Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

31 mei Korenaren uit de volle oogst

Opdat ik mij roeme met uw erfdeel.
Psalm 106:5

De Kerk is het erfdeel van Christus. Hij kocht haar met Zijn eigen bloed. Hij ging voor haar in gevangenschap en verloste haar door Zijn kostbaar bloed voor haar te vergieten. Dit erfdeel nu roemt: „Dat ik mij roeme met uw erfdeel.” En waarin roemt zij? Zij roemt in haar Verbondshoofd. Zij roemt niet in zichzelf, in haar eigen vroomheid, in haar eigen rechtvaardigheid, in haar eigen kracht, in haar eigen godsdienstigheid; „laat de wijze niet roemen in zijn wijsheid, noch de machtige man in zijn kracht, noch de rijke man in zijn rijkdom; maar laat hij, die roemt, hierin roemen, dat Hij mij doorgrondt en kent.” „Dat hij, die roemt, roeme in de Heere.”

De roem van de gemeente is te roemen in haar Verbondshoofd, te roemen in Christus en Christus alleen; te roemen in Zijn kracht, Zijn liefde, Zijn genade, Zijn rechtvaardigmaking. En terwijl zij daarin roemt, moet zij zichzelf met schaamte bedekken. Niemand kan in Christus roemen voordat hij helemaal van eigen roem ontdaan is. Men kan de kroon van de overwinning niet zowel op het eigen hoofd als op het hoofd van de Middelaar zetten. Men kan niet zeggen: „Dat heb ik door eigen kracht verkregen”, en dan de kroon op dat hoofd zetten. Men kan niet zeggen: „Dit heb ik door eigen inspanning verkregen”, en op die inspanning de kroon zetten.

Nee, een man die in Christus kan roemen, moet zelf bedekt zijn met schaamte en verslagenheid. Hij moet vernederd zijn in zijn gevoelens; hij moet zijn mond in het stof gestoken hebben; hij moet in stof en as een afkeer van zichzelf hebben. Hij moet zien en voelen dat hij de grootste van de zondaren is en „minder dan de minste van alle heiligen”; hij moet weten en voelen dat hij werkelijk een ellendige is. En wanneer hij dan in het stof van de vernedering ligt, en zijn oog vangt maar iets op van de heerlijkheid van de Verlosser, en zijn hart ontbrandt, dan roemt hij in Hem, in Hem alleen. En het hele „erfdeel” van God roemt in Hem. Zij kunnen in niets anders roemen, en het hoogste wat zij kunnen bereiken, is alle roem van de zaligheid, van het begin tot het einde, alleen op het hoofd te zetten van Hem aan Wie die roem toekomt.

Dan zingen zij, in God verblijd,
aan Hem gewijd, van ’s Heeren wegen.

Ps. 138:3

Aan de lezer…

Waar roemt u in, lezer? Het is een stille vraag, maar zij reikt tot in ons hart. Wij roemen zo graag een beetje in eigen vroomheid, eigen kracht of eigen inspanning, en willen de kroon dan half op ons eigen hoofd zetten. Laat ik het onomwonden zeggen: dat kan niet. Niemand kan in Christus roemen voordat hij helemaal van eigen roem ontdaan is en zichzelf als de grootste van de zondaren ziet.

Ligt u daarom in het stof, vernederd over uzelf en zonder iets om op te wijzen? Dan bent u niet ver van de plaats waar het ware roemen begint. Want als het oog daar iets opvangt van de heerlijkheid van de Verlosser, ontbrandt het hart en roemt het in Hem alleen: in Zijn kracht, Zijn liefde, Zijn genade. Hij kocht Zijn erfdeel met Zijn eigen bloed; Hem komt de roem toe, van het begin tot het einde.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

31 mei 365 dagen met Philpot

Christus’ zitten ter rechterhand Gods

Deze heeft God door Zijn rechterhand verhoogd tot een Vorst en Zaligmaker, om Israël te geven bekering en vergeving der zonden.
Handelingen 5:31

Christus is „verhoogd tot een Vorst en Zaligmaker, om Israël te geven bekering en vergeving der zonden”. Door de Geest uit te storten schenkt Hij berouw, want Zijn genadige werkingen breken, verzachten en smelten het hart. Zo vervult Hij de belofte: „Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwe geest geven in het binnenste van u.” Deze „nieuwe geest” is een gebroken geest, een zachte en gevoelige geest. En hoe wordt dit zachte, berouwvolle hart gegeven? „Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u” (Ez. 36:27).

Maar wat is het directe gevolg van het uitstorten van de Geest der genade en der gebeden? Dat men ziet op Hem Die zij doorstoken hebben, over Hem rouwt zoals men rouwt over een enige zoon, en over Hem bedroefd is zoals men bedroefd is over een eerstgeborene. Dit is evangelisch berouw, onderscheiden van wettisch berouw: „de droefheid naar God die onberouwelijke bekering tot zaligheid werkt” (2 Kor. 7:10), onderscheiden van „de droefheid der wereld die de dood werkt”.

Kaïn, Ezau en Judas hadden allen berouw, maar hun berouw was niet de droefheid naar God van een verbroken hart en een berouwvolle geest. Ze beefden voor het aangezicht van God als een vertoornde Rechter, maar smolten niet in berouw voor Hem als een vergevende Vader. Ze haatten hun zonden niet en lieten ze ook niet na; ze hadden de heiligheid niet lief en zochten haar ook niet. Kaïn ging weg van het aangezicht van de Heere; Ezau beraamde de dood van Jakob; en Judas verhing zichzelf.

Hoe anders dan dit gedwongen en valse berouw is het berouw van een kind van God: dat ware berouw over de zonde, die droefheid naar God, die heilige rouw die voortvloeit uit de genadige werkingen van de Geest! Dit komt niet voort uit het besef van Gods wraak in een overtreden wet, maar uit Zijn barmhartigheid in een gezegend Evangelie. Het komt voort uit een gelovige blik op het lijden van Christus in de hof en aan het kruis, en uit een blijk van vergevende liefde. Het gaat altijd gepaard met zelfverfoeiing, met een diep en onvoorwaardelijk belijden en laten van de zonden, met heel hartelijke, oprechte en ernstige smeekbeden om voor alle kwaad bewaard te worden, en met een heilig verlangen te leven tot prijs van Gods heerlijkheid.

Lezen: Handelingen 5:17-32

Aan de lezer…

Wie berouw heeft gehad uit angst voor de straf, merkt dat het hem niet veranderde; misschien is het u zo gegaan. Zulke droefheid beeft voor God als een vertoornde Rechter, maar smelt niet voor Hem als een vergevende Vader. Zij laat het hart hard en de zonde geliefd. Wie dat eerlijk van zichzelf moet zeggen, heeft reden om te schrikken, maar ook reden om te roepen.

Want ware bekering is geen werk dat u uit uzelf voortbrengt; het is een gave van Hem Die verhoogd is tot een Vorst en Zaligmaker. Wanneer Hij door Zijn Geest het oog opent voor Zijn lijden in de hof en aan het kruis, dan breekt en smelt het hart. Dan rouwt men over Hem Die doorstoken is, en haat men de zonde die Hem dat aandeed. Vraag Hem om zo’n nieuw, zacht hart. Hij geeft bekering en vergeving der zonden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

31 mei Door Baca’s vallei

Want het vlees begeert tegen de Geest, en de Geest tegen het vlees; en deze staan tegen elkander; alzo dat gij niet doet hetgeen gij wildet.
Galaten 5:17

De Heilige Geest is bijzonder teder over Zijn eigen werk in de ziel. Hij heeft het oorspronkelijk gevormd; het is van geestelijke oorsprong. En zoals een moeder over haar kind waakt, zo waakt de gezegende Geest over de geest die Hij Zelf geschapen heeft. Het is als het ware een afdruk of evenbeeld van Hemzelf, want het is de geest die Hij door Zijn almachtige kracht in de ziel gewrocht heeft. Daarom handelt Hij ook zo: Hij blaast er nieuw leven en nieuwe kracht in, en deelt genade mee uit de onuitputtelijke volheid van de Zoon van God. Hij stelt de geest in staat te ademen en te handelen, te worstelen en te strijden tegen het vlees, zodat het vlees zijn zin niet krijgt, maar onderworpen en bedwongen wordt. Want de geest kan net zo goed vechten als het vlees; hij kan net zo goed handelen als het vlees; hij kan net zo goed verlangen het goede te doen als het vlees verlangt het kwade te doen.

Wat een genade is het voor ons dat deze uitingen van de geest tegen het vlees in onze ziel gevonden worden: uitroepen tot God ertegen! Wat een genade dat de geest in ons de arm van de almacht buiten ons vastgrijpt, en hulp zoekt en verwacht van de Heere, God de Almachtige, en door meegedeelde kracht en vermogen tegen het vlees strijdt, en soms ook een gezegende overwinning erover behaalt! Want wat kan het vlees doen tegen de geest, wanneer die bezield wordt door Goddelijke kracht? Wat zijn zonde, satan en wereld, wanneer zij een drie-enig God moeten bestrijden?

Dit maakt de overwinning zeker: onze vrienden zijn sterker dan onze vijanden, en het werk van God in onze ziel is sterker dan alles wat de zonde, de duivel of de wereld tegen ons kunnen inbrengen. Dat deed de apostel zeggen, nadat hij de innerlijke strijd had beschreven: „Ik dank God door Christus Jezus, onze Heere” (Rom. 7:25). En wanneer hij de tegenstand genoemd heeft die de christen van alle kanten te verduren heeft, roept hij als in heilige triomf uit: „Maar in alle deze zijn wij meer dan overwinnaars, door Hem, Die ons heeft liefgehad” (Rom. 8:37).

Aan de lezer…

Strijdende ziel, kent u die strijd van binnen, waarin het vlees begeert tegen de Geest en u niet doet wat u wilde? Misschien maakt juist die strijd u bang, en denkt u dat een kind van God niet zo zou kunnen zijn. Maar hoor hoe het hier genoemd wordt: een genade. Waar alleen het vlees is, daar is geen strijd. Waar de Geest Zijn eigen werk gewrocht heeft, daar zijn verzuchtingen naar God en is er een roepen tot Hem tegen de zonde.

De gezegende Geest waakt over dat werk zoals een moeder over haar kind. Hij blaast er nieuw leven in en deelt genade mee uit de volheid van de Zoon van God. Uw vijanden zijn sterk, maar uw Vrienden zijn sterker. Wat zijn zonde, satan en wereld tegenover een drie-enig God? Grijp dan die arm van de almacht vast, en hef met de apostel het hoofd op: „Ik dank God door Christus Jezus, onze Heere.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina