de weg die velen van Gods kinderen gegaan zijn, totdat zij hierop uitkwamen dat niemand anders dan de Heere vrede, vergeving en troost tot het hart kan spreken.
De tekst zegt niet hoelang uw benauwdheid duren zal, maar wel dat de Heere in zulke tijden een Hoog Vertrek is voor de verdrukte. Er is een genadig oor waarin u uw klachten mag uitstorten, en een medelevend hart dat met u te doen heeft. Zoek Hem dan, ook al ziet u nog geen uitkomst, want Hij heeft niet verlaten degenen die Hem zoeken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En de HEERE zal een Hoog Vertrek zijn voor de verdrukte, een Hoog Vertrek in tijden van benauwdheid. En die Uw Naam kennen, zullen op U vertrouwen, omdat Gij, HEERE, niet hebt verlaten degenen die U zoeken.
Psalm 9:10-11
Als we ooit tijden hebben gekend waarin de ziel in benauwdheid verkeerde (en dat moeten we zelf beoordelen), dan namen we onze toevlucht tot de Heere. Er is geen ander naar wie we toe kunnen gaan. We kunnen elke arm proberen behalve de Zijne, we kunnen alle kanten uitkijken behalve de goede, en we kunnen op elke staf leunen behalve op de ware. Maar vroeg of laat komen we hierop uit: niemand anders dan de Heere God Almachtig kan vrede, vergeving en troost tot ons hart spreken. Hij heeft hemel en aarde geschapen, Hij heeft onze ziel en ons lichaam gemaakt, Hij heeft ons tot op dit moment bewaard en behoed, Hij staat aan ons bed en langs ons pad en let altijd op ons, en Hij heeft Zijn geliefde Zoon gezonden als offer voor de zonde. Niemand anders dan deze eeuwige Schepper, Behouder en Verlosser, Die hemel en aarde heeft gemaakt en in stand houdt, kan dat.
Maar u zult hebben opgemerkt dat de tekst spreekt van „tijden van benauwdheid”. Gelukkig omschrijft de tekst niet wat die tijden zijn, hoeveel het er zijn en hoelang ze duren. Ook wordt niet beschreven wat die benauwdheid zal zijn. Welke benauwdheid een kind van God ook overkomt, het is een „tijd van benauwdheid”. En hoe lang of hoe kort die ook duurt, het blijft een „tijd van benauwdheid”.
In deze tijden van benauwdheid zal de Heere zijn Hoog Vertrek, zijn Toevlucht zijn. Hoe heerlijk is het dat we in zulke tijden een God hebben naar Wie we toe kunnen gaan! Hoe heerlijk te ervaren dat er eeuwige armen zijn om op te leunen, dat er een genadig oor is waarin we onze klachten kunnen uitstorten, en dat er in de borst van de Heere des levens en der heerlijkheid een hart is, een medelevend hart, dat met ons te doen heeft. Hoe heerlijk te weten dat er een hand is die verlichting brengt, en soms verlichting van die almachtige en genadige hand te ervaren!
Lezen: Psalm 9
Aan de lezer…
Hoe vaak komt een ziel in tijden van benauwdheid! Misschien verkeert u daar nu in. Hebt u ook al elke arm geprobeerd behalve de Zijne, en op elke staf geleund behalve op de ware? Dan weet u hoe weinig die u konden geven. Schaam u er niet voor dat het u zo is gegaan; het is de weg die veel kinderen van God gegaan zijn, totdat zij erop uitkwamen dat niemand anders dan de Heere vrede, vergeving en troost tot het hart kan spreken.
De tekst zegt niet hoelang uw benauwdheid zal duren, maar wel dat de Heere in zulke tijden een Hoog Vertrek is voor de verdrukte. Er is een genadig oor waarin u uw klachten mag uitstorten, en een medelevend hart dat met u te doen heeft. Zoek Hem dan, ook al ziet u nog geen uitkomst, want Hij heeft niet verlaten degenen die Hem zoeken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
The LORD also will be a refuge for the oppressed, a refuge in times of trouble. And they that know Thy Name will put their trust in Thee: for Thou, LORD, hast not forsaken them that seek Thee.
Psalm 9:9-10
If we have ever known times when the soul was in trouble (and of that we must judge for ourselves), then we fled for refuge to the Lord. There is no other to whom we can go. We may try every arm but His, we may look every way but the right one, and we may lean on every staff but the true. But sooner or later we come to this: none but the Lord God Almighty can speak peace, pardon and comfort to our hearts. He created heaven and earth, He made our soul and body, He has kept and preserved us to this very moment, He stands by our bed and by our path and ever watches over us, and He sent His beloved Son as a sacrifice for sin.
None but this eternal Creator, Preserver and Redeemer, Who made and upholds heaven and earth, can do it.
But you will have noticed that the text speaks of “times of trouble.” Happily the text does not describe what those times are, how many there are, or how long they last. Nor does it describe what that trouble will be. Whatever trouble befalls a child of God, it is a “time of trouble.” And however long or short it lasts, it is still a “time of trouble.”
In these times of trouble the Lord will be his high tower, his Refuge. How blessed it is that in such times we have a God to Whom we can go! How blessed to feel that there are everlasting arms to lean upon, that there is a gracious ear into which we may pour our complaints, and that in the bosom of the Lord of life and glory there is a heart, a sympathising heart, that feels for us. How blessed to know that there is a hand which brings relief, and sometimes to feel relief from that almighty and gracious hand!
Reading: Psalm 9
To the reader…
How often a soul comes into times of trouble! Perhaps you are in such a time now. Have you, too, tried every arm but His, and leaned on every staff but the true one? Then you know how little they could give you. Do not be ashamed that it went so with you; it is the way many children of God have gone, until they came to this: that none but the Lord can speak peace, pardon and comfort to the heart.
The text does not say how long your trouble will last, but it does say that in such times the Lord is a refuge for the oppressed. There is a gracious ear into which you may pour out your complaints, and a sympathising heart that feels for you. Seek Him, then, even though you see no way out as yet, for He has not forsaken them that seek Him.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y será Jehová refugio al pobre, refugio para el tiempo de angustia. Y en Ti confiarán los que conocen Tu Nombre; por cuanto Tú, oh Jehová, no desamparaste a los que Te buscaron.
Salmo 9:9-10
Si alguna vez hemos conocido tiempos en que el alma estaba en angustia (y de eso debemos juzgar nosotros mismos), entonces nos refugiamos en el Señor. No hay otro a quien podamos ir. Podemos probar todo brazo excepto el Suyo, podemos mirar en todas direcciones excepto en la correcta, y podemos apoyarnos en todo bastón excepto en el verdadero. Pero tarde o temprano llegamos a esto: nadie sino el Señor Dios Todopoderoso puede hablar paz, perdón y consuelo a nuestro corazón. Él creó los cielos y la tierra, Él hizo nuestra alma y nuestro cuerpo, Él nos ha guardado y preservado hasta este mismo momento, Él está junto a nuestro lecho y junto a nuestro camino y siempre vela sobre nosotros, y Él envió a Su Hijo amado como sacrificio por el pecado.
Nadie sino este eterno Creador, Preservador y Redentor, que hizo y sostiene los cielos y la tierra, puede hacerlo.
Pero habrá notado que el texto habla de “el tiempo de angustia”. Felizmente el texto no describe cuáles son esos tiempos, cuántos hay ni cuánto duran. Tampoco describe cuál será esa angustia. Cualquiera que sea la angustia que sobrevenga a un hijo de Dios, es un “tiempo de angustia”. Y dure lo que dure, mucho o poco, sigue siendo un “tiempo de angustia”.
En estos tiempos de angustia el Señor será su alta torre, su Refugio. ¡Qué bendición es tener en tales tiempos un Dios a Quien podemos ir! ¡Qué bendición sentir que hay brazos eternos en los que apoyarse, que hay un oído misericordioso en el que podemos derramar nuestras quejas, y que en el seno del Señor de la vida y de la gloria hay un corazón, un corazón compasivo, que se conduele de nosotros! ¡Qué bendición saber que hay una mano que trae alivio, y a veces sentir alivio de esa mano todopoderosa y misericordiosa!
Lectura: Salmo 9
Al lector…
¡Cuántas veces entra un alma en tiempos de angustia! Quizá esté usted ahora en un tiempo así. ¿Ha probado usted también todo brazo excepto el Suyo, y se ha apoyado en todo bastón excepto en el verdadero? Entonces sabe cuán poco pudieron darle. No se avergüence de que le haya ido así; es el camino que muchos hijos de Dios han recorrido, hasta que llegaron a esto: que nadie sino el Señor puede hablar paz, perdón y consuelo al corazón.
El texto no dice cuánto durará su angustia, pero sí dice que en tales tiempos el Señor es refugio al pobre. Hay un oído misericordioso en el que puede derramar sus quejas, y un corazón compasivo que se conduele de usted. Búsquele, pues, aunque todavía no vea salida, porque Él no desamparó a los que Le buscaron.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl