Joseph Charles Philpot
J.C. Philpot

Vereniging en gemeenschap met Christus

Philpot houdt vast dat Christus’ menselijke en goddelijke natuur nooit te scheiden zijn en toont de vereniging van de gemeente met Hem in Zijn lijden en dood. Door de Geest wordt die vereniging gemeenschap, als een ent aan de wijnstok.

In onze overdenkingen over de heilige mensheid van de aanbiddelijke Verlosser mogen we Zijn menselijke natuur nooit scheiden van Zijn goddelijke, zelfs in gedachten niet. Ook toen Zijn heilige lichaam in het graf lag, liep er geen scheiding tussen de twee naturen. Dat lichaam was dan wel voor korte tijd door de dood en het graf gescheiden van Zijn reine en heilige ziel. Maar zoals we eerder aantoonden: Zijn menselijke ziel was sinds de menswording in de schoot van de maagd nooit meer van Zijn Godheid gescheiden. Ze ging in onverbrekelijke eenheid met die Godheid het paradijs in.

Het is een grondartikel van ons allerheiligst geloof dat de menselijke natuur van de Heere Jezus Christus nooit onafhankelijk van Zijn goddelijke natuur heeft bestaan. In de schoot van de maagd, in de nederige kribbe, in de eenzame woestijn en op de heilige berg van de verheerlijking was Jezus nog Immanuël, God met ons. Dat gold ook in de sombere hof van Gethsemane, in het gerechtshof van Pilatus, aan het kruis en in het graf.

De verbinding tussen de menselijke en de goddelijke natuur is zo onuitsprekelijk nauw en innig dat het werken van elke natuur niet van dat van de andere gescheiden kan en mag worden. Ze zijn wel te onderscheiden. Zo braken de menselijke handen van Jezus de zeven broden en de vissen. Maar het was de God-mens Die ze vermenigvuldigde en er vier duizend mannen, zonder de vrouwen en kinderen mee voedde (Mattheüs 15:38). De menselijke voeten van Jezus liepen over de zee van Galilea. Maar het was de Zoon van God Die over de golven naar het schip kwam, en de mannen aan boord zeiden: Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon! (Mattheüs 14:33).

De woorden die de menselijke lippen van Jezus spraken zijn geest en zijn leven (Johannes 6:63). Toch was het de Zoon van de levende God Die ze sprak: de Zoon des levenden Gods (Johannes 6:69). De menselijke handen en voeten van Jezus werden aan het kruis genageld. Maar het bloed dat daaruit vloeide was werkelijk goddelijk, want alle kracht en geldigheid van de Godheid waren erop gedrukt (Handelingen 20:28).

Er is nog een gedachte die samenhangt met een gelovige blik op de Heere Jezus Christus als Immanuël, God met ons. Het is de eenheid van de gemeente met Hem in alles wat Hij voor haar deed en leed. Hij is het Hoofd. Alle leden van Zijn mystieke lichaam die in verbond met Hem verenigd zijn, deelden daarom in Zijn lijden, dood, opstanding, hemelvaart en verheerlijking.

Zo spreekt Paulus over zichzelf als met Christus gekruisigd: Ik ben met Christus gekruist (Galaten 2:20). Over gelovigen in het algemeen spreekt hij als over mensen die met Christus gestorven zijn (Romeinen 6:8; 2 Timotheüs 2:11) en met Hem begraven zijn (Romeinen 6:4; Kolossenzen 2:12). Ook zijn ze met Hem opgewekt (Kolossenzen 3:1) en mede gezet in den hemel in Christus Jezus (Efeze 2:6).

Nu leidt de Heilige Geest ons in een bevindelijke kennis van de Heere Jezus en geeft Hij ons een mate van vereniging en gemeenschap met Zijn heilige Majesteit. Zo brengt Hij ons in gemeenschap met Hem in Zijn lijden, dood en opstanding. Dit bedoelt de apostel wanneer hij de doopsbediening ziet als een blijvend beeld en een duurzame afbeelding van de doop met de Heilige Geest:

Of weet gij niet, dat zovelen als wij in Christus Jezus gedoopt zijn, wij in Zijn dood gedoopt zijn? Wij zijn dan met Hem begraven, door den doop in den dood, opdat, gelijkerwijs Christus uit de doden opgewekt is tot de heerlijkheid des Vaders, alzo ook wij in nieuwigheid des levens wandelen zouden. Want indien wij met Hem een plant geworden zijn in de gelijkmaking Zijns doods, zo zullen wij het ook zijn in de gelijkmaking Zijner opstanding (Romeinen 6:3-5).

De doop wordt zo voorgesteld als het beeld van die hogere, heiligere en geestelijke doop. Daarin worden gelovigen in levende bevinding één gemaakt met Christus in Zijn dood, begrafenis en opstanding. Hier zien we Zijn mensheid in haar bijzondere genade en onderscheidende heerlijkheid. Want alleen als leden Zijns lichaams, van Zijn vlees en van Zijn benen (Efeze 5:30) worden zij gedoopt in deze geestelijke gemeenschap met Hem. Dat is namelijk de grondslag van de vereniging. Maar dit deel van ons onderwerp vraagt om wat nadere uitleg.

De gemeente heeft dus een mystieke maar niet minder werkelijke vereniging met Christus. Die komt voort uit het feit dat Hij het vlees en bloed van de kinderen heeft aangenomen in eenheid met Zijn eigen goddelijke Persoon. Door deze vereniging met Hem als leden met het hoofd had zij deel in alles wat Hij om haar wil deed en leed. Maar deze mystieke vereniging hebben alle uitverkorenen, ook zij die nog niet wedergeboren of zelfs nog niet geboren zijn. Op zichzelf geeft deze vereniging dus nog geen gemeenschap. Ze is er wel de grondslag van.

Er is dus een andere vereniging nodig. Die is eigen aan de wedergeborenen en zij hebben haar precies naar de mate waarin zij deel hebben aan de Geest van Christus. Want zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe. Dat wil zeggen: door een inwendige of uitwendige openbaring van die Geest. Doordat zij deel krijgen aan de Geest van Christus, hebben de leden van Zijn mystieke lichaam een levende vereniging met Hem. Want die den Heere aanhangt, is een geest met Hem (1 Korinthe 6:17). Zo gedoopt door de Heilige Geest zijn zij één geest met de Heere. Daarom hebben zij gemeenschap met Hem in Zijn lijden, dood en opstanding.

Christus stierf onder de vloek van de wet en onder de schuld en last van de zonde. Toch stierf Hij door Zijn dood ook af aan de wet en aan de zonde, want door de dood was Hij vrij van de vloek van de wet en de straf van de zonde.

Zo sterft ook de gelovige onder de vloek van de wet en onder de last van schuld en zonde in zijn geweten. Door zijn vereniging met Christus als lid van Zijn lichaam en door de gemeenschap met Hem als gedoopt door Zijn Geest sterft hij toch ook af aan de wet en aan de zonde. Hij hoeft de straf van de een niet meer te dragen en de macht van de ander niet meer te dienen.

Toch is hij, ook al is hij zo verlost, tot het einde van zijn dagen met Christus gekruisigd en heeft hij gemeenschap met Hem in Zijn lijden en dood.

Hij treurt en zucht onder de zonde. Hij lijdt eronder dat God Zijn aangezicht verbergt. Hij wordt verzocht en aangevallen door Satan en gehaat en vervolgd door de wereld. Vaak laten ook volgelingen en vrienden hem in de steek. Al zijn verdriet, beproevingen, verzoekingen en lijden leiden hem, voor zover ze tot heil van zijn ziel geheiligd zijn, naar het kruis van zijn lijdende Heere. Daar ontvangt hij leven uit Zijn dood. Daar ontvangt hij vergeving en vrede uit Zijn verzoenende bloed en rechtvaardiging uit Zijn goddelijke gehoorzaamheid. Uit Zijn heilige voorbeeld leert hij zich te schikken in de wil van God.

Hier is de wereld voor hem gekruisigd en hij voor de wereld (Galaten 6:14). Hier wordt de zonde gedood (Romeinen 6:6; Romeinen 8:13) en haar heersende macht onttroond (Romeinen 6:12). Hier wordt de oude mens gekruisigd en afgelegd (Romeinen 6:6; Efeze 4:22) en de nieuwe mens aangedaan.

Zo lijdt en sterft de gelovige die door de hemel is onderwezen met zijn lijdende en stervende Heere, omdat hij in geestelijke vereniging met Hem leeft. Door deze gemeenschap in Zijn lijden en dood wordt hij hier beneden gelijkvormig aan Zijn lijdend beeld (Romeinen 8:17; Romeinen 8:29; 2 Timotheüs 2:12) en Zijn dood gelijkvormig gemaakt (Filippenzen 3:10).

Dit is geen kale leer en niet slechts een onderdeel van een gezonde belijdenis. Het is een bron van leven voor de ziel van elke gelovige, naar de mate van de Geest waarmee hij gedoopt wordt in de dood van Jezus. Maar meestal komt het kind van God alleen langs een lange reeks van beproevingen tot dit deel van de christelijke bevinding. Het gaat om verdriet, sterfgevallen en teleurstellingen. Ook ergernissen, ziekten en pijn van lichaam en geest horen erbij, en hete ovens en diepe wateren. Alles is door de Heilige Geest geheiligd tot nut voor zijn ziel.

Deze dingen zijn inderdaad de dood voor het vlees en zijn bedoeld om dat te zijn. Zo wordt het vlees gekruisigd en gedood. Het zijn dodelijke slagen voor alle plannen van aards geluk, wereldse vreugde en tijdelijke voorspoed en genot. Dat geldt ook voor alle wettische hoop en farizeese gerechtigheid. Maar in de hand van de Geest zijn ze juist het leven van de gelovige ziel. Want bij deze dingen leeft men, en in dit alles is het leven van mijn geest (Jesaja 38:16).

Kruisiging is een lange, pijnlijke en slepende dood. De natuur sterft zwaar. Ze worstelt tegen de vaste maar gezegende hand die haar aan het kruis van Christus nagelt, maar ze worstelt tevergeefs. De genade klampt zich des te dichter vast aan Hem Die daar leed en bloedde. Zo put ze leven en kracht uit Zijn bloed en liefde. Deze bevinding deed de apostel van zichzelf zeggen:

Altijd de doding van den Heere Jezus in het lichaam omdragende, opdat ook het leven van Jezus in ons lichaam zou geopenbaard worden. Want wij, die leven, worden altijd in den dood overgegeven om Jezus’ wil; opdat ook het leven van Jezus in ons sterfelijk vlees zou geopenbaard worden (2 Korinthe 4:10-11).

Hier lag het geheim van al zijn kracht, van al zijn heiligheid en al zijn geluk. Deze innerlijke bevinding van de kracht en gezegendheid van het kruis gaf hem een vaste en heilige vastberadenheid om onder de mensen niets te weten dan Jezus Christus en Dien gekruisigd. Daarom noemde hij het ook de grote onderscheidende toets tussen verlorenen en behoudenen: Want het woord des kruises is wel dengenen, die verloren gaan, dwaasheid; maar ons, die behouden worden, is het een kracht Gods (1 Korinthe 1:18).

Dit was namelijk niet alleen de bevinding van Paulus. Het was geen verborgen geheim waarvan alleen hij door genade deelgenoot werd. Allen die door dezelfde Geest onderwezen zijn en dezelfde vereniging en gemeenschap hebben met een gekruisigde Heere, Joden of Grieken, kennen Hem als de kracht Gods, en de wijsheid Gods (1 Korinthe 1:24).

We lezen dat gelovigen eikebomen der gerechtigheid, een planting des HEEREN, opdat Hij verheerlijkt worde zijn (Jesaja 61:3). Dat planten is een ingeplant worden in Christus. Daardoor hebben ze die vereniging en gemeenschap met Hem die de levende rank met de wijnstok heeft. De apostel spreekt daarom van ons een plant geworden zijn in de gelijkmaking Zijns doods (Romeinen 6:5).

Wat de wijnstok is, dat zijn de ranken. Waar de wijnstok is, daar zijn de ranken. De wijnstok lag eens ter aarde en de ranken lagen met hem neergebogen. De wijnstok steeg van de aarde op naar de hemel en de ranken stijgen met hem mee.

Een boom die in goede grond is geplant, drinkt uit de sappen daarvan. Beter nog: een geënte tak groeit zo met de stam samen dat hij er één mee wordt. Dat gebeurt niet alleen door de uiterlijke kracht en vastheid van de verbinding. De tak put er ook kracht, sap en vruchtbaarheid uit. Zo put ook de ware gelovige die ingeplant is in de gelijkmaking van Christus’ dood voorraden van genade en kracht uit Zijn volheid.

Zo zien we de gezegendheid van de bloedende, lijdende en stervende mensheid van onze aanbiddelijke Verlosser. Door Zijn lijdende mensheid heeft Hij vereniging met een lijdend volk. Doordat zij gedoopt zijn met Zijn Geest, hebben zij vereniging en gemeenschap met een lijdende Heere. Hij stierf opdat zij zouden leven. Hij droeg de vloek van de wet opdat die niet op hen zou komen. Hij leed rechtvaardig voor de onrechtvaardigen.

Zo zouden zij in gemeenschap met Hem in Zijn lijden en dood elke genadige drijfveer ontvangen en de voorraad van alle geestelijke kracht geschonken krijgen om zichzelf te kruisigen voor de zonde, voor de wereld en voor het eigen ik.

Steun J.C. Philpot

Beste bezoeker,

U kunt jcphilpot.nl steunen met een donatie. Dankzij uw gift kunnen wij deze website blijven onderhouden en beschikbaar houden. Uw bijdrage wordt gebruikt voor de jaarlijkse kosten van hosting en het beheer van de site.

Elke donatie, groot of klein, helpt ons om dit werk voort te zetten. Hartelijk dank voor uw steun!