Pearls from Philpot — Part 5 (Continued)
Niemand kan werkelijk door het geloof tot Jezus komen, tenzij deze trekkende kracht wordt uitgeoefend.
„Mijn volk, Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde; daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid” (Jeremia 31:3).
De Heilige Geest, die genadige en gezegende Leraar, werkt op de ziel door Zijn geheime kracht en invloed. Hij legt touwen der liefde en ‘banden van ontferming’ om het hart. Door de aantrekkende kracht die Hij uitoefent trekt Hij de ziel naar de voeten van Jezus. Als de tijd daar is openbaart Hij Hem als de Uitnemende boven tienduizend en de geheel Beminnelijke.
Terwijl de Geest deze kostbare dingen van Christus aan de ziel openbaart en bevestigt, wekt Hij een levend geloof op. Door dat geloof wordt Jezus gezocht, aangezien en vastgegrepen. Met goddelijke kracht wordt Hij in het hart gebracht om daar een eervolle plaats te krijgen in de warmste en tederste gevoelens.
Gedurende heel haar christelijke pelgrimstocht verdiept deze gezegende Geest Zijn werk in de ziel. Hij ontdekt steeds meer van de geschiktheid, de schoonheid en de zaligheid van de Heere Jezus en trekt de ziel steeds meer tot Hem. Het licht, het leven en de kracht van God in onze ziel blijven alleen behouden als wij dagelijks tot Jezus komen als tot een levenden Steen en voortdurend van Hem leven als van het Brood des levens.
Elke soort zonde
Die Zichzelven voor ons gegeven heeft, opdat Hij ons zou verlossen van alle ongerechtigheid (Titus 2:14).
Zonden van het hart.
Zonden van de lippen.
Zonden van het leven.
Onze gezegende Heere is gekomen om ons van vijf dingen met betrekking tot de zonde te verlossen: haar schuld, haar vuil, haar macht, de liefde ervoor en het bedrijven ervan.
Door Zijn dood heeft Hij ons verlost van de schuld van de zonde.
Door het bad der wedergeboorte bevrijdt Hij ons van het vuil van de zonde.
Door de kracht Zijner opstanding maakt Hij ons vrij van de heerschappij van de zonde.
Door Zijn schoonheid te openbaren maakt Hij ons vrij van de liefde tot de zonde.
Door het geweten gevoelig te maken in Zijn vreze bewaart Hij ons voor het bedrijven van de zonde.
„het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde” (1 Johannes 1:7).
Als uw vlees vrij spel had?
Want het vlees begeert tegen den Geest, en de Geest tegen het vlees; en deze staan tegen elkander, alzo dat gij niet doet, hetgeen gij wildet (Galaten 5:17).
Soms kunnen wij nauwelijks zeggen hoe wij voor het kwade worden bewaard.
Bij hen die God vrezen is een geestelijk beginsel aanwezig dat hen ondersteunt en terughoudt van de wegen van zonde en dood waarop het vlees zou willen wandelen. Dit innerlijke beginsel van genade en godsvrees heeft in duizenden gevallen de voeten van de heiligen bewaard. Het heeft hen behoed voor daden die hun goede naam zouden hebben verwoest en hun karakter zouden hebben aangetast. Het heeft hen behoed voor daden die schande zouden hebben gebracht over de zaak van God en het grootste leed en de diepste angst in hun eigen geweten!
Zij kunnen de KWADE dingen niet doen die zij zouden willen doen.
Het vlees begeert voortdurend het kwade maar de genade is een tegenwerkend beginsel dat het onderdrukt en bedwingt. De genade overwint de boze begeerten van het vlees niet volledig maar zij kan voorkomen dat die begeerten tot openlijke daden leiden. Want de Geest strijdt tegen het vlees en laat het niet volledig regeren en heersen. Hij laat het ook niet ongehinderd zijn eigen wil en weg volgen.
Wat een barmhartigheid ligt hier verscholen! Want wat zou u zijn als uw vlees vrij spel had?
Welk kwaad zou u niet doen?
Welke misdaad zou u niet begaan?
Welke misstap zou u niet maken?
Aan welke openlijke en afschuwelijke val zou u zich niet schuldig maken — tenzij u werd ondersteund door almachtige kracht en het vlees werd beteugeld en in zijn verwoestende loop werd tegengehouden?
Wij kunnen God nooit genoeg prijzen voor Zijn weerhoudende genade — want wat zouden wij zijn zonder die?
„Ondersteun mij, zo zal ik behouden zijn!” (Psalm 119:117)
Een bolwerk voor lafaards
Een predikant heeft er geen recht op de kansel te veranderen in een bolwerk voor lafaards en van daaruit leden van de gemeente aan te vallen die hij onder vier ogen niet durft te ontmoeten.
Het is wreed onrechtvaardig om iemand aan te vallen die zich niet kan verdedigen. Het is onrechtvaardig hem als het ware op de hoorns van de kansel voor de gemeente tentoon te stellen (die doorgaans heel goed weet wie bedoeld wordt) en hem te veroordelen zonder zijn kant van het verhaal te horen terwijl de predikant de enige rechter en jury is.
His secret power and influence
“No one can come to Me unless the Father who sent Me draws him.” John 6:44
“I have loved you, My people, with an everlasting love. With unfailing love I have drawn you to Myself.” Jeremiah 31:3
None can really come to Jesus by faith, unless this drawing power is put forth.
The Holy Spirit—that gracious and blessed Teacher, acts upon the soul by His secret power and influence, puts ‘cords of love’ and ‘bands of mercy’ around the heart, and by the attractive influence that He puts forth, draws the soul to Jesus’ feet; and in due time reveals Him as the chief among ten thousand, and the altogether lovely one.
As the Spirit reveals and manifests these precious things of Christ to the soul, He raises up a living faith whereby Jesus is sought unto, looked unto, laid hold of, and is brought into the heart with a divine power, there to be enshrined in its warmest and tenderest affections.
All through its Christian pilgrimage, this blessed Spirit goes on to deepen His work in the soul, and to discover more and more of the suitability, beauty, and blessedness of the Lord Jesus, as He draws the soul more and more unto Him. There is no maintaining of the light, life, and power of God in our souls, except as we are daily coming unto Jesus as the living stone, and continually living upon Him as the bread of life.
Every kind of sin
“He gave Himself to redeem us from every kind of sin.” Titus 2:14
Sins of heart.
Sins of lip.
Sins of life.
There are five things as regards sin, from which our blessed Lord came to redeem us . . . its guilt, its filth, its power, its love, its practice.
By His death, He redeemed us from sin’s guilt.
By the washing of regeneration, He delivers us from sin’s filth.
By the power of His resurrection, He liberates us from sin’s dominion.
By revealing His beauty, He frees us from sin’s love.
By making the conscience tender in His fear, He preserves us from sin’s practice.
“The blood of Jesus purifies us from all sin.” 1 John 1:7
If your flesh had its full swing?
“The old sinful nature loves to do evil, which is just opposite from what the Holy Spirit desires. And the Spirit gives us desires that are opposite from what the sinful nature desires. These two forces are constantly fighting each other, so that you cannot do the things that you would do.” Galatians 5:17
At times, we can hardly tell how we are kept from evil.
There is in those who fear God, a spiritual principle which holds them up, and keeps them back from the ways of sin and death in which the flesh would walk.
This inner principle of grace and godly fear has, in thousands of instances, preserved the feet of the saints, and kept them from doing things that would have . . . ruined their reputation, blighted their character, brought reproach upon the cause of God, and the greatest grief and distress into their own conscience!
They cannot do the EVIL things that they would do.
The flesh is always lusting towards evil, but grace is a counteracting principle to repress and subdue it.
Grace does not wholly overcome the evil lustings of the flesh, but it can prevent those lustings from being carried out into open action. For the Spirit fights against the flesh, and will not let it altogether reign and rule, nor have its own will and way unchecked.
What a mercy lies couched here! For what would you be, if your flesh had its full swing?
What evil is there which you would not do?
What crime which you would not commit?
What slip which you would not make?
What open and horrid fall which you would not be guilty of—unless you were upheld by Almighty power—and the flesh curbed and checked from running its destructive course?
We can never praise God sufficiently for His restraining grace—for what would we be without it?
“Hold me up, and I shall be safe!” Psalm 119:117
A coward’s castle
A pastor has no right to turn the pulpit into a coward’s castle, and from there attack those in the congregation, whom he is afraid to meet face to face privately.
It is cruelly unfair to attack an individual who cannot defend himself—to hold him up, as if on the horns of the pulpit, before the congregation, (who generally know pretty well who is meant), and to condemn him without hearing his side, with the pastor being the only judge and jury.