Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

31 maart Korenaren uit de volle oogst

Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.
2 Korinthe 5:21

Onze gezegende Heere heeft Zich voor de zonde gegeven, dat wil zeggen: om de zonde door Zijn offerande teniet te doen. „Die Zelf onze zonden gedragen heeft op het hout” (1 Petrus 2:24). Het was volstrekt nodig dat er geboet werd, door de zondaar in eigen persoon of door een plaatsbekleder. Jezus werd die Plaatsbekleder. Hij stond vrijwillig in de plaats van de zondaar en droeg in Zijn heilig lichaam en Zijn heilige ziel de straf die de zondaar verdiend had, want Hij werd „met de overtreders gerekend”. Zo opende Hij, door het storten van Zijn kostbaar bloed, in Zijn eigen lichaam een Fontein tegen de zonde en tegen de onreinheid (Zach. 13:1).

Het kruis was de plaats waar dit Offer werd gebracht. Want zoals het bloed van het lam aan de voet van het altaar werd uitgegoten, op zijn hoornen werd gesprengd en in zijn eeuwigdurend vuur werd verbrand, zo stortte ook onze gezegende Heere Zijn bloed aan het kruis. Daar droeg Hij ten volle de toorn van God. Daar deed Hij de zonde teniet door Zijn eigen offerande. Daar bood Hij Zijn heilig lichaam en Zijn heilige ziel, Zijn volkomen reine en heilige mensheid, in vereniging met de eeuwige Godheid, aan als een verzoening voor de zonden van Zijn volk. Zo werden al hun zonden verzoend, geboet, weggedaan en uitgewist, en zullen zij hun nooit meer toegerekend worden.

Dit is het grote geheim van de verlossende liefde en het verzoenende bloed. Hier schittert het kruis in al zijn luister. Hier ontmoeten God en de mens elkaar in de offerande van de Godmens. En hier heerst, te midden van lijden en smart, zuchten en tranen, door het bloed en de gehoorzaamheid van Gods geliefde Zoon, Die onze natuur heeft aangenomen, de genade door de rechtvaardigheid tot het eeuwige leven.

Brandofferen, noch offer voor de schuld
voldeden aan Uw eis noch eer.
Toen zeid’ ik: „Zie, ik kom, o Heer,
de rol des boeks is met mijn naam vervuld.
Mijn ziel, U opgedragen,
wil U alleen behagen.

Ps. 40:4

Aan de lezer…

Drukt de last van uw zonden zwaar op uw geweten? Weet u dat de zondaar óf zelf moet boeten, óf in de persoon van een Plaatsbekleder? Hier is het grote geheim van de verlossende liefde: Hij Die geen zonde gekend heeft, is zonde gemaakt voor de Zijnen. Vrijwillig stond Hij in de plaats van de zondaar, en Hij droeg in Zijn heilig lichaam en Zijn heilige ziel de straf die anderen verdiend hadden.

Aan het kruis droeg Hij ten volle de toorn van God en deed Hij de zonde teniet door Zijn eigen offerande. Daar werd een Fontein geopend tegen de zonde en tegen de onreinheid. Ziet u geen uitweg uit uw schuld? Zie dan op Hem. Voor allen die in Hem zijn, zijn de zonden verzoend, weggedaan en uitgewist, en zullen zij nooit meer toegerekend worden. Daar ontmoeten God en de zondaar elkaar, en alleen daar is rust voor een schuldig hart.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

31 maart 365 dagen met Philpot

Het lijden en sterven van Christus

Die in de dagen Zijns vleses, gebeden en smekingen tot Dengene, Die Hem uit de dood kon verlossen, met sterke roeping en tranen geofferd hebbende, en verhoord zijnde uit de vreze, hoewel Hij de Zoon was, nochtans gehoorzaamheid geleerd heeft, uit hetgeen Hij heeft geleden.
Hebreeën 5:7-8

Een paar druppels van Gods toorn, neergelaten in het geweten van een kind van God, hebben menige levende ziel doen uitroepen: „Ik draag Uw vervaarnissen, ik ben twijfelmoedig. Uw hittige toornigheden gaan over mij; Uw verschrikkingen doen mij vergaan” (Ps. 88:16,17). Maar wat is alles wat Job, Heman, Jeremia of Jona doorstonden, vergeleken met de vloed van pijn en verschrikking die de ziel van onze gezegende Heere overweldigde? Daarom lezen we over Hem in de hof, toen de eerste hevige kwellingen opkwamen, dat Hij „begon verbaasd en zeer beangst te worden” (Mar. 14:33). Daarom zei Hij tegen Zijn drie discipelen, die ooggetuigen van Zijn lijden zouden zijn: „Mijn ziel is geheel bedroefd tot de dood toe” (Matth. 26:38).

Die last was zo groot dat Zijn menselijke natuur onder het gewicht zou zijn bezweken en Zijn ziel en lichaam uit elkaar zouden zijn gescheurd, als er niet vier steunpilaren waren geweest. De eerste was de kracht van Zijn Godheid; want hoewel die haar kracht opzettelijk niet toonde, bleef zij onverbrekelijk met Zijn heilige mensheid verenigd. De tweede was de hulp en steun van de Heilige Geest, Die Zijn menselijke natuur ondersteunde onder de last die erop gelegd was. De derde was de vreugde die Hem was voorgesteld, waardoor Hij het kruis kon verdragen en de schande verachten (Hebr. 12:2). De vierde was de versterking door de dienende engel die uit de hemel was gestuurd (Luk. 22:43).

Zo gesteund en gesterkt zonk onze barmhartige Verlosser niet weg in de diepe wateren. Als onze grote Hogepriester heeft Hij „gebeden en smekingen tot Dengene, Die Hem uit de dood kon verlossen, met sterke roeping en tranen geofferd hebbende, en verhoord zijnde uit de vreze” (Hebr. 5:7). Dat was niet, zoals sommigen ten onrechte dachten, uit angst dat Zijn opdracht zou mislukken of dat Hij in de hel zou wegzinken. Het was omdat Hij Zijn heilige Vader vreesde met de eerbied van een Zoon; want kinderlijke vrees was, evenals elke andere genade, als Zijn schat in het hart van Jezus aanwezig (Jes. 11:2,3).

Lezen: Hebreeën 5

Aan de lezer…

Misschien, lezer, hebt u iets geproefd van die klacht: „Uw verschrikkingen doen mij vergaan.” Een paar druppels van Gods toorn in het geweten, en de ziel weet niet meer waar zij het zoeken moet. Maar wat is dat alles vergeleken met de vloed die over de ziel van onze gezegende Heere ging, toen Hij in de hof verbaasd en zeer beangst begon te worden? Hij bezweek niet, want Hij werd gedragen: door de kracht van Zijn Godheid, door de Heilige Geest, door de vreugde die Hem was voorgesteld, en door de engel die uit de hemel kwam om Hem te versterken.

Hij heeft met sterke roeping en tranen gebeden, en Hij is verhoord. Zou Hij, Die zo de weg van het lijden heeft leren kennen, dan vreemd staan tegenover uw benauwdheid? Breng uw gebeden en smekingen, hoe zwak en gebroken ook, tot Hem. Hij weet wat tranen zijn, en Hij is de grote Hogepriester voor wie uit de diepte roept.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

31 maart Door Baca’s vallei

Maar Hij zal gedachten denken, dat Hij de verstotene niet van Zich verstote.
2 Samuël 14:14

De belofte luidt: „En het weggedrevene zal Ik wederbrengen,” Ezech. 34:16. Schuld, verzoeking, satan, twijfels en vrezen hadden hen van de woning van de tabernakel weggedreven. Toch had de Heere hen lief. Hij zegt: „Ik zal wederbrengen.” Maar hoe? Door niets anders dan door een besef van barmhartigheid. Het gebeurt niet door verschrikking, maar door bemoediging. Ik trok hen, zegt de Heere, met touwen der liefde (dat zijn de tedere gewaarwordingen die in het hart geschonken worden), met koorden der liefde.

U kunt donderen en bliksemen, de zweep nemen en de afvallige afranselen, maar u kunt hem nooit naar huis slaan. Hij moet door genade getrokken worden, door de goedertierenheid van God, en die leidt tot bekering. Hoe werd Petrus teruggebracht? Doordat Jezus hem aankeek toen hij in de zaal van de hogepriester stond: die blik van liefde, vermengd met verwijt. Die blik deed Petrus naar buiten gaan en bitter wenen. Een gefronst gezicht zou hem tot wanhoop gedreven hebben en hem de weg van Judas hebben laten inslaan; maar die blik, waarin berisping en liefde gemengd waren, verwondde en genas, en vervulde zijn hart met het diepste berouw en verdriet.

En die blik goot zo’n helende balsem in zijn smartende ziel dat hij, toen Jezus uit de dood was opgestaan en hem door Zijn engel de bijzondere boodschap had laten brengen dat hij Hem in Galilea weer zou zien, in zee sprong om bij Hem te komen toen Hij aan de oever van de zee van Tiberias stond. Zo werd de arme, weggedreven Petrus teruggebracht. En zo werd ook de arme, afgedwaalde David door de stem van vergeving teruggebracht. Want de Heere vindt middelen om de verstotene niet van Zich te verstoten.

Aan de lezer…

Voelt u zich weggedreven door schuld, verzoeking, twijfels en vrezen, zo ver dat u niet meer weet hoe u de weg terug moet vinden? Luister dan naar wat hier staat: Hij zal gedachten denken, dat Hij de verstotene niet van Zich verstote. De Heere heeft de Zijnen lief, ook wanneer zij afgedwaald zijn, en Hij zegt: „Ik zal wederbrengen.” Hij doet het niet door verschrikking, want een afvallige kan nooit naar huis geslagen worden, maar met touwen der liefde.

Denk aan de discipel die zijn Meester verloochende. Een gefronst gezicht zou hem tot wanhoop gedreven hebben, maar die ene blik van liefde, vermengd met verwijt, verwondde en genas tegelijk. Hij ging naar buiten en weende bitter, en later sprong hij in zee om maar bij zijn Heere te komen. Zo vindt de Heere nog altijd middelen om Zijn afgedwaalden terug te brengen. Wacht niet tot u uzelf beter gemaakt hebt; laat u trekken door Zijn goedertierenheid, want die leidt tot bekering.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina