Zij kunnen redeneren en twisten, preken en praten, spreken en schrijven, verstandig en goed over dit of dat leerstuk of over dit of dat gedeelte van de Schrift. Maar als de heilige waarheid van God niet door een goddelijke kracht aan ons hart bekend wordt gemaakt en door een levend geloof wordt gegrepen, dan hebben wij er geen ware kennis van, zoals wij er ook geen zaligmakend aandeel aan hebben.
Hoe waar zijn de woorden van de apostel: En zo iemand meent iets te weten, die heeft nog niets gekend, gelijk men behoort te kennen. (1 Korinthe 8:2) Denken dat wij iets weten en weten dat wij iets weten zijn twee zeer verschillende dingen. Wij moeten af van het denken en komen tot het weten. Dat kunnen wij nooit voordat de gezegende Geest de waarheid van God op ons hart en geweten verzegelt.
De Bijbel is duidelijk genoeg. De weg van de zaligheid staat op haar heilige bladzijden als met een lichtstraal geschreven. Elke waarheid die goed is voor de ziel of strekt tot eer van de Heere, staat zo in het geïnspireerde boek getekend dat zelfs wie voorbijrent het kan lezen. Dat verklaart de Heere Zelf: Al de redenen Mijns monds zijn in gerechtigheid; er is niets verdraaids, noch verkeerds in. Zij zijn alle recht voor dengene, die verstandig is, en rechtmatig voor degenen, die wetenschap vinden. (Spreuken 8:8-9)
Maar voordat wij deze woorden van waarheid en gerechtigheid tot heil van onze ziel kunnen lezen, moet de sluier van het ongeloof van ons hart worden weggenomen (2 Korinthe 3:14-16) zodat wij licht zien in Gods licht. Als een goddelijke hand ze niet openbreekt, liggen de waarheden van het evangelie op menig verstand als kluiten mergel op een akker. Zij belemmeren de akker en maken hem niet vruchtbaar. Of, om een Schriftuurlijker beeld te gebruiken: zij liggen als het zaad dat door de hand van de zaaier is gestrooid en op de harde, vastgetrapte weg blijft liggen tot de voet van de reiziger het tot stof vertrapt of de hongerige vogels van de lucht het opeten.
Wat voor goed doen de zuiverste, helderste en gezondste leerstukken ons, zelfs als een apostel ze predikt? Niets, als dat levende beginsel van goddelijk geloof in ons hart ontbreekt dat zich met het woord vermengt en zo de ziel tot nut is. Het ontbreken daarvan was het verderf van die oude ongelovigen die het manna aten en uit de rots dronken, maar wier lijken in de woestijn vielen: Want ook ons is het Evangelie verkondigd, gelijk als hun; maar het woord der prediking deed hun geen nut, dewijl het met het geloof niet gemengd was in degenen, die het gehoord hebben. (Hebreeën 4:2)
Wij hebben het goddelijke evangelie van Johannes in handen. Wij lezen het zesde hoofdstuk met verwondering en bewondering en soms met enig gevoel en smaak. Terwijl wij lezen zien wij genade en waarheid op elke regel van die heilige rede gestempeld. Daarin spreekt de Heere met zo’n plechtig gewicht en zo’n kracht over het eten van Zijn vlees en het drinken van Zijn bloed.
Maar welk effect had deze heilige rede? Voor ons is zij de volmaaktheid van geestelijke en bevindelijke waarheid. Zij is vervuld van zo’n geest van heiligheid en zo gewichtig en plechtig dat leven of dood aan elk woord lijkt te hangen. Welk effect hadden deze woorden van Hem Die niet kan liegen dan op hen die ze van Zijn genadige lippen hoorden vallen? Wekten ze hen op, maakten ze hen levend, deden ze hen opnieuw geboren worden, zaligden of heiligden ze hen? Verre van dat! De Heere vond het niet goed ze door Zijn Heilige Geest op hun geweten toe te passen, en zo wekten ze alleen hun opstandigheid en ongeloof op. Hun enige antwoord op die hemelse taal was: Hoe kan ons deze Zijn vlees te eten geven?
Wij zien dus dat het niet de waarheid is die de ziel kan redden, hoe zuiver en helder ook en zelfs als zij uit de lippen van de Verlosser Zelf komt. Zij redt niet tenzij zij door de bijzondere kracht van God op het hart wordt toegepast. Dat toonde de Heere duidelijk in de gelijkenis van de zaaier. Het zaad was hetzelfde, maar de grond verschilde. Alleen wat in goede aarde viel, bracht vrucht voort: sommige honderdvoud, sommige zestigvoud en sommige dertigvoud.
Wie de zaaier ook is, alleen wanneer het zaad van de goddelijke waarheid in de gebroken grond van een goed en oprecht hart valt, dat door genade zo gemaakt is, slaat het die vaste en diepe wortel naar beneden. Daardoor kan het ontkiemen en groeien en naar boven vrucht dragen tot lof en eer van God.
Maar wanneer de waarheid van God door goddelijk onderwijs en goddelijke getuigenis aan het hart bekend wordt gemaakt, wat een heilige zoetheid en hemelse smaak worden daarin dan geproefd, gevoeld en ervaren! Wanneer de ziel de gunst heeft neer te zitten in de schaduw van haar Beminde en Zijn vrucht zoet te vinden voor haar gehemelte, zegt zij met Jeremia: Als Uw woorden gevonden zijn, zo heb ik ze opgegeten, en Uw woord is mij geweest tot vreugde en tot blijdschap mijns harten. (Jeremia 15:16)
Het onuitsprekelijke geheimenis van een drie-enige Jehova; de wezenlijke Godheid en het eeuwige Zoonschap van de Heere Jezus; de smarten en het lijden van Zijn angstige mensheid in de dagen van Zijn vlees; de onuitsprekelijke heerlijkheid van Zijn goddelijke Persoon als Immanuël, God met ons, aan de rechterhand van de Vader; de kracht van Zijn verzoenende bloed;
de schoonheid en zaligheid van Zijn volkomen vlekkeloze gerechtigheid; de zoetheid van Zijn stervende liefde die alle kennis te boven gaat; de volheid van genade die in Hem woont als het verbondshoofd van de gemeente; de vastheid van het eeuwige verbond, dat in alles wel geordineerd en bewaard is; de onwrikbaarheid van de beloften; de heiligheid van de geboden; de kracht van het voorbeeld van Jezus; de steun van Zijn tegenwoordigheid; het fluisteren van Zijn stem; de medelijdende ontferming van Zijn tedere hart.
Hoe kunnen deze gezegende werkelijkheden in ons binnengaan, of wij in hen, zonder dat de zalving van de Heilige Geest op hen rust en hen bedauwt en door hen op ons rust en ons bedauwt? Juist in de bevindelijke verwerkelijking van deze werkelijkheden bestaan vooral het leven en de kracht van de godzaligheid.
Het is niet alleen volkomen nutteloos maar ook hoogst gevaarlijk onszelf of anderen wijs te maken in de letter van de waarheid, terwijl het hart de kracht ervan volkomen mist. Kant en linnen rond het gezicht van een lijk geven geen leven en behoeden niet voor ontbinding. De gezondste leerstukken kunnen tot lijkwaden voor de doden worden gemaakt, maar Lazarus, kom uit! wordt er misschien nooit tegen gesproken door de stem van Hem Die de Opstanding en het Leven is.
Laten wij ons dus wachten voor ongeheiligde kennis en niet toegepaste waarheid. Want zulke kennis maakt opgeblazen, en goed mogen onze oren tuiten bij de plechtige waarschuwing van de apostel: Al ware het, dat ik de talen der mensen en der engelen sprak, en de liefde niet had, zo ware ik een klinkend metaal, of luidende schel geworden. En al ware het dat ik de gave der profetie had, en wist al de verborgenheden en al de wetenschap; en al ware het, dat ik al het geloof had, zodat ik bergen verzette, en de liefde niet had, zo ware ik niets. (1 Korinthe 13:1-2)
Als wij enige innerlijke getuigenis hebben dat wij God mogen vrezen, enig geloof in Zijn dierbare Zoon en enig besef van onze zondigheid en onwetendheid, dan moet ons ernstige en onophoudelijke verlangen zijn door God Zelf in de waarheid van God te worden geleid. Ontdek mijn ogen, dat ik aanschouwe de wonderen van Uw wet; Leid mij in Uw waarheid, en leer mij; U verwacht ik den ganse dag; wat ik niet weet, leer Gij mij; geef mij verstand en ik zal leven. Zulke en soortgelijke smeekbeden moeten voortdurend uit ons hart en van onze lippen opstijgen. Zij moeten opklimmen naar de hoven van de hemel, welriekend gemaakt door de overwinnende voorbede van de grote Hogepriester over het huis van God.
Het woord van de belofte moedigt ons aan die smeekbeden onophoudelijk voor de troon te brengen. indien iemand van u wijsheid ontbreekt, dat hij ze van God begere, Die een iegelijk mildelijk geeft, en niet verwijt; en zij zal hem gegeven worden, zo zegt het ons tot aanmoediging.
En wat kan de arme en behoeftige smekeling die bij de deurposten van de wijsheid wacht meer aanmoedigen dan de woorden van de Heere Zelf: Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden. Want een iegelijk, die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan worden.


