August 1
Want de wet des Geestes des levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods.
Romeinen 8:2
Wij zijn èn van nature èn door de daad slaven der zonde en van de Satan. Wij zijn het wild waarop de vorst van de macht der lucht jacht maakt, en die ons naar zijn wil gevangen neemt. Wij worden overheerst door tal van boze lusten; of, zijn wij vrij van grove zonden, toch zijn wij de slaven van trotsheid, begeerlijkheid of eigengerechtigheid. Misschien is er een afgodsbeeld in de kamers onzer verbeelding opgericht, dat de gehele inwendige mens bezoedelt; of onze voet verwart zich in een der strikken door de Satan gespannen, en zijn wij slaaf geworden, zonder de kracht te hebben ons aan zijn wrede slavernij te ontrukken. Wij zuchten eronder, gelijk de kinderen Israëls onder hun last, maar kunnen, evenals zij, ons niet bevrijden.
Maar vroeger of later komt de Waarheid ons te hulp; de Waarheid, die in Christus Jezus is, snelt toe tot de verlossing van de verdrukte kinderen Gods; de goede Geest baant de weg en bezegelt haar met Goddelijke kracht aan de ziel. Als zij dan onder Zijn gezegende invloed de Waarheid geloven en haar macht en invloed in hun hart gevoelen, dan wordt er een vrijmakende invloed medegedeeld; hun boeien en banden worden losgemaakt; de dienstbaarheid aan de zonde en de Satan, en de macht en de kracht van het boze worden merkbaar verbroken, en een mate van heilige vrijheid wordt genoten.
Er is geen ander middel om van de slavernij der wet verlost te worden dan door toepassing van het Evangelie, en door te geloven wat het Evangelie openbaart. Wanneer dan de Waarheid tot het harte komt als het Woord van de levende God Zelf, dan komt daarmee de kracht om te geloven; het geloof wordt dan opgewekt om de getuigenis te erkennen. En als het geloof de Waarheid Gods begint te erkennen en haar in hoop en liefde ontvangt, dan heeft er merkbare losmaking der banden plaats, en dan vallen de boeien en ketenen als vanzelf af. Het gaat met de ziel gelijk het met Petrus in de gevangenis ging: toen de engel kwam, en een licht scheen in de gevangenis, en de woorden des engels zijn oren troffen, „vielen de ketenen af van zijn handen.” Toen was er niets meer dat hem de uitgang versperde; want „de ijzeren poort, die naar de stad leidt, ging hun van zelve open.” Welke ketenen of boeien de ziel dan ook gevangen houden, laat de engel der barmhartigheid maar komen; laat de boodschap der zaligheid geopenbaard worden, en de ketenen des ongeloofs vallen af, de ijzeren poort der hardheid wijkt, en de Waarheid maakt de ziel heerlijk vrij (Joh. 8:32).
Als mij geen hulp of uitkomst bleek,
wanneer mijn geest in mij bezweek
en overstelpt was door ellend’,
hebt Gij, o Heer, mijn pad gekend.
Ps. 142:2
Aan de lezer…
Hoe zwaar is het te zuchten onder een last die u niet van u kunt werpen! Misschien zijn het geen grove zonden die u binden, maar trotsheid, begeerlijkheid of eigengerechtigheid, of een afgod in de verborgen kamers van uw hart. U hebt geworsteld en voornemens gemaakt, en toch bleven de boeien knellen. Wees eerlijk: u kunt uzelf niet bevrijden, zomin als de kinderen Israëls zichzelf konden verlossen.
Maar de wet des Geestes des levens in Christus Jezus is sterker dan de wet der zonde en des doods. Vroeg of laat komt de Waarheid de verdrukte ziel te hulp, en Hij, de goede Geest, baant de weg. Zoek uw vrijheid dan niet in eigen inspanning, maar in het geloven van wat het Evangelie openbaart. Wanneer het Woord met kracht tot uw hart komt, vallen de ketenen af als vanzelf, en zult u ervaren dat de Heere uw pad gekend heeft, juist toen uw geest in u bezweek.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want de wet des Geestes des levens in Christus Jezus heeft mij vrijgemaakt van de wet der zonde en des doods.
Romeinen 8:2
We zijn zowel van nature als door onze daden slaven van de zonde en van de satan. We zijn het wild waarop de overste van de macht van de lucht jaagt, en die ons naar zijn wil gevangenneemt. We worden overheerst door allerlei boze lusten. Of, als we vrij zijn van grove zonden, dan zijn we toch slaven van hoogmoed, begeerlijkheid of eigengerechtigheid. Misschien is er een afgodsbeeld opgericht in de kamers van onze verbeelding, dat de hele innerlijke mens bezoedelt. Of onze voet raakt verward in een van de strikken die de satan gespannen heeft, en we zijn slaaf geworden, zonder de kracht om ons aan zijn wrede slavernij te ontrukken. We zuchten eronder, zoals de kinderen Israëls onder hun last, maar we kunnen ons, net als zij, niet bevrijden.
Maar vroeg of laat komt de Waarheid ons te hulp. De Waarheid die in Christus Jezus is, snelt toe om de verdrukte kinderen van God te verlossen; de goede Geest baant de weg en bezegelt haar met goddelijke kracht aan de ziel. Wanneer zij dan onder Zijn gezegende invloed de Waarheid geloven en haar macht en invloed in hun hart voelen, dan wordt er een vrijmakende invloed meegedeeld. Hun boeien en banden worden losgemaakt. De dienstbaarheid aan de zonde en de satan, en de macht en de kracht van het kwaad worden merkbaar verbroken, en er wordt een mate van heilige vrijheid genoten.
Er is geen ander middel om van de slavernij van de wet verlost te worden dan de toepassing van het Evangelie en het geloven van wat het Evangelie openbaart. Wanneer de Waarheid dan in het hart komt als het Woord van de levende God Zelf, dan komt daarmee de kracht om te geloven; het geloof wordt dan opgewekt om het getuigenis te erkennen. En wanneer het geloof de Waarheid van God begint te erkennen en haar in hoop en liefde ontvangt, dan worden de banden merkbaar losgemaakt, en dan vallen de boeien en ketenen als vanzelf af. Het gaat met de ziel zoals het met Petrus in de gevangenis ging. Toen de engel kwam, er een licht scheen in de gevangenis en de woorden van de engel zijn oren bereikten, „vielen de ketenen af van zijn handen.” Toen was er niets meer dat hem de uitgang versperde, want „de ijzeren poort, die naar de stad leidt,” ging „van zelve hun open.” Zo is het ook nu: welke ketenen of boeien de ziel ook vasthouden, laat de engel van de barmhartigheid maar komen, laat de boodschap van de zaligheid maar geopenbaard worden – dan vallen de ketenen van het ongeloof af, wijkt de ijzeren poort van de hardheid, en maakt de Waarheid de ziel heerlijk vrij (Joh. 8:32).
Als mij geen hulp of uitkomst bleek,
wanneer mijn geest in mij bezweek
en overstelpt was door ellend’,
hebt Gij, o Heer, mijn pad gekend.
Ps. 142:2
Aan de lezer…
Hoe zwaar is het te zuchten onder een last die u niet van u af kunt werpen! Misschien zijn het geen grove zonden die u binden, maar hoogmoed, begeerlijkheid of eigengerechtigheid, of een afgod in de verborgen kamers van uw hart. U hebt geworsteld en voornemens gemaakt, en toch bleven de boeien knellen. Wees eerlijk: u kunt uzelf niet bevrijden, net zomin als de kinderen Israëls zichzelf konden verlossen.
Maar de wet des Geestes des levens in Christus Jezus is sterker dan de wet der zonde en des doods. Vroeg of laat komt de Waarheid de verdrukte ziel te hulp, en Hij, de goede Geest, baant de weg. Zoek uw vrijheid dan niet in eigen inspanning, maar in het geloven van wat het Evangelie openbaart. Wanneer het Woord met kracht in uw hart komt, vallen de ketenen als vanzelf af, en zult u ervaren dat de Heere uw pad gekend heeft, juist toen uw geest in u bezweek.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For the law of the Spirit of life in Christ Jesus hath made me free from the law of sin and death.
Romans 8:2
We by nature and practice are slaves to sin and Satan. We are the sport of the prince of the power of the air, who takes us captive at his will. We are held down also by many hurtful lusts; or, if free from gross sin, are slaves to pride, covetousness, or self-righteousness. Perhaps some idol is set up in the chambers of imagery which defiles all the inner man; or some snare of Satan entangles our feet, and we are slaves, without power to liberate ourselves from this cruel slavery. We groan under it, as the children of Israel under their burdens, but, like them, cannot deliver ourselves.
But sooner or later the truth comes to our aid; the truth as it is in Jesus flies to the rescue of God’s oppressed family; the blessed Spirit opens it up and seals it upon the heart with a divine power. As, then, under His gracious influences they believe the truth, and feel its power and savor in their heart, a liberating influence is communicated; their fetters and shackles are loosened; the bondage of sin and Satan, and the power and strength of evil are sensibly broken, and a measure of holy freedom is enjoyed. There is no other way of getting from under the bondage of the law but by the application of the gospel, and by believing what the gospel reveals.
As the truth, then, comes to the heart as the very word of the living God, power comes with it to believe; faith is raised up to credit the testimony; and as faith begins to credit the truth of God and receive it in hope and love, there is a sensible loosening of the bonds; and then the chains and fetters drop off of themselves. It is with the soul as it was with Peter in prison—when the angel came, and a light shined in the prison, and the angel’s words fell upon his ears, “the chains fell from off his hands.” There remained nothing then to bar his exit; for “the iron gate that leads unto the city opened to them of its own accord.” So whatever chains or fetters may hold the soul, let the angel of mercy come; let the message of salvation be revealed, the chains of unbelief drop off, the iron gate of hardness gives way, and the truth makes the soul blessedly free (John 8:32).
To the reader…
How heavy it is to groan under a burden you cannot throw off! Perhaps it is not gross sins that bind you, but pride, covetousness or self-righteousness, or an idol in the hidden chambers of your heart. You have struggled and made resolutions, and still the fetters pinched. Be honest: you cannot set yourself free, any more than the children of Israel could deliver themselves.
But the law of the Spirit of life in Christ Jesus is stronger than the law of sin and death. Sooner or later the Truth comes to the help of the oppressed soul, and He, the good Spirit, makes the way. So do not seek your freedom in your own efforts, but in believing what the gospel reveals. When the Word comes with power into your heart, the chains fall off as of themselves, and you will find that the Lord knew your path, even when your spirit was overwhelmed within you.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Porque la ley del Espíritu de vida en Cristo Jesús me ha librado de la ley del pecado y de la muerte.
Romanos 8:2
Por naturaleza y por práctica somos esclavos del pecado y de Satanás. Somos el juguete del príncipe de la potestad del aire, que nos tiene cautivos a su voluntad. Estamos sujetos también por muchas codicias dañosas; o, si estamos libres de pecados groseros, somos esclavos del orgullo, de la avaricia o de la justicia propia. Quizá algún ídolo esté erigido en las cámaras de las imágenes, que contamina todo el hombre interior; o algún lazo de Satanás enreda nuestros pies, y somos esclavos, sin poder para librarnos de esta cruel esclavitud. Gemimos bajo ella, como los hijos de Israel bajo sus cargas, pero, como ellos, no podemos librarnos a nosotros mismos.
Pero tarde o temprano la verdad viene en nuestra ayuda; la verdad como está en Jesús acude al rescate de la familia oprimida de Dios; el bendito Espíritu la abre y la sella en el corazón con un poder divino. Entonces, cuando bajo Sus influencias de gracia creen la verdad y sienten su poder y su sabor en el corazón, se comunica una influencia liberadora; sus grillos y cadenas se aflojan; la servidumbre del pecado y de Satanás, y el poder y la fuerza del mal, son quebrantados de manera sensible, y se goza de una medida de santa libertad. No hay otro modo de salir de bajo la servidumbre de la ley sino por la aplicación del evangelio, y creyendo lo que el evangelio revela.
Así, cuando la verdad llega al corazón como la palabra misma del Dios vivo, viene con ella poder para creer; la fe es levantada para dar crédito al testimonio; y cuando la fe comienza a dar crédito a la verdad de Dios y a recibirla con esperanza y amor, hay un aflojamiento sensible de las ataduras; y entonces las cadenas y grillos caen por sí mismos. Sucede con el alma como sucedió con Pedro en la cárcel: cuando vino el ángel, y una luz resplandeció en la cárcel, y las palabras del ángel llegaron a sus oídos, “las cadenas se le cayeron de las manos”. Nada quedaba entonces que le impidiera salir, porque “la puerta de hierro que va a la ciudad se les abrió de suyo”. Así, cualesquiera cadenas o grillos que tengan sujeta al alma, venga el ángel de la misericordia; sea revelado el mensaje de salvación, y las cadenas de la incredulidad caen, la puerta de hierro de la dureza cede, y la verdad hace al alma bienaventuradamente libre (Juan 8:32).
Al lector…
¡Qué pesado es gemir bajo una carga que no puede quitarse de encima! Quizá no sean pecados groseros los que le atan, sino el orgullo, la avaricia o la justicia propia, o un ídolo en las cámaras ocultas de su corazón. Ha luchado y ha hecho propósitos, y aun así los grillos le apretaban. Sea sincero: no puede librarse a sí mismo, como tampoco los hijos de Israel podían librarse a sí mismos.
Pero la ley del Espíritu de vida en Cristo Jesús es más fuerte que la ley del pecado y de la muerte. Tarde o temprano la Verdad acude en ayuda del alma oprimida, y Él, el buen Espíritu, abre el camino. No busque, pues, su libertad en sus propios esfuerzos, sino en creer lo que el evangelio revela. Cuando la Palabra llega con poder a su corazón, las cadenas caen como por sí mismas, y hallará que el Señor conocía su senda, aun cuando su espíritu desfallecía dentro de usted.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl