Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

20 maart Korenaren uit de volle oogst

Ik zal wandelen voor het aangezicht des Heeren, in de landen der levenden.
Psalm 116:9

Er is verschil tussen wandelen voor Gods aangezicht en wandelen met God. Wandelen voor Gods aangezicht is wandelen met het besef dat Gods oog altijd op ons gericht is. Het is wandelen met een verlangen naar wat aangenaam is in Gods ogen, onbesmet wandelen naar Zijn geboden, en zo wandelen voor de ogen van Zijn volk dat onze kleren niet door de wereld bevlekt zijn. Kortom, het is wandelen voor Zijn aangezicht in de eenzaamheid en in het openbaar, alleen en in gezelschap, voor de kerk en voor de wereld, bij dag en bij nacht, zoals wij behoren te wandelen: alsof wij Zijn heerlijke majesteit in de hemel hier steeds voor ogen hadden.

Als u nu dagelijks een diep besef met u meedroeg dat God elke gedachte ziet, elke beweging opmerkt, elk woord hoort en elke daad gadeslaat, dan zou die gedachte uw lichtzinnige, beuzelachtige en dwaze geest in toom houden. U zou de wacht houden over uw gedachten, uw woorden en uw daden, omdat u leefde in het besef dat Gods alziend oog u gadeslaat. Dat is wandelen voor Gods aangezicht.

Maar wij lezen dat Henoch met God wandelde. Dat is een hogere trap van het goddelijk leven. Wandelen met God is wandelen in lieflijke gemeenschap, in heilig vertrouwen, in een gezegend besef dat wij deel hebben aan Zijn liefde en genade, en zo met Hem wandelen en spreken zoals een man wandelt en spreekt met zijn vriend. Er zijn er die voor Gods aangezicht wandelen, maar hoe weinigen wandelen met God! Velen leven dagelijks met een meer of minder diep besef van Gods alomtegenwoordigheid en alwetendheid, en zijn toch niet toegelaten tot Zijn lieflijke gemeenschap en genieten de zegen van deze hemelse omgang niet.

’k Zal met verstand de weg betreên der vromen.
Wanneer zult Gij, mijn Bondsgod, tot mij komen?
Ik zal doen zien in al mijn huisbeleid
d’ oprechtigheid.

Psalm 101:2

Aan de lezer…

Wat een woord: wandelen voor het aangezicht van de Heere! Leeft u met het besef dat Gods oog op u gericht is? Niet alleen in de kerk, maar ook als u alleen bent; niet alleen overdag, maar ook ’s nachts? Het zou onze lichtzinnige en beuzelachtige geest wel in toom houden als wij dagelijks beseften dat Hij elke gedachte ziet en elk woord hoort. Wij moeten eerlijk erkennen hoe weinig wij zo wandelen, en hoe gemakkelijk onze kleren door de wereld bevlekt worden.

Maar het gaat nog verder. Met God wandelen is meer: het is in lieflijke gemeenschap en heilig vertrouwen met Hem omgaan, zoals een man met zijn vriend spreekt. Kent u daar weinig van, en verlangt u er toch naar? Laat dat verlangen dan een gebed worden. Hij Die Henoch tot Zich trok, is nog dezelfde, en Hij laat zulke behoeftigen niet zonder antwoord. Zeg dan met de psalmist: „Ik zal wandelen voor het aangezicht des Heeren.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

20 maart 365 dagen met Philpot

De gave van Christus

Onze Heere Jezus Christus, Die Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden, opdat Hij ons trekken zou uit deze tegenwoordige boze wereld, naar de wil van onze God en Vader; Dewelke zij de heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen.
Galaten 1:3-5

Er is meer dan de verdoemenis van de wereld waarvan Christus ons kwam verlossen door Zichzelf voor onze zonden te geven. Er zijn ook de mensen van de wereld, de mannen en vrouwen door wie we omringd zijn en met wie we in de dagelijkse bezigheden van het leven zo nauw verbonden zijn. Omgang met hen is tot op zekere hoogte onvermijdelijk, omdat ons werk en onze zaken dat noodzakelijk maken. Maar er is een grens die we niet moeten overschrijden. We moeten de mannen en vrouwen van deze wereld niet tot onze vrienden en metgezellen maken.

Als we wandelen in de raad van de goddelozen en staan op de weg van de zondaars, zullen we met hen geoordeeld worden. Als we daarentegen uit liefde tot de Heere omgaan met Zijn kinderen, zullen we delen in hun zegeningen. Laten we nooit vergeten dat de Heere Jezus Christus kwam om ons te bevrijden van alle omgang met Zijn vijanden, en om ons te verenigen met Zichzelf en met Zijn vrienden. Ik geloof zelfs dat een van de eerste tekenen van Gods genade in de ziel de scheiding is die zij teweegbrengt tussen ons en hen die tot dan toe onze voornaamste vrienden en metgezellen waren.

Het werk van God in het hart is een beslissend werk. Het laat geen halve maatregelen toe en geen compromissen. Van het begin af aan schept het een kloof tussen de wereld en ons, een kloof die we nooit willen overbruggen en nooit willen opvullen; we wensen alleen dat zij elke dag breder wordt en de scheiding steeds groter. Ik hoop dat ik wat mijzelf betreft oprecht kan zeggen dat ik geen enkele wereldse vriend of metgezel heb en die ook niet wens te hebben. Moge ik altijd gescheiden blijven van al zulke mensen, en moge ik leven en sterven in het zoete en enige gezelschap van de heiligen van God.

Lezen: Psalm 1

Aan de lezer…

U die de genade hebt leren kennen, mag uzelf wel afvragen met wie u omgaat. Het is geen kleine vraag. Wij kunnen de mensen van de wereld in ons dagelijks werk niet helemaal ontlopen, maar wie onze vrienden en metgezellen worden, zegt veel over waar ons hart is. Misschien hebt u ervaren dat de genade een scheiding bracht tussen u en hen die vroeger uw voornaamste vrienden waren, en hebt u daar pijn van gehad.

Wees niet bang voor die kloof. De Heere Jezus Christus heeft Zichzelf gegeven voor onze zonden, opdat Hij ons zou trekken uit deze tegenwoordige boze wereld en ons zou verenigen met Zichzelf en Zijn vrienden. Het werk van God in het hart laat geen halve maatregelen toe. Bid dan niet om de kloof te overbruggen, maar om een hart dat haar breder wenst. En zoek, als u kunt, het zoete gezelschap van hen die de Heere vrezen, want met hen zult u delen in Zijn zegen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

20 maart Door Baca’s vallei

Want die Hij tevoren gekend heeft, die heeft Hij ook tevoren verordineerd den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn; opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele broederen.
Romeinen 8:29

Het opgestane lichaam van Christus is het voorbeeld waaraan de lichamen van de heiligen gelijkvormig gemaakt worden. Want zoals wij het beeld van de aardse gedragen hebben, zo zullen wij ook het beeld van de Hemelse dragen. Dit is het heerlijke beeld waaraan alle heiligen gelijkvormig gemaakt worden. Dit opgestane lichaam van de gezegende Heere behoudt ten volle de wezenlijke eigenschappen van de mensheid — anders zou de vereniging van de menselijke natuur met de Godheid ophouden — maar toch is het onuitsprekelijk heerlijk. En aan dit heerlijke beeld zullen de heiligen gelijkvormig zijn. Ja, hun beeld zal zo heerlijk zijn dat wij ons in onze lage staat geen voorstelling kunnen maken van deze uitnemende heerlijkheid, zelfs niet van de mindere graad van heerlijkheid die de lichamen van de heiligen bij hun opstanding zullen hebben.

„Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk zullen wezen; want wij zullen Hem zien gelijk Hij is”, 1 Joh. 3:2. Maar hiervan kunnen wij overtuigd zijn, dat er altijd een wezenlijk en onoverbrugbaar onderscheid blijft tussen de heerlijkheid van de menselijke natuur van Christus en die van de heiligen. Zijn menselijke natuur, die in eeuwige vereniging is met Zijn Godheid, ontleent daaraan een heerlijkheid die verschilt van alle andere. Niets kan die heerlijkheid benaderen; niets kan met Hem vergeleken worden. De heerlijkheid van de maan kan nooit tippen aan de heerlijkheid van de zon, hoewel zij schijnt met het licht dat van de zon uitstraalt.

Hij zal ons vernederd lichaam veranderen en gelijkvormig maken aan Zijn heerlijk lichaam. Maar hoewel het gelijk zal zijn, zal het niet hetzelfde zijn. Het zal de eeuwige blijdschap van de heiligen zijn om Hem te zien zoals Hij is en aan Hem gelijk gemaakt te worden. Maar het zal hun ook eeuwige vreugde geven dat Hij een voortreffelijker heerlijkheid zal hebben, want dat is Zijn geboorterecht. En Hem te aanbidden zal hun hoogste vreugde zijn.

Een lichaam te hebben dat bevrijd is van alle zonden, ziekten en smart, en verheven tot de hoogste graad van heiligheid en blijdschap. In staat te zijn Hem te zien zoals Hij is, zonder bij dat zien te sterven. En dan, verenigd met ons lichaam dat vroeger leed, maar dan evenzeer verheerlijkt is, een onsterfelijke ziel te hebben die, verruimd, de hoogste blijdschap en vreugde zal kunnen genieten. Als dit niet kan voldoen, wat kan God dan meer geven?

Aan de lezer…

Wanneer u moe wordt van een lichaam vol zwakheid, ziekte en smart, en van een hart waarin de zonde nog woont, sla dan uw ogen op naar wat God voor de Zijnen bereid heeft. Die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook verordineerd den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn. Hij zal het vernederd lichaam veranderen en gelijkvormig maken aan Zijn heerlijk lichaam. Wat dat zal zijn, kunnen wij in onze lage staat nauwelijks vermoeden; het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen.

En toch zal Hij altijd de Eerstgeborene blijven onder vele broeders. Zoals de maan schijnt met het licht van de zon, zo zullen de heiligen schijnen met een heerlijkheid die van Hem afstraalt. Hem te zien zoals Hij is, Hem gelijk te zijn en Hem eeuwig te aanbidden: dat zal hun hoogste vreugde zijn. Mag u daar iets van verwachten, wees dan getroost onder de last van vandaag. Als dit niet kan voldoen, wat kan God dan meer geven?

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina