Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 2 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s vallei

22 maart

Vandaag

3 min. lezen

Uitverkoren naar de voorkennis van God de Vader.
1 Petrus 1:2

In de goddelijke huishouding gaat de voorkennis van de personen die uitverkoren zijn, aan de verkiezing vooraf. En die Hij tevoren gekend heeft, die heeft Hij ook tevoren verordineerd. Deze voorkennis was geen vooruitzien van hun geloof of liefde in de tijd, alsof dat de grond was waarop God hen zou uitverkiezen. Zij houdt in de eerste plaats die volmaakte kennis in die God van hen had en van alles wat hen betrof: van de afgrond van zonde en van de opstand, ongehoorzaamheid en goddeloosheid waaraan zij schuldig bevonden zouden worden voordat zij door genade geroepen werden. En ook van al hun smartelijke afdwalingen, overtredingen en vallen, met de snode beantwoording waarmee zij Hem Zijn goedheid en genade zouden vergelden, nadat Hij hun harten met Zijn vinger had aangeraakt.

En in de tweede plaats, en meer in het bijzonder, drukt zij Zijn welwillendheid en welbehagen uit, met die eeuwige liefde van God de Vader waarmee Hij hen tevoren kende: met een heilig welgevallen, een goddelijke genegenheid jegens hen en een heilig en onveranderlijk genoegen in hen, zoals zij gezien werden in Zijn geliefde Zoon, verkoren in Hem en aangenaam in de Geliefde. Zo is de verkiezing dus geen droge verkiezing van hen in Christus, als wij die uitdrukking met eerbied mogen gebruiken, maar een verkiezing van hen uit voorkennis, met een heilige goedkeuring, en van ieder van Zijn huisgezin persoonlijk. En hoezeer zij onderling ook mogen verschillen, zowel in natuurlijk als in geestelijk opzicht, toch was Zijn goedkeurende kennis van ieder van hen in Christus, overeenkomstig Zijn bepalende keuze.

Dit in de ziel te mogen beleven is zeer zoet en dierbaar. Wij kennen onszelf niet. Wij hebben misschien een beetje mogen zien van onze gevallen staat van nature, en wij kennen misschien iets van de snode boosheden die in ons gemoed werken en werkten. Wij hebben misschien enige schermutselingen of zelfs een hete strijd gehad met ons ongelovig, weerspannig en hoogmoedig hart. Maar wij kennen onszelf niet zoals God ons kent. En hoewel wij mogen uitroepen: „Doorgrond mij, o God! en ken mijn hart; beproef mij en ken mijn gedachten”, hoe oppervlakkig is meestal de kennis en ervaring van onszelf! Hoe weinig stellen wij onze zondigheid tegenover de heiligheid van God, of kijken wij in de diepten van onze natuur, zoals die naakt en geopend liggen voor de ogen van Hem met Wie wij te doen hebben.

Wanneer wij dan bedenken dat Hij, Die van den beginne wist wat wij ooit zouden zijn in de diepte van Adams val, ons ondanks dat door Zijn vast besluit in Zijn geliefde Zoon tot het eeuwige leven verkoos, wat moet ons dat dan opheffen uit al onze neerslachtigheid, waarin wij van tijd tot tijd raken door het zien en voelen van de zonde!

Aan de lezer…

Wat kan het u doen schrikken wanneer u soms zo’n blik krijgt in uw eigen hart, in uw ongeloof, hoogmoed en weerspannigheid, dat u zich afvraagt hoe God ooit iets met zo iemand te maken zou willen hebben! En zijn er afdwalingen en vallen in uw leven die u neerdrukken? Bedenk dan dat u uzelf nog maar oppervlakkig kent. God kent u veel dieper dan u uzelf ooit zult kennen. Hij wist van den beginne wat u in de diepte van Adams val zou zijn.

En toch, ondanks dit alles, verkoos Hij de Zijnen in Zijn geliefde Zoon tot het eeuwige leven. Zijn voorkennis was geen vooruitzien van hun goedheid, maar een kennen met heilig welgevallen en eeuwige liefde. Mag u daar iets van beleven, dan heft dat u op uit alle neerslachtigheid die het zien van de zonde u geeft. Niet omdat u beter bent dan u vreesde, maar omdat Hij u kende en u toch liefhad in de Geliefde.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl