6 dagen geleden verschenen
Het gesprek van een gelovige met zijn ziel
Een uitleg van Psalm 42:12 als gesprek tussen David en zijn ziel: waarom de ziel terneergeslagen en onrustig is, waarom ze op God moet hopen en hoe die hoop uitloopt…
12 dagen geleden verschenen
Het woord van Gods genade
Een uitleg van Handelingen 20:32: Paulus beveelt de oudsten van Efeze aan God en aan het woord van Zijn genade. Alleen dat woord, door de Geest toegepast, bouwt de ziel…
2 weken geleden verschenen
Schatten in de duisternis
Uitleg van Jesaja 45:2,3 voor Gods kinderen: de Heere gaat voor hen uit, maakt kromme wegen recht, verbreekt koperen deuren en ijzeren grendels, geeft verborgen schatten en leert hen zo…
Verkrijgen en verliezen
Naar Prediker 3:6: een levende ziel verkrijgt geestelijke dingen, van kennis van God en van zichzelf tot geloof en vergeving, maar verliest ook haar eigen gerechtigheid en kracht. De preek…
Het schudden van wat gemaakt is en de vastheid van wat gegeven is
Over Hebreeën 12:27,28: wat gemaakt is, wordt geschud en weggenomen, wat God geeft blijft. Het Koninkrijk dat niet bewogen kan worden wordt door geloof ontvangen, door genade vastgehouden en draagt…
Korenaren Uit De Volle Oogst
Gij stelt onze ongerechtigheden voor U; onze heimelijke zonden in het licht Uws aanschijns.
Psalm 90:8
Zo getuigde Mozes, de man Gods, en Job wist het bij ervaring: „Want Gij schrijft tegen mij bittere dingen: en Gij doet mij erven de misdaden mijner jonkheid” (Job 13:26). Maar ofschoon de Heere de ongerechtigheden Zijns volks in het licht Zijns aanschijns stelt, en ze hen krachtig en zwaar op het geweten doet drukken, en hen ten minste voor een tijd in ellende en smart laat verzinken, wil Hij hen schragen onder de zware last, opdat zij er niet geheel onder verpletterd worden. Ik geloof, dat indien er een enkele genade is, die meer dan een andere in de gemeente Gods tegenwoordig wordt over het hoofd gezien, dan is het de genade des berouws.
Ofschoon het ligt op de drempel der ware godzaligheid, ofschoon het in het Evangelie, dat Paulus predikte, een hoofdbeginsel was, want hij betuigde beiden, Joden en Grieken, de bekering tot God, en het geloof in onze Heere Jezus Christus (Hand. 20:21), hoe wordt het toch over het hoofd gezien! Er wordt gesproken van geloof, hoop en liefde; maar het berouw, de verslagenheid, de smart over de zonde, hoe vaak wordt dit gedeelte van Gods werk op de ziel voorbijgezien. Maar de Heere zal het niet voorbijzien! Hij zal die geheime zonden aan het licht brengen en ze in het licht Zijns aanschijns stellen, en als Hij ze legt op het geweten des zondaars, zal deze gevoelen hoe kwaad en bitter het is tegen de Heere gezondigd te hebben.
Want ik gevoel de grootheid van mijn kwaad,
mijn zonde zie ’k mij steeds voor ogen zweven.
’k Heb tegen U, ja U alleen misdreven,
Uw wil en wet, hoe heilig, stout versmaad;
ik heb gedaan, wat kwaad was in Uw oog:
dies ben ik, Heer, Uw gramschap dubbel waardig!
’k Erken mijn schuld, die U tot straf bewoog.
Uw doen is rein. Uw vonnis gans rechtvaardig.
Ps. 51:2
Aan de lezer…
Wie een zonde op zijn geweten heeft die hij liever verborgen had gehouden, weet hoe zwaar dat kan drukken, en u kent dat wellicht zelf. Misschien was het lang vergeten, een misdaad uit uw jonkheid, en nu staat het ineens weer voor uw ogen in het licht van Gods aanschijn. Dat is bitter, en het kan de ziel voor een tijd doen verzinken in smart. Maar wees niet te snel om het weg te redeneren of er doorheen te willen springen.
Het berouw wordt zo vaak voorbijgezien, en toch ligt het op de drempel der ware godzaligheid. De Heere ziet het niet voorbij. Hij laat de zondaar voelen hoe kwaad en bitter het is tegen Hem gezondigd te hebben, maar Hij schraagt hem ook onder die last, opdat hij niet verpletterd wordt. Het is dezelfde weg die het Evangelie wijst: bekering tot God en geloof in onze Heere Jezus Christus. Laat uw droefheid u dan tot Hem drijven, en niet van Hem af.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Gij stelt onze ongerechtigheden voor U; onze heimelijke zonden in het licht Uws aanschijns.
Psalm 90:8
Zo getuigde Mozes, de man Gods, en Job wist het bij ervaring: „Want Gij schrijft tegen mij bittere dingen: en Gij doet mij erven de misdaden mijner jonkheid” (Job 13:26). Maar hoewel de Heere de ongerechtigheden van Zijn volk in het licht van Zijn aangezicht stelt, ze krachtig en zwaar op hun geweten laat drukken en hen ten minste voor een tijd in ellende en smart laat wegzinken, wil Hij hen onder die zware last ondersteunen, zodat zij er niet helemaal onder verpletterd worden. Ik geloof dat, als er één genade is die in de gemeente van God tegenwoordig meer dan een andere over het hoofd wordt gezien, het de genade van het berouw is.
Hoewel het op de drempel van de ware godzaligheid ligt, en hoewel het een hoofdbeginsel was in het Evangelie dat Paulus predikte, want hij betuigde beiden, Joden en Grieken, de bekering tot God en het geloof in onze Heere Jezus Christus (Hand. 20:21), hoe wordt het toch over het hoofd gezien! Er wordt gesproken over geloof, hoop en liefde, maar hoe vaak wordt het berouw, de verslagenheid, de smart over de zonde, dit deel van Gods werk in de ziel, voorbijgezien! Maar de Heere zal het niet voorbijzien! Hij zal die geheime zonden aan het licht brengen en ze in het licht van Zijn aangezicht stellen. En wanneer Hij ze op het geweten van de zondaar legt, zal deze voelen hoe kwaad en bitter het is tegen de Heere gezondigd te hebben.
Want ik gevoel de grootheid van mijn kwaad,
mijn zonde zie ’k mij steeds voor ogen zweven.
’k Heb tegen U, ja U alleen misdreven,
Uw wil en wet, hoe heilig, stout versmaad;
ik heb gedaan, wat kwaad was in Uw oog:
dies ben ik, Heer, Uw gramschap dubbel waardig!
’k Erken mijn schuld, die U tot straf bewoog.
Uw doen is rein. Uw vonnis gans rechtvaardig.
Ps. 51:2
Aan de lezer…
Wie een zonde op zijn geweten heeft die hij liever verborgen had gehouden, weet hoe zwaar dat kan drukken, en misschien kent u dat zelf. Misschien was het lang vergeten, een misdaad uit uw jeugd, en nu staat het ineens weer voor uw ogen in het licht van Gods aangezicht. Dat is bitter, en het kan de ziel voor een tijd in smart laten wegzinken. Maar wees niet te snel om het weg te redeneren of eroverheen te willen stappen.
Het berouw wordt zo vaak voorbijgezien, en toch ligt het op de drempel van de ware godzaligheid. De Heere ziet het niet voorbij. Hij laat de zondaar voelen hoe kwaad en bitter het is tegen Hem gezondigd te hebben, maar Hij ondersteunt hem ook onder die last, zodat hij niet verpletterd wordt. Het is dezelfde weg die het Evangelie wijst: bekering tot God en geloof in onze Heere Jezus Christus. Laat uw droefheid u dan tot Hem drijven, en niet van Hem af.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Thou hast set our iniquities before Thee, our secret sins in the light of Thy countenance.
Psalm 90:8
Thus Moses the man of God testified, and so Job found it—“For you write bitter things against me, and make me to possess the iniquities of my youth” (Job 13:26). But though the Lord sets His people’s sins in the light of His countenance, and brings them to bear with weight and power upon their conscience, and thus for a time at least lets them sink and fall into distress and grief, He will support them under the heavy load, that they may not altogether be crushed by it.
I do think, that if there is one single grace more overlooked than another in the Church of God at the present day, it is the ‘grace of repentance’. Though it lies at the very threshold of vital godliness, though it was one main element in the gospel that Paul preached, for he “testified both to the Jews and also to the Greeks repentance toward God, and faith toward our Lord Jesus Christ” (Acts 20:21), yet how it is passed by. Men speak of faith, hope, and love; but repentance, contrition, godly sorrow for sin, how much this part of God’s work upon the soul is passed by.
But the Lord will not pass it by. Books may pass it by; men may pass it by; ministers may pass it by; but the Lord will not pass it by. He will bring out these secret sins and set them in the light of His countenance; and when He lays them upon the sinner’s conscience, He will make him feel what an evil and bitter thing it is to have sinned against the Lord.
To the reader…
Whoever has a sin on his conscience that he would rather have kept hidden knows how heavily that can press, and perhaps you know it yourself. Perhaps it was long forgotten, a sin of your youth, and now it suddenly stands before your eyes again in the light of God’s countenance. That is bitter, and it can make the soul sink into sorrow for a time. But do not be too quick to reason it away or to want to step over it.
Repentance is so often passed by, and yet it lies at the very threshold of true godliness. The Lord does not pass it by. He makes the sinner feel what an evil and bitter thing it is to have sinned against Him, but He also supports him under that burden, so that he is not crushed. It is the same way the gospel points to: repentance toward God, and faith toward our Lord Jesus Christ. So let your sorrow drive you to Him, and not away from Him.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Pusiste nuestras maldades delante de Ti, nuestros yerros a la luz de Tu rostro.
Salmo 90:8
Así lo testificó Moisés, varón de Dios, y así lo halló Job: “Porque escribes contra mí amarguras, y me haces cargo de los pecados de mi mocedad” (Job 13:26). Pero aunque el Señor pone los pecados de Su pueblo a la luz de Su rostro, y los hace pesar con peso y poder sobre su conciencia, y así, al menos por un tiempo, los deja hundirse y caer en angustia y dolor, Él los sostendrá bajo la pesada carga, para que no sean del todo aplastados por ella.
Creo de veras que, si hay una sola gracia más pasada por alto que otra en la Iglesia de Dios en el día presente, es la ‘gracia del arrepentimiento’. Aunque está en el mismo umbral de la piedad vital, aunque fue un elemento principal del evangelio que Pablo predicaba, pues él testificaba “a los judíos y a los gentiles arrepentimiento para con Dios, y la fe en nuestro Señor Jesucristo” (Hechos 20:21), sin embargo, ¡cómo se pasa por alto! Los hombres hablan de fe, esperanza y amor; pero el arrepentimiento, la contrición, la tristeza piadosa por el pecado, ¡cuánto se pasa por alto esta parte de la obra de Dios en el alma!
Pero el Señor no la pasará por alto. Los libros pueden pasarla por alto; los hombres pueden pasarla por alto; los ministros pueden pasarla por alto; pero el Señor no la pasará por alto. Él sacará a luz estos pecados secretos y los pondrá a la luz de Su rostro; y cuando los ponga sobre la conciencia del pecador, le hará sentir cuán malo y amargo es haber pecado contra el Señor.
Al lector…
Quien tiene en su conciencia un pecado que habría preferido mantener oculto sabe cuán pesadamente puede oprimir, y quizá usted mismo lo sabe. Quizá estaba olvidado hace mucho, un pecado de su juventud, y ahora de pronto está otra vez delante de sus ojos a la luz del rostro de Dios. Eso es amargo, y puede hacer que el alma se hunda por un tiempo en la tristeza. Pero no se apresure a razonarlo hasta hacerlo desaparecer ni a querer pasar por encima de ello.
El arrepentimiento se pasa por alto con tanta frecuencia, y sin embargo está en el mismo umbral de la verdadera piedad. El Señor no lo pasa por alto. Hace sentir al pecador cuán malo y amargo es haber pecado contra Él, pero también le sostiene bajo esa carga, para que no sea aplastado. Es el mismo camino que señala el evangelio: arrepentimiento para con Dios, y la fe en nuestro Señor Jesucristo. Deje, pues, que su tristeza le lleve a Él, y no lejos de Él.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
365 Dagen Met Philpot
Vervolgen de Heere te kennen
Dan zullen wij kennen, wij zullen vervolgen om de HEERE te kennen. Zijn uitgang is bereid als de dageraad; en Hij zal tot ons komen als een regen, als de spade regen, en als de vroege regen des lands.
Hosea 6:3
Dat Jezus zal uittrekken om Zijn volk te verlossen, is net zo zeker als dat de zon morgen opgaat. Zo zeker als de ochtend na de nacht komt, zo zeker zal Jezus uittrekken naar de belofte in onze tekst. En heeft het woord „bereid” niet iets dat zowel zoet als betekenisvol is? Er vindt een voorbereiding plaats voor de zon opgaat; en niet alleen opdat hij uit zijn kamer als bruidegom kan komen, en zich als een sterk man kan verheugen een wedstrijd te lopen, maar als voortkomend uit de voorafgaande duisternis, en om alles licht te maken.
Zie hoe de ochtend uit de donkerte van de nacht voortkomt! Is het niet altijd nacht voor het ochtend wordt? We hebben niet altijd daglicht tot onze beschikking. Een donkere nacht van smart en verwarring gaat vaak vooraf aan Gods morgen, donkerder dan de nacht die voorafgaat aan het opgaan van de natuurlijke zon. Hoe vaak verduisteren nevel en mist de zon als hij begint op te komen. Toch is het ochtend, en spoedig zullen ze zijn verdreven. Net zo zeker zal de Heere Zichzelf aan uw ziel kenbaar maken als u „vervolgt”.
Maar komt de ochtend niet geleidelijk? Voor de zon opkomt, vindt er een voorbereiding plaats voor zijn verschijnen. Zijn stralen trekken, als voorboden van zijn komst, strepen aan de oostelijke hemel, terwijl hijzelf nog achter de horizon is. En soms glinstert de morgenster als een diamant in het oosten, zijn nadering aankondigend en zijn spoedige verschijning verkondigend. Zo is het vaak in de genade; ik wil niet zeggen altijd, want soms breekt de Zon der gerechtigheid plotseling los uit de donkerte van de nacht. Maar vaak, zo niet meestal, wordt de komst van de Heere in de genade voorbereid als de ochtend in de natuur.
Er zijn stralen van de aankomende morgen voordat de Zon Zelf opgaat voor de ziel; de aanstaande barmhartigheid, het dagen van hoop, de verwachting van zichtbare verlossing, breken genadig door: „Doch gij, o mijn ziel! zwijg Gode; want van Hem is mijn verwachting” (Ps. 62:5); goed lezen, luisteren of bidden, zijn glimpen en vluchtige blikken van de Koning in Zijn schoonheid die het hart doen gevoelen en de tong zeggen: „O Heere, wat zijt Gij mijn ziel dierbaar.” Al deze voorbereidingen gaan vooraf aan de Bruidegom en kondigen Hem aan als Hij uit Zijn kamer komt.
En soms straalt, als de geestelijke dag begint, de Morgenster, die opgaat in het hart (2 Petr. 1:19). We kunnen dit wellicht opvatten als een belofte die aan de ziel met speciale zalf en kracht wordt toegediend als een voorspelling van toekomstig goeds. Maar in de loop der tijd komt de Zon Zelf als een gezegende onthulling van Christus aan de ziel; een genadige onthulling van de Zoon van God in de heerlijkheid van Zijn Persoon en de werking van Zijn bloed.
Lezen: 2 Petrus 1
Aan de lezer…
Misschien is het nacht in uw ziel, en schijnt het u alsof de morgen nooit zal komen. Smart en verwarring liggen als nevel over uw weg, en u ziet geen licht. Bedenk dan, waarde lezer, dat het altijd nacht is voordat het morgen wordt. Zo zeker als de zon na de duisternis opgaat, zo zeker zal de Heere Zich aan de ziel kenbaar maken die naar Hem blijft uitzien. Zijn uitgang is bereid als de dageraad.
Let daarom op de eerste stralen. Een woord dat u treft bij het lezen, een ogenblik van hoop in het gebed, een glimp van de Koning in Zijn schoonheid waarbij uw hart zegt: „O Heere, wat zijt Gij mijn ziel dierbaar”: veracht zulke voorboden niet. Zij kondigen de Bruidegom aan. Zwijg Gode en wacht op Hem; de Zon der gerechtigheid zal opgaan, en Hij zal u Zichzelf tonen in de heerlijkheid van Zijn Persoon en de kracht van Zijn bloed.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Dan zullen wij kennen, wij zullen vervolgen om de HEERE te kennen. Zijn uitgang is bereid als de dageraad; en Hij zal tot ons komen als een regen, als de spade regen, en als de vroege regen des lands.
Hosea 6:3
Dat Jezus zal uittrekken om Zijn volk te verlossen, is net zo zeker als dat de zon morgen opgaat. Zo zeker als de ochtend na de nacht komt, zo zeker zal Jezus uittrekken volgens de belofte in onze tekst. En heeft het woord „bereid” niet iets wat zowel zoet als veelzeggend is? Er vindt een voorbereiding plaats voordat de zon opgaat. Dat gebeurt niet alleen zodat hij als een bruidegom uit zijn kamer kan komen en zich als een sterke man kan verheugen om een wedstrijd te lopen, maar ook omdat hij voortkomt uit de duisternis die eraan voorafgaat, en om alles licht te maken.
Zie hoe de ochtend uit de donkerte van de nacht voortkomt! Is het niet altijd nacht voordat het ochtend wordt? We hebben niet altijd daglicht tot onze beschikking. Een donkere nacht van smart en verwarring gaat vaak vooraf aan Gods morgen, donkerder dan de nacht die voorafgaat aan het opgaan van de natuurlijke zon. Hoe vaak verduisteren nevel en mist de zon wanneer hij begint op te komen. Toch is het ochtend, en spoedig zullen ze verdreven zijn. Even zeker zal de Heere Zichzelf aan uw ziel bekendmaken als u „vervolgt”.
Maar komt de ochtend niet geleidelijk? Voordat de zon opkomt, wordt zijn verschijnen voorbereid. Zijn stralen trekken als voorboden van zijn komst strepen langs de oostelijke hemel, terwijl hijzelf nog achter de horizon is. En soms fonkelt de morgenster als een diamant in het oosten; zij kondigt zijn nadering aan en verkondigt dat hij spoedig zal verschijnen. Zo is het vaak in de genade. Ik wil niet zeggen altijd, want soms breekt de Zon der gerechtigheid plotseling los uit de donkerte van de nacht. Maar vaak, zo niet meestal, wordt de komst van de Heere in de genade voorbereid zoals de ochtend in de natuur.
Er zijn stralen van de aankomende morgen voordat de Zon Zelf voor de ziel opgaat. De naderende barmhartigheid, het dagen van hoop, de verwachting van zichtbare verlossing breken genadig door: „Doch gij, o mijn ziel! zwijg Gode; want van Hem is mijn verwachting” (Ps. 62:5). Goed lezen, luisteren of bidden geeft glimpen en vluchtige blikken van de Koning in Zijn schoonheid, die het hart doen voelen en de tong doen zeggen: „O Heere, wat zijt Gij mijn ziel dierbaar.” Al deze voorbereidingen gaan vooraf aan de Bruidegom en kondigen Hem aan wanneer Hij uit Zijn kamer komt.
En soms gaat, wanneer de geestelijke dag begint, de Morgenster op in het hart (2 Petr. 1:19). We kunnen dit misschien opvatten als een belofte die met bijzondere zalving en kracht aan de ziel wordt toegepast, als een voorzegging van toekomstig goed. Maar na verloop van tijd komt de Zon Zelf, als een gezegende onthulling van Christus aan de ziel: een genadige onthulling van de Zoon van God in de heerlijkheid van Zijn Persoon en de werking van Zijn bloed.
Lezen: 2 Petrus 1
Aan de lezer…
Misschien is het nacht in uw ziel, en lijkt het u alsof de morgen nooit zal komen. Smart en verwarring liggen als nevel over uw weg, en u ziet geen licht. Bedenk dan, beste lezer, dat het altijd nacht is voordat het morgen wordt. Zo zeker als de zon na de duisternis opgaat, zo zeker zal de Heere Zich bekendmaken aan de ziel die naar Hem blijft uitzien. Zijn uitgang is bereid als de dageraad.
Let daarom op de eerste stralen. Een woord dat u treft bij het lezen, een ogenblik van hoop in het gebed, een glimp van de Koning in Zijn schoonheid waarbij uw hart zegt: „O Heere, wat zijt Gij mijn ziel dierbaar”: veracht zulke voorboden niet. Zij kondigen de Bruidegom aan. Zwijg Gode en wacht op Hem; de Zon der gerechtigheid zal opgaan, en Hij zal Zichzelf aan u tonen in de heerlijkheid van Zijn Persoon en de kracht van Zijn bloed.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Then shall we know, if we follow on to know the LORD: His going forth is prepared as the morning; and He shall come unto us as the rain, as the latter and former rain unto the earth.
Hosea 6:3
That Jesus will go forth to save His people is as certain as that the sun will rise tomorrow. As surely as morning follows night, so surely will Jesus go forth according to the promise in our text. And has not the word “prepared” something in it both sweet and significant? A preparation takes place before the sun rises. This is not only that he may come forth as a bridegroom out of his chamber and rejoice as a strong man to run a race, but also because he comes forth out of the darkness that precedes him, and to make all things light.
See how the morning comes forth out of the darkness of the night! Is it not always night before it is morning? We do not always have daylight at our command. A dark night of sorrow and perplexity often precedes God’s morning, darker than the night which precedes the rising of the natural sun. How often fog and mist obscure the sun when he begins to rise. Yet it is morning, and soon they will be dispersed. Just as surely will the Lord make Himself known to your soul if you “follow on.”
But does not the morning come gradually? Before the sun rises, his appearing is prepared. His rays, as forerunners of his coming, streak the eastern sky while he himself is still below the horizon. And sometimes the morning star sparkles like a diamond in the east; she announces his approach and proclaims that he will soon appear. So it often is in grace. I do not say always, for sometimes the Sun of righteousness breaks suddenly out of the darkness of the night. But often, if not mostly, the coming of the Lord in grace is prepared like the morning in nature.
There are rays of the coming morning before the Sun Himself rises upon the soul. Approaching mercy, the dawning of hope, the expectation of manifest deliverance graciously break through: “My soul, wait thou only upon God; for my expectation is from Him” (Psalm 62:5). Reading, hearing or praying aright gives glimpses and passing views of the King in His beauty, which make the heart feel and the tongue say, “O Lord, how precious Thou art to my soul.” All these preparations go before the Bridegroom and announce Him when He comes forth out of His chamber.
And sometimes, when the spiritual day begins, the Day Star arises in the heart (2 Peter 1:19). We may perhaps understand this as a promise applied to the soul with special unction and power, as a foretelling of good to come. But in due time the Sun Himself comes, as a blessed discovery of Christ to the soul: a gracious revelation of the Son of God in the glory of His Person and the efficacy of His blood.
Reading: 2 Peter 1
To the reader…
Perhaps it is night in your soul, and it seems to you as if the morning will never come. Sorrow and perplexity lie like mist over your way, and you see no light. Remember, then, dear reader, that it is always night before it is morning. As surely as the sun rises after the darkness, so surely will the Lord make Himself known to the soul that keeps looking to Him. His going forth is prepared as the morning.
Watch, therefore, for the first rays. A word that strikes you in reading, a moment of hope in prayer, a glimpse of the King in His beauty at which your heart says, “O Lord, how precious Thou art to my soul”: do not despise such forerunners. They announce the Bridegroom. Wait only upon God; the Sun of righteousness will arise, and He will show Himself to you in the glory of His Person and the power of His blood.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y conoceremos, y proseguiremos en conocer a Jehová: como el alba está aparejada Su salida, y vendrá a nosotros como la lluvia, como la lluvia tardía y temprana a la tierra.
Oseas 6:3
Que Jesús saldrá para salvar a Su pueblo es tan cierto como que el sol saldrá mañana. Tan seguro como que la mañana sigue a la noche, tan seguro saldrá Jesús conforme a la promesa de nuestro texto. ¿Y no tiene la palabra “aparejada” algo a la vez dulce y significativo? Antes de que el sol salga tiene lugar una preparación. Esto no es solo para que salga como un novio de su tálamo y se alegre cual gigante para correr el camino, sino también porque sale de la oscuridad que le precede, y para llenarlo todo de luz.
¡Vea cómo la mañana sale de la oscuridad de la noche! ¿No es siempre de noche antes de que sea de mañana? No siempre tenemos la luz del día a nuestra disposición. Una noche oscura de tristeza y perplejidad precede a menudo a la mañana de Dios, más oscura que la noche que precede a la salida del sol natural. ¡Cuántas veces la niebla y la bruma oscurecen el sol cuando comienza a salir! Sin embargo, es de mañana, y pronto serán disipadas. Con la misma certeza el Señor se dará a conocer a su alma si usted “prosigue”.
Pero ¿no viene la mañana gradualmente? Antes de que el sol salga, su aparición es preparada. Sus rayos, como precursores de su venida, surcan el cielo del oriente mientras él mismo está todavía bajo el horizonte. Y a veces el lucero de la mañana brilla como un diamante en el oriente; anuncia su llegada y proclama que pronto aparecerá. Así sucede a menudo en la gracia. No digo siempre, porque a veces el Sol de justicia irrumpe de repente de la oscuridad de la noche. Pero a menudo, si no la mayoría de las veces, la venida del Señor en la gracia es preparada como la mañana en la naturaleza.
Hay rayos de la mañana que viene antes de que el Sol mismo salga sobre el alma. La misericordia que se acerca, el albor de la esperanza, la expectación de una liberación manifiesta irrumpen misericordiosamente: “Alma mía, en Dios solamente reposa; porque de Él es mi esperanza” (Salmo 62:5). El leer, oír u orar debidamente da vislumbres y visiones pasajeras del Rey en Su hermosura, que hacen sentir al corazón y decir a la lengua: “Oh Señor, cuán precioso eres Tú para mi alma”. Todas estas preparaciones van delante del Esposo y le anuncian cuando sale de Su tálamo.
Y a veces, cuando comienza el día espiritual, el lucero de la mañana sale en el corazón (2 Pedro 1:19). Quizá podamos entender esto como una promesa aplicada al alma con especial unción y poder, como un presagio del bien que ha de venir. Pero a su debido tiempo viene el Sol mismo, como un bendito descubrimiento de Cristo al alma: una revelación misericordiosa del Hijo de Dios en la gloria de Su Persona y la eficacia de Su sangre.
Lectura: 2 Pedro 1
Al lector…
Quizá sea de noche en su alma, y le parezca que la mañana nunca llegará. La tristeza y la perplejidad yacen como niebla sobre su camino, y no ve luz alguna. Recuerde, pues, querido lector, que siempre es de noche antes de que sea de mañana. Tan seguro como que el sol sale después de la oscuridad, tan seguro se dará a conocer el Señor al alma que sigue mirando a Él. Como el alba está aparejada Su salida.
Esté atento, por tanto, a los primeros rayos. Una palabra que le toca al leer, un momento de esperanza en la oración, un vislumbre del Rey en Su hermosura ante el cual su corazón dice: “Oh Señor, cuán precioso eres Tú para mi alma”: no desprecie tales precursores. Anuncian al Esposo. Repose solamente en Dios; el Sol de justicia saldrá, y se le mostrará en la gloria de Su Persona y el poder de Su sangre.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Door Baca's Vallei
Dewijl wij nu dezelfde Geest des geloofs hebben, gelijk er geschreven is: Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken; zo geloven wij ook, daarom spreken wij ook.
2 Corinthe 4:13
Er moet een onderscheid gemaakt worden tussen geloof en de geest des geloofs. De geest des geloofs is het geloof in oefening. Het geloof gelijkt soms op een dag, als er geen wind waait. Het is zo stil, dat er nauwelijks een zuchtje is om een blad te doen bewegen. Maar enige tijd daarna komt er een aardig koeltje en blaast over de aarde.
Zo ook is het met het geloof en de geest des geloofs. Het geloof niet in oefening, is gelijk aan de stilte van een zomerdag, er beweegt of roert zich niets; het geloof in oefening is ook als die zomerdag, doch een flinke windkoelte doet zich tastbaar gevoelen. Indien God mij het geloof geschonken heeft, dan kan ik dit nooit uit mijn boezem verliezen. Eens een gelovige, blijft altijd een gelovige; want zo ik kon ophouden een gelovige te zijn, dan moest ik ook ophouden een kind van God te zijn; ik zou de zaligheid uit mijn hart verliezen, want ik ben door genade verlost en dat door het geloof.
En toch kunnen er tijden en stonden zijn, dat ik niet veel van de geest des geloofs heb. Het geloof moge al zeer traag zijn, ik wil niet zeggen, dat het stilstaat, want dit zou bijna willen zeggen, dat het dood is; maar ik wil zeggen, dat het kalm, bedaard, rustig is, net als een vogel, die de kop onder de vleugels steekt. Maar op een gegeven ogenblik komt er een opleving, een beweging, een heilzaam blazen van de Geest: „Ontwaak, Noordenwind, en kom, Gij Zuidenwind, doorwaai Mijn hof”, Hooglied 4:16. „Gij Geest, kom aan van de vier winden en blaas”, Ezech. 37:9. Deze hemelse adem des Heiligen Geestes werkt op het geloof, doet het ontwaken, doet het herleven en wekt het op tot een levendige werkzaamheid.
Zo verkrijgt het geloof de geest des geloofs en handelt het geestelijk en krachtig naar de mate, die God verleent. Johannes was in de geest op de dag des Heeren, Openb. 1:10. Hij was niet altijd in de geest door een levendige oefening, ofschoon hij nooit de Geest miste. Zo is het geloof, om zo te spreken, somtijds in de geest, en dan zijn de ogen open, gelijk de ogen van Johannes, om geestelijk te zien wat hij zichtbaar zag, namelijk de Persoon van Christus, en te horen inwendig wat hij uitwendig hoorde, namelijk de woorden van Christus.
Aan de lezer…
Is het stil in uw ziel, lezer, zo stil dat er nauwelijks een zuchtje is om een blad te bewegen? Lijkt uw geloof op een vogel die de kop onder de vleugels steekt, en vreest u daarom dat het er misschien nooit geweest is? Bedenk dan dat er onderscheid is tussen het geloof en de geest des geloofs. Wie eens het geloof ontvangen heeft, verliest het niet, ook al is het voor een tijd kalm en traag.
Maar berust niet in die stilte. Bid om het heilzaam blazen van de Geest, zoals de bruid riep: „Ontwaak, Noordenwind, en kom, Gij Zuidenwind, doorwaai Mijn hof.” Op een gegeven ogenblik komt die hemelse adem, en dan ontwaakt het geloof, herleeft het en gaan de ogen open om de Persoon van Christus te zien en Zijn woorden inwendig te horen. En wie zo gelooft, kan niet zwijgen, maar zegt: „Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Dewijl wij nu dezelfde Geest des geloofs hebben, gelijk er geschreven is: Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken; zo geloven wij ook, daarom spreken wij ook.
2 Corinthe 4:13
Er moet onderscheid gemaakt worden tussen het geloof en de geest des geloofs. De geest des geloofs is het geloof in oefening. Het geloof lijkt soms op een dag waarop er geen wind waait. Het is zo stil dat er nauwelijks een zuchtje is om een blad te laten bewegen. Maar een tijdje later steekt er een aangenaam briesje op dat over de aarde waait.
Zo is het ook met het geloof en de geest des geloofs. Het geloof dat niet in oefening is, lijkt op de stilte van een zomerdag: er beweegt of roert zich niets. Het geloof in oefening is ook als die zomerdag, maar dan is er een flinke koele wind die zich voelbaar maakt. Als God mij het geloof geschonken heeft, kan ik het nooit uit mijn hart verliezen. Eens een gelovige, altijd een gelovige. Want als ik zou kunnen ophouden een gelovige te zijn, dan zou ik ook moeten ophouden een kind van God te zijn; ik zou de zaligheid uit mijn hart verliezen, want ik ben door genade verlost, en dat door het geloof.
En toch kunnen er tijden en momenten zijn waarin ik niet veel van de geest des geloofs heb. Het geloof kan heel traag zijn. Ik wil niet zeggen dat het stilstaat, want dat zou bijna betekenen dat het dood is. Maar ik bedoel dat het kalm, bedaard en rustig is, net als een vogel die zijn kop onder zijn vleugels steekt. Maar op een gegeven ogenblik komt er een opleving, een beweging, een heilzaam blazen van de Geest: „Ontwaak, Noordenwind, en kom, Gij Zuidenwind, doorwaai Mijn hof”, Hooglied 4:16. „Gij Geest, kom aan van de vier winden en blaas”, Ezech. 37:9. Deze hemelse adem van de Heilige Geest werkt op het geloof, doet het ontwaken en herleven, en wekt het op tot een levendige werkzaamheid.
Zo krijgt het geloof de geest des geloofs en handelt het geestelijk en krachtig, naar de mate die God geeft. Johannes was in de geest op de dag des Heeren, Openb. 1:10. Hij was niet altijd in de geest door een levendige oefening, hoewel hij de Geest nooit miste. Zo is het geloof als het ware soms in de geest. Dan zijn de ogen open, zoals de ogen van Johannes, om geestelijk te zien wat hij met zijn ogen zag, namelijk de Persoon van Christus, en om innerlijk te horen wat hij uiterlijk hoorde, namelijk de woorden van Christus.
Aan de lezer…
Is het stil in uw ziel, zo stil dat er nauwelijks een zuchtje is om een blad te bewegen? Lijkt uw geloof op een vogel die zijn kop onder zijn vleugels steekt, en vreest u daarom dat het er misschien nooit geweest is? Bedenk dan dat er onderscheid is tussen het geloof en de geest des geloofs. Wie eens het geloof ontvangen heeft, verliest het niet, ook al is het een tijd kalm en traag.
Maar berust niet in die stilte. Bid om het heilzame blazen van de Geest, zoals de bruid riep: „Ontwaak, Noordenwind, en kom, Gij Zuidenwind, doorwaai Mijn hof.” Op een gegeven ogenblik komt die hemelse adem, en dan ontwaakt het geloof, herleeft het, en gaan de ogen open om de Persoon van Christus te zien en Zijn woorden innerlijk te horen. En wie zo gelooft, kan niet zwijgen, maar zegt: „Ik heb geloofd, daarom heb ik gesproken.”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“We having the same spirit of faith, according as it is written, I believed, and therefore have I spoken; we also believe, and therefore speak.”
2 Corinthians 4:13
There is a distinction to be made between faith and the spirit of faith. The spirit of faith is faith in exercise. Faith sometimes is like a day in which there is no wind blowing. It is so calm, that there scarcely appears to be any air stirring to move a leaf. But after a time a gentle breeze comes and blows over the earth. Thus it is with faith and the spirit of faith. Faith in repose is like the calm air of a summer’s day, when there is nothing moving or stirring; faith acting, faith in exercise, is like the same air in the gentle breeze which makes itself sensibly felt.
If God has given me faith, that faith is never lost out of my breast. If once a believer, I always am a believer; for if I could cease to believe, I would cease to be a child of God; I should lose salvation out of my heart, for I am saved by grace through faith. And yet there may be many times and seasons when I may not have much of the spirit of faith. Faith may be very inactive, I will not say stagnant, for that would almost imply death, but still, quiet, calm, sleeping like a bird with its head under its wing.
But in due time there is a stirring, a movement, a gracious blowing of the Spirit—“Awake, O north wind; and come, thou south; blow upon my garden” (Song Sol. 4:16). “Come from the four winds, O breath” (Ezek. 37:9). This heavenly breath of the Holy Spirit acts upon faith, awakens it, revives and reanimates it, and draws it forth into lively operation. It thus becomes a spirit of faith, acting spiritually and energetically according to its measure.
John was “in the Spirit on the Lord’s day” (Rev. 1:10). He was not always in the Spirit by lively action, though he was never out of the Spirit by His extinction. So faith is sometimes, so to speak, in the Spirit; and then its eyes are open, like the eyes of John, to see spiritually what he saw visibly, the Person of Christ, and its ear open to hear inwardly what he heard outwardly, the words of Christ.
To the reader…
Is it still in your soul, so still that there is hardly a breath to stir a leaf? Does your faith seem like a bird with its head tucked under its wing, and do you fear for that reason that it may never have been there at all? Remember, then, that there is a difference between faith and the spirit of faith. Whoever has once received faith does not lose it, even if for a time it is calm and sluggish.
But do not settle down in that stillness. Pray for the gracious blowing of the Spirit, as the bride cried, “Awake, O north wind; and come, thou south; blow upon my garden.” In due time that heavenly breath comes, and then faith awakens, revives, and the eyes are opened to see the Person of Christ and to hear His words inwardly. And whoever believes like this cannot keep silent, but says, “I believed, and therefore have I spoken.”
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Empero teniendo el mismo espíritu de fe, conforme a lo que está escrito: Creí, por lo cual también hablé: nosotros también creemos, por lo cual también hablamos.
2 Corintios 4:13
Hay que hacer una distinción entre la fe y el espíritu de fe. El espíritu de fe es la fe en ejercicio. La fe a veces es como un día en que no sopla el viento. Está tan en calma que apenas parece haber aire que se mueva para agitar una hoja. Pero al cabo de un tiempo viene una suave brisa y sopla sobre la tierra. Así sucede con la fe y el espíritu de fe. La fe en reposo es como el aire en calma de un día de verano, cuando nada se mueve ni se agita; la fe que actúa, la fe en ejercicio, es como ese mismo aire en la suave brisa que se deja sentir sensiblemente.
Si Dios me ha dado fe, esa fe nunca se pierde de mi pecho. Si una vez soy creyente, siempre soy creyente; porque si pudiera dejar de creer, dejaría de ser hijo de Dios; perdería la salvación de mi corazón, porque soy salvo por gracia por medio de la fe. Y, sin embargo, puede haber muchos tiempos y temporadas en que no tenga mucho del espíritu de fe. La fe puede estar muy inactiva —no diré estancada, porque eso casi implicaría muerte—, pero quieta, tranquila, en calma, dormida como un pájaro con la cabeza bajo el ala.
Pero a su debido tiempo hay un despertar, un movimiento, un soplo misericordioso del Espíritu: “Levántate, Aquilón, y ven, Austro: sopla mi huerto” (Cantares 4:16). “Espíritu, ven de los cuatro vientos” (Ezequiel 37:9). Este aliento celestial del Espíritu Santo actúa sobre la fe, la despierta, la reaviva y la reanima, y la saca a una operación viva. Así se convierte en un espíritu de fe, que actúa espiritual y enérgicamente según su medida.
Juan estaba “en el Espíritu en el día del Señor” (Apocalipsis 1:10). No estaba siempre en el Espíritu por una acción viva, aunque nunca estaba fuera del Espíritu por la extinción de Él. Así la fe está a veces, por así decirlo, en el Espíritu; y entonces sus ojos están abiertos, como los ojos de Juan, para ver espiritualmente lo que él vio visiblemente, la Persona de Cristo, y su oído abierto para oír interiormente lo que él oyó exteriormente, las palabras de Cristo.
Al lector…
¿Está quieta su alma, tan quieta que apenas hay un soplo que agite una hoja? ¿Le parece su fe un pájaro con la cabeza escondida bajo el ala, y teme por ello que quizá nunca haya estado allí? Recuerde entonces que hay una diferencia entre la fe y el espíritu de fe. Quien ha recibido una vez la fe no la pierde, aunque por un tiempo esté en calma y adormecida.
Pero no se acomode en esa quietud. Ore por el soplo misericordioso del Espíritu, como clamaba la esposa: “Levántate, Aquilón, y ven, Austro: sopla mi huerto.” A su debido tiempo viene ese aliento celestial, y entonces la fe despierta, se reaviva, y los ojos se abren para ver la Persona de Cristo y oír interiormente Sus palabras. Y quien cree así no puede callar, sino que dice: “Creí, por lo cual también hablé.”
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl