Nieuw verschenenEen medelijdende Hogepriester en een troon der genadePreken · gisteren
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

365 dagen met Philpot

18 oktober

Evangelische voorschriften

Vandaag

3 min. lezen

Ik geloof, Heere! kom mijn ongelovigheid te hulp.
Markus 9:24

Er is een heel nauw verband tussen elke genade in de ziel en de geest van het gebed in het gemoed. Het leven van God in het hart van de gelovige daalt en stijgt, ebt weg en vloeit weer binnen, precies naar de mate waarin de Geest van genade en gebed binnenkomt en vertrekt, en geheel daarmee in overeenstemming. Geloof en gebed gaan hand in hand naar de troon en versterken elkaar terwijl ze naar de genadetroon gaan. Hoe meer de geest van het geloof in mij aanwezig is, des te meer is ook de geest van het gebed in mij aanwezig. Het geloof ziet de zegen, het gebed smeekt die te mogen genieten; het geloof geeft het gebed kracht om te vragen, en door het gebed wordt het geloof versterkt.

Door hun vereniging wordt de barmhartigheid persoonlijk bezit: „Alle dingen, die gij biddende begeert, gelooft, dat gij ze ontvangen zult, en zij zullen u geworden” (Mark. 11:24). Toen Mozes zijn hand ophief, had Israël de overhand; toen Mozes zijn hand liet zakken, had Amalek de overhand (Ex. 17:11). Maar deze geest van het geloof verflauwt gemakkelijk; zelfs Mozes, de man Gods, kon zijn hand niet lang genoeg opgeheven houden. Daarom hebben wij hopelijk de wijsheid en de barmhartigheid om de dingen te vermijden waarvan we uit vroegere ervaring weten dat ze het geloof verzwakken en het gebed in de weg staan.

Verstrikking in wereldse zaken, voor zover die niet strikt noodzakelijk is, is een van de zekerste belemmeringen voor het leven van God die op ons pad kan komen. Sommige kinderen van God worden zo door zaken of hun dagelijks werk in beslag genomen, dat ze noodzakelijkerwijs veel met de wereld te maken hebben. Maar dit is voor hen geen verleiding en geen zonde, zolang ze niet in de geest ervan verstrikt raken of erdoor bevangen worden. Jozef aan het hof van Farao, en Daniël als de eerste van de drie vorsten aan wie honderdtwintig stadhouders rekenschap gaven, handhaafden niet alleen hun wereldse positie, maar ook hun goddelijke genade.

Niet in de wereld zijn, maar van de wereld zijn: daarin schuilt het gevaar. Houd de wereld op gepaste afstand, en zij zal u geen kwaad doen; laat u door haar omhelzen, en u zult spoedig toegeven aan haar verleidelijke invloed.

Lezen: Daniël 1

Aan de lezer…

U die merkt dat uw gebed verflauwt en uw geloof zwak wordt, vraag u eens eerlijk af wat er tussen u en de genadetroon is gekomen. Geloof en gebed gaan hand in hand; verzwakt het een, dan lijdt het ander. Ook Mozes kon zijn handen niet lang genoeg opgeheven houden, en toen hij ze liet zakken, kreeg Amalek de overhand. Zo gaat het ook met u, wanneer de zorgen en bezigheden van deze wereld u omhelzen en uw hart in beslag nemen.

U hoeft daarom de wereld niet te ontvluchten; Jozef en Daniël stonden midden in haar drukte en bewaarden toch de genade. Maar houd haar op afstand, en laat haar geest uw hart niet bevangen. Zoek de stille plaats bij de troon weer op, en bid met de bekende bede: „Heere, kom mijn ongelovigheid te hulp.” Wat u biddend begeert en gelooft, zal u gegeven worden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl