In de loop van een lange belijdenis hebben wij de Schrift veel gelezen en misschien mogen wij zeggen bestudeerd, vooral de brieven van het Nieuwe Testament. Dat deden wij voor ons eigen nut en onze eigen stichting. En al was dat niet ons voornaamste doel, dan kwam het haast vanzelf door de vele jaren in de bediening.
Is er door de goedheid van de Heere enig licht op de Schrift gevallen door de gezegende Geest tot onze eigen onderwijzing en stichting, en hebben wij daar enige vrucht of winst voor onze eigen ziel van gehad? Dan zal het een genoegen en een voorrecht zijn om daar iets van aan anderen mee te mogen delen.
Gij hebt het om niet ontvangen, geeft het om niet, zei de Heere tegen Zijn discipelen (Mattheüs 10:8). In de geest van dit gezegende voorschrift willen wij vrij meedelen wat wij zo vrij en zo onverdiend hebben ontvangen. Wij kunnen alleen betreuren dat zowel het ontvangen als het geven zo klein is.
Maar indien te voren de volvaardigheid des gemoeds daar is, zo is iemand aangenaam naar hetgeen hij heeft, niet naar hetgeen hij niet heeft (2 Korinthe 8:12). Naar die bereidwilligheid en niet naar de omvang van de gave willen wij onze bijdrage aan de voeten van de Heere neerleggen. Wij hopen dat Hij haar zal gebruiken tot Zijn eigen eer en het welzijn van Zijn volk.
Onze toehoorders op verschillende plaatsen herinneren zich misschien dat uitleg bijna altijd deel uitmaakte van onze bediening toen wij die actief uitoefenden. Mogen wij sommige vrienden geloven voor hun gezond oordeel en de oprechtheid waarmee zij het uitspraken? Dan hebben zij ons soms verzekerd dat de uitleg veel nuttiger was dan de preek.
De reden is niet ver te zoeken, zowel bij onszelf als bij onze medepredikers die gewend zijn de Schrift uit te leggen.
Sommige van de uitgelezen dienaren van God, dood of levend, hebben het niet gedaan. (De heer Fowler legde gewoonlijk uit en de heer Hardy was bijzonder groot in de uitleg. Maar de heer Gadsby en de heer Warburton en naar wij geloven ook de heer Huntington vonden preken ruim voldoende.)
In ‘preken’ zit meestal veel wat wij overtollig materiaal mogen noemen. Het is louter stro en hooi als verpakking, zoals in een kist glaswerk, om onze gedachten enigszins bijeen te houden en te voorkomen dat zij breken.
Maar in ‘uitleg’ is er, tenminste waar enige gave daarvoor is, meer van het woord van GOD en minder van het woord van de MENS. Wij laten het woord van de waarheid meer voor zichzelf spreken. Daarom stroomt het minder verdund en minder verwaterd en dus minder verzwakt dan wanneer het wordt uitgerekt in een lange en vaak vervelende rede.
Door de wijze beschikking van de Heere zijn wij vooral in de koudere delen van het jaar veel van het werk van de bediening aan de kant gezet. Kunnen wij dat werk dan via de bladzijden van de Standard enigszins voortzetten vanuit onze studeerkamer door het woord van de waarheid te openen?
Dan zal dat voor ons weer een reden zijn tot dankbaarheid aan de God van al onze weldaden. Hij spaart nog steeds ons leven terwijl zoveel van onze broeders in de bediening aan onze rechter- en linkerhand worden weggenomen. Wij weten niet aan wie wij moeten denken om hun plaatsen in te nemen.
Maar genoeg over onszelf. Wij hadden er ook niet zoveel over gezegd als wij niet hadden willen uitleggen waarom wij ertoe zijn gekomen het plan te volgen dat wij hebben voorgesteld: onze lezers wat uitleg aan te bieden over verschillende gedeelten van het woord van God. Laat het dus volstaan te zeggen dat wij onze voornaamste beloning vinden in het volgende.
Kunnen wij enig licht werpen op het woord van de waarheid? Kunnen wij onze lezers in staat stellen om duidelijker te begrijpen, vaster te geloven en bevindelijker te voelen wat God in de Schrift heeft geopenbaard tot hun onderwijzing, stichting en vertroosting? Dat is onze voornaamste beloning.
Wij hopen dat het ook ons voornaamste doel is.
Wij beginnen met het eerste hoofdstuk van de brief aan de Efeziërs. Dat is een bijzonder gedeelte van het woord dat voor onze geest is geopend en zoet is gemaakt voor onze smaak. Maar er is ook al lang een heimelijk verlangen in onze borst om het voor het levende gezin van God te brengen omdat het zo’n rijke schat van kostbare evangelische waarheid bevat.
Bij onze poging het uit te leggen zullen wij niets zoeken of mijden wat op geleerdheid of onderzoek lijkt. Wij wensen dat dezelfde opmerking geldt voor al onze andere pogingen van dien aard. Wij hebben het zo vaak in de grondtekst gelezen dat het ons bijna even vertrouwd is als de Engelse vertaling.
Verwijzen wij daar soms naar, dan mag dat niet worden toegeschreven aan een dwaas verlangen om te pronken. Dat verlangen is in de dingen van God zeer onbetamelijk, ja zondig. Het komt voort uit de eenvoudige wens om de waarheid van God duidelijker en kostbaarder te maken.
Voordat wij echter overgaan tot onze beoogde uitleg, willen wij enkele inleidende opmerkingen maken over de brieven in het algemeen en over die aan de Efeziërs in het bijzonder. Het Nieuwe Testament kan grofweg in drie afzonderlijke delen worden verdeeld: 1. verhalend; 2. brieven; 3. profetisch. Het eerste deel, het verhalende, omvat de vier evangeliën en de Handelingen der apostelen. Het tweede, de brieven, omvat alle brieven van het Nieuwe Testament. En het derde, het profetische, omvat het boek Openbaring.
De wijsheid van de Heilige Geest verdient bijzondere bewondering omdat Hij de boeken van het Nieuwe Testament op deze drievoudige wijze als het geïnspireerde woord van God heeft meegedeeld. Het fundament van ons geloof is de Persoon en het werk van de Zoon van God. Er moest dus een historische openbaring zijn van Zijn geboorte, dood en opstanding. Ook moesten Zijn wonderen en Zijn redenen vol genade en waarheid worden vastgelegd, en in het algemeen wat Hij was en deed, leed en doorstond toen Hij hier beneden was.
Men ziet meteen dat er een geïnspireerd en daarom volkomen waarheidsgetrouw verhaal nodig was van de woorden en daden van de gezegende Heere.
Zo kon ons geloof in Hem op een duidelijk, tastbaar en zichtbaar fundament rusten. Niets is zo geschikt voor zo’n fundament als een eenvoudig historisch verhaal dat door de positieve goddelijke inspiratie wordt gewaarborgd tegen elke vergissing in feiten of uitdrukking. Een brief zou hier misplaatst zijn.
Wij hebben dus vier afzonderlijke geïnspireerde verhalen, elk onafhankelijk van het andere. Samen geven zij ons toch een getrouw portret van de Heere in de dagen van Zijn vlees. De dood en de opstanding van de Heere Jezus zijn twee grote hoofdkenmerken van ons allerheiligst geloof. In de vier evangeliën hebben wij dan het duidelijkste verslag dat zelfs een geïnspireerde pen kon geven van de kruisiging van Christus en van Zijn opstanding uit de doden.
Maar wij hadden ook de zichtbare bewijzen nodig van Zijn hemelvaart en verheerlijking aan de rechterhand van de Vader. Die bewijzen kwamen in de beloofde gave van de Heilige Geest en in de oprichting van Zijn geestelijk koninkrijk in een gemeente die zou worden uitgeroepen en geopenbaard als Zijn gekochte eigendom.
Ook dit hebben wij in een soortgelijke verhaalvorm in de Handelingen der apostelen. Die omvatten een periode van ongeveer dertig jaar. Zij lopen van de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag tot de reis van Paulus naar Rome om voor de keizer te verschijnen.
Ook hier zien wij de noodzaak van een verhaal. Het geeft ons een samenhangend verslag van dat deel van de geschiedenis van de eerste gemeenten dat de Heilige Geest goed achtte voor de algemene onderwijzing en stichting van de gemeente. Het was de gedachte van de Geest dat zoveel brieven door Paulus zouden worden geschreven. Daarom zien wij Zijn wijsheid in het feit dat Hij ons in de Handelingen zo uitgebreid verslag geeft van Paulus’ arbeid. Zo verklaren en bevestigen de brieven en de Handelingen elkaar wederzijds.
Op deze punten hoeven wij daarom niet verder in te gaan. Wij noemen alleen dat er ook een profetische kaart nodig was als een soort zeekaart voor de gemeente. Zij moest vooral dienen om haar vooraf te waarschuwen en voor te bereiden op dat monsterlijke stelsel dat zich heeft ontwikkeld als de Babylon van het Nieuwe Testament.
Dat stelsel hebben wij vooraf beschreven gevonden in de Openbaring.
Maar bewonder nu met ons, al is het maar voor enkele ogenblikken, de wijsheid van de Heilige Geest in het geven van de BRIEVEN van het Nieuwe Testament. Er was zoete, kostbare en uiterst belangrijke waarheid in de boezem van Christus die pas aan de gemeente geopenbaard kon worden na de hemelvaart van haar opgestane Heere. Deze waarheid wordt dus ontvouwen in de brieven.
Merk op met welke bijzondere genade en wijsheid die vorm van mededeling van goddelijke waarheid is gekozen. Van alle vormen van schrijven is een brief (want deze brieven zijn echte brieven) wat wij het meest buigzaam mogen noemen. Hij laat zich namelijk het gemakkelijkst aanpassen aan bijna elke wijze om betekenis over te brengen.
1. Zo laat een brief eerst verhaal toe. In een brief kunt u een vriend vertellen waar u bent geweest en wat u hebt gezegd en gedaan. Zo hebben wij ook in de brieven soms eenvoudig verhaal. Zie bijvoorbeeld 2 Korinthe 11:24-33; 2 Korinthe 12:1-10; Galaten 1:15-24; Galaten 2:1-14; 1 Thessalonicenzen 1:6-10; 1 Thessalonicenzen 3:1-8. Op die plaatsen hebben wij eenvoudig verhaal van daden. Ieder ziet hoe natuurlijk en gemakkelijk dit historische verslag in de rest van de brief past.
2. Een brief laat ook directe of stellige leer toe. Dit kenmerk past niet in een verhaal, behalve voor zover het woorden vastlegt die werkelijk gesproken zijn, zoals bij de redevoeringen van de gezegende Heere. Maar een brief van een geïnspireerde apostel aan een gemeente laat in de volste mate een gezaghebbende verkondiging van de goddelijke waarheid toe. Neem een willekeurige brief en u zult verbaasd zijn, als u er niet op bent voorbereid, over de hoeveelheid stellige leer die hij bevat.
Kijk bijvoorbeeld naar de brief aan de Romeinen. Zie hoeveel directe en stellige waarheid hij bevat nu de Heilige Geest daarin geleidelijk ontvouwt hoe God een zondaar rechtvaardigt, vrij en volkomen, door het bloed en de gerechtigheid van Zijn dierbare Zoon. Lees de eerste elf hoofdstukken van Romeinen als een harmonieus geheel. Zie wat een volledige, heldere en samenhangende uitleg het is. Zij loopt van de beschrijving van wat de mens is door daadwerkelijke overtreding in Romeinen 1:1-32 tot de huidige verwerping en toekomstige herstelling van Israël in Romeinen 11:1-36.
Wij wensten dat wij al onze lezers konden overbrengen wat wij hebben gezien van de schoonheid en harmonie van de hele keten van schriftuurlijke, wij zouden bijna zeggen logische, redenering die deze hoofdstukken als met één gouden band verbindt.
Of neem de brief aan de Hebreeën. Wat een grote en gezegende hoeveelheid stellige leer vinden wij in de hele brief, wat een heldere en gedetailleerde onderwijzing over het priesterschap van Christus en het verband daarvan met dat van Aäron en Melchizedek. Zo ook met de brief aan de Efeziërs.
Wat een heldere en volle stellige leer geeft hij over de gemeente van Christus en de positie waarin zij staat ten opzichte van haar opgestane en verheerlijkte Heere. Aan deze voorbeelden zien wij hoe uitnemend een brief van een geïnspireerde apostel geschikt is om heldere, duidelijke en stellige onderwijzing in de goddelijke waarheid te geven.
3. Merk vervolgens op hoe mooi de briefvorm geschikt is voor het inprenten van voorschriften. Hoe passend en krachtig kan een geïnspireerde apostel in zijn brieven aan een gemeente van Christus alle christelijke praktijk aandringen. En hoe kan hij tegelijk ingaan op de kleinste details van evangelische gehoorzaamheid in de verschillende levensverhoudingen.
4. Let verder op de bijzondere tederheid en genegenheid die niets zo goed kan overbrengen als een brief. In een brief stort de schrijver zijn hart uit alsof hij het in de boezem van zijn lezer uitstort. Bedenk eens: wilt u uw gevoelens van genegenheid aan een vriend of familielid uiten, kunt u dan een beter middel vinden dan hem of haar een brief te schrijven?
Is dat niet het beste na een gesprek met hem of haar? In sommige opzichten is het zelfs beter, want verlegenheid of terughoudendheid kan soms uw tong stilzetten, hoewel zij uw pen niet in boeien slaat. Geliefden, vrienden en familie delen allemaal per brief mee wat hun genegenheid hun ingeeft.
Zo is het ook met de brieven van het Nieuwe Testament. Wat een uitstorting van het hart is er in de tweede brief van Paulus aan de Korinthiërs, geschreven onder zoveel tranen. Wat is dit aangrijpend. Hoe gaat het van hart tot hart.
Hoe maakt het van de brieven de uitgelezenste liefdesbrieven. En wat een zachtheid en tederheid heeft de Geest van liefde in alle onderwijzing en alle vermaning daarin gegoten. Zo neemt Hij alle dorheid en vormelijkheid weg, in de onderwijzing en in de vermaning, en dompelt Hij beide in een sfeer van de oprechtste genegenheid.
5. Een brief laat ook voortdurende wisseling toe van het ene punt naar het andere en van de ene schrijfvorm naar de andere. Hij is in hoge mate wat wij al buigzaam noemden: hij kan bijna in elke richting worden gebogen of gedraaid zonder dat zijn aard geweld wordt aangedaan. De schrijver kan door de gemakkelijkste overgangen van het ene naar het andere glijden.
Zo onderwijst Paulus soms als leraar, vermaant hij soms als een vader, geeft hij soms een stukje van zijn verleden of bevinding en laat hij soms een woord van waarschuwing of vermaning vallen. En dat alles gebeurt zonder merkbare breuk en zonder iets in te voegen wat niet past bij het karakter van een brief. Deze prachtige buigzaamheid is eigen aan de briefstijl. Daarom is zij uitermate geschikt voor alle lezers.
6. Brieven laten ook toe om op vertrouwelijke wijze verschillende zaken te bespreken die in een vastere en formelere schrijfvorm helemaal niet zo goed te behandelen zouden zijn. Van de slurf van een olifant wordt gezegd dat hij een speld kan oppakken of een eik kan verscheuren. Zo kan ook een brief de kleinste omstandigheid oppakken, zoals het achterlaten van een mantel te Troas.
Hij kan ook een engel neerhalen met een vloek wanneer die een ander evangelie zou prediken dan dat wat Paulus de Galaten had gepredikt. Hij kan een vrouw zeggen haar hoofd te bedekken en te zwijgen in het huis van God. En hij kan zulke majestueuze zegezangen over dood en hel laten klinken, zoals aan het slot van Romeinen 8 en in 1 Korinthe 15, met zulke klanken van hemelse welsprekendheid dat naast hen alle menselijke redenaarskunst klinkt als de deuntjes van een draaiorgel.
7. Een brief laat ook alle lengtes toe, van een korte brief zoals die aan Filemon tot een van vele hoofdstukken zoals die aan de Romeinen en de Korinthiërs.
Hij kan aan personen worden geschreven, zoals aan Timotheüs en Titus, of aan bepaalde gemeenten, zoals die te Efeze of Filippi. Hij kan ook zoals die van Petrus, Jakobus en Judas zijn gericht aan het hele lichaam van de uitverkorenen die verstrooid zijn.
8. De grootste charme van een brief is zijn gemak, het ontbreken van alle stijfheid en vorm. Het is als het ware geschreven gesprek, en dan het gesprek van verstandige mensen die hun gedachten en gevoelens gemakkelijk en vloeiend kunnen uitdrukken zonder terughoudendheid, verlegenheid of dwang.
Wij kunnen dit kenmerk aanwijzen in de brieven van Paulus en wijzen dan op het opmerkelijke gemak waarmee zijn gedachten en woorden over het algemeen vloeien. Wij bedoelen niet dat hij altijd gemakkelijk te begrijpen is. Daarvoor is goddelijke onderwijzing nodig, en wij moeten daaraan toevoegen: zorgvuldige studie en aandacht, veelvuldig lezen en ernstig gebed.
Zijn wij gezegend met de zalving van boven die ons van alle dingen onderwijst, en hebben wij een leergierige, leerbare en biddende geest die de gedachte van Christus wil kennen en in de gehele raad van God wil worden geleid? Dan zullen wij de brieven vinden als een vetten maaltijd, een maaltijd van reinen wijn, van vet vol mergs, van reine wijnen, die gezuiverd zijn (Jesaja 25:6).
En word niet ontmoedigd, christelijke lezer, als u traag van begrip lijkt en de schoonheid en gezegendheid van dit deel van het woord van de waarheid nog niet ziet. Bedenk dat de ziel der vlijtigen zal vet gemaakt worden. Houd vol met het lezen.
Voelt u dat het u aan wijsheid ontbreekt, doe dan wat Jakobus zegt: dat men ze van God begere, Die een iegelijk mildelijk geeft, en niet verwijt; en zij zal hem gegeven worden. Dan zult u zeggen: Hoe zoet zijn Uw redenen mijn gehemelte geweest, meer dan honig mijn mond! En u zult daaraan kunnen toevoegen: Uit Uw bevelen krijg ik verstand, daarom haat ik alle leugenpaden (Psalm 119:103-104).
Deze inleidende opmerkingen over de brieven in het algemeen zijn langer geworden dan wij bedoelden. Misschien bereiden zij ons voor op het nuttiger onderzoek van de brief aan de Efeziërs, die wij hopen te behandelen in ons volgende stuk.


