Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren

 

 

Vandaag

Korenaren Uit De Volle Oogst

11 juni Korenaren uit de volle oogst

Op welke ook gij mede gebouwd wordt tot een woonstede Gods in de Geest.
Efeze 2:22

Deze woorden zijn van toepassing zowel op het hele lichaam van Christus als geheel, als op elk afzonderlijk lid van dat lichaam, persoonlijk bekeken. Wat de gemeente van God is in haar volkomenheid in Christus, zoals zij straks boven in de hemel zal zijn, en wat zij nu in haar zichtbare en strijdende toestand op aarde is, dat is ook elk lid van die gemeente in het bijzonder. En juist deze verheven waarheid maakt de hierboven aangehaalde woorden zo krachtig van toepassing op elke gelovige in het bijzonder.

Wij zullen allemaal voor onszelf verantwoording moeten afleggen, en de godsdienst is een persoonlijke zaak. Hoe moet dan elke gelovige voor zichzelf erop letten dat hij zo voor God en de mensen wandelt dat hij zowel een inwendig als een uitwendig getuigenis heeft dat zijn lichaam de tempel is van de Heilige Geest (1 Kor. 6:19), en dat hij een woonplaats van God is door de Geest.

Als hij dit ter harte neemt en leeft onder het ernstige gewicht en de invloed ervan, hoe zorgvuldig zal hij dan zijn om dat lichaam, dat de tempel van de Heilige Geest is, niet te bevlekken! Hoe vurig en bezorgd zal hij zijn om zijn ogen niet te bezoedelen met zwervende lusten, en evenmin zijn oren door te luisteren naar wereldse en vleselijke gesprekken, zijn lippen door geveinsd te spreken of mee te doen aan lichtzinnig en ijdel geklets, zijn handen door er iets mee aan te raken wat kwaad is, of zijn voeten door te gaan in het spoor van ijdelheid en dwaasheid. Integendeel, hij zal zijn lichaam beschouwen als een lid van Christus (1 Kor. 6:15), en daarom als geheiligd tot Zijn dienst en Zijn verheerlijking.

Neig’ nooit mijn hart tot kwade zaken,
om tot godd’loosheid mij te spoên
met mannen, die verkeerdheid doen;
laat mij hun lekkernij niet smaken!

Ps. 141:4

Aan de lezer…

U die dit leest, hebt u er weleens bij stilgestaan wat het betekent dat uw lichaam de tempel is van de Heilige Geest? Het is een verheven waarheid, en zij geldt niet alleen de gemeente als geheel, maar ieder lid in het bijzonder, ook u, als u van Christus bent. U wordt mede gebouwd tot een woonstede Gods in de Geest. Wat een eer voor een arm schepsel van stof!

Juist daarom roept dit woord op tot waakzaamheid. Hoe snel bezoedelen wij onze ogen met zwervende lusten, onze oren met wereldse gesprekken, onze lippen met ijdel geklets. Herkent u daarin uw eigen tekort, wees er dan niet onverschillig onder, maar breng het eerlijk bij de Heere. Bid Hem dat Hij uw ogen, oren, lippen, handen en voeten heiligt tot Zijn dienst, zodat u als een lid van Christus mag wandelen, met een inwendig en uitwendig getuigenis dat God door Zijn Geest in u woont.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

365 Dagen Met Philpot

11 juni 365 dagen met Philpot

Een grote Hogepriester

Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden, maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde.
Hebreeën 4:15

We gaan nu kijken naar enkele geestelijke verzoekingen van de kinderen van de Heere. We willen proberen aan te tonen dat de gezegende Heere die persoonlijk heeft ervaren, en zo heeft geleerd mee te leven met Zijn kinderen die eronder gebukt gaan. De voornaamste last van Gods levende kinderen is de zonde. Maar men zou zich kunnen afvragen hoe de gezegende Heere de zonde heeft kunnen ondervinden, omdat Hij er naar lichaam en geest volkomen vrij van was.

Het is beslist een zekere en gezegende waarheid dat onze barmhartige Verlosser „geen zonde gekend heeft” (2 Kor. 5:21), dat Hij „een onbestraffelijk en onbevlekt Lam” was (1 Petr. 1:19) en „heilig, onnozel, onbesmet, afgescheiden van de zondaren” (Hebr. 7:26). Toch werd de zonde Hem zo toegerekend, en heeft de Heere zo „onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen” (Jes. 53:6), dat Hij haar voelde alsof zij van Hemzelf was. „Hij was zonde voor ons gemaakt”. De schuld en de last ervan werden op Zijn heilig hoofd gelegd en werden door toerekening zo de Zijne, dat het leek alsof Hij de zonden die Hem ten laste werden gelegd, zelf had begaan.

Kijkt u eens naar het volgende voorbeeld. Beschouw de zonde als een schuld tegenover de rechtvaardigheid van God. Welnu, als u borg staat voor iemand anders en hij kan de schuld niet afbetalen, dan wordt die evengoed uw schuld alsof u haar zelf was aangegaan. De wet maakt geen onderscheid tussen zijn schuld en de uwe, en de schuldeiser kan zelfs het bed onder u vandaan verkopen om de schuld af te lossen, net alsof u de oorspronkelijke schuldenaar was. Zo nam de gezegende Heere, toen Hij Borg werd voor Zijn kinderen, hun zonden op Zich, en daarmee werden zij de Zijne.

Hoe kunnen we anders de uitdrukkingen in de Psalmen verklaren die duidelijk de taal van Zijn hart en lippen zijn? Bijvoorbeeld deze: „Want kwaden, tot zonder getal toe, hebben mij omgeven; mijn ongerechtigheden hebben mij aangegrepen, dat ik niet heb kunnen zien; zij zijn menigvuldiger dan de haren mijns hoofds, en mijn hart heeft mij verlaten” (Ps. 40:13). Spreekt de Heere hier niet van Zijn ongerechtigheden die Hem hebben aangegrepen, zodat Hij onder het gewicht en de last ervan niet kon zien, en die talrijker waren dan de haren van Zijn hoofd?

Lezen: Mattheüs 4:1-11

Aan de lezer…

Is de zonde ook uw zwaarste last? Dan mag u weten dat de Heere Jezus die last van binnenuit kent. Hij heeft geen zonde gekend, maar Hij is Borg geworden voor Zijn kinderen. Zoals de schuld van een ander de schuld van de borg wordt, zo werden hun zonden de Zijne. De Heere deed onzer aller ongerechtigheid op Hem aanlopen, en Hij droeg die alsof ze van Hemzelf was.

Daarom kan Hij spreken van ongerechtigheden die Hem hebben aangegrepen, menigvuldiger dan de haren van Zijn hoofd, zodat Hij niet kon zien. Kent u die taal? Voelt u soms dat uw hart u verlaten heeft? Hij heeft het ervaren, en Hij weet hoe zwaar het is. Gaat u gebukt onder uw zonden, ga er dan mee naar Hem. Hij is geen Hogepriester Die geen medelijden kan hebben met uw zwakheden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Door Baca's Vallei

11 juni Door Baca’s vallei

Maar die de Heere verwachten, zullen de kracht vernieuwen.
Jesaja 40:31

Wat verschilt de godsdienst van een levende ziel van de godsdienst van een dode belijder! De godsdienst van een dode belijder begint bij zichzelf en eindigt in zichzelf. Hij begint in eigen wijsheid en eindigt in eigen dwaasheid; hij begint in eigen kracht en eindigt in eigen zwakheid; hij begint in eigen gerechtigheid en eindigt in eigen verderf. Er is bij hem nooit een uitgaan van de ziel naar God, er is geen verborgen omgang met de Heere, er zijn geen daden van geloof met betrekking tot de Goddelijke volmaaktheden. Maar het kind van God is vaak zwak, vermoeid en uitgeput door veel moeilijkheden, lasten en smarten. Toch stijgt het omhoog wanneer de Heere Zich vertoont en zijn kracht vernieuwt, en het houdt niet op zich op de vleugels van geloof en liefde te verheffen totdat het ingaat in het heiligdom van de Allerhoogste.

Een levende ziel kan nooit tevreden zijn, tenzij zij in een levendige vereniging en gemeenschap leeft met de Heere van leven en heerlijkheid. Alles wat daar niet toe leidt, is voor haar leeg. Alles wat de tijd en het genot te bieden hebben, kan een kind van God niet bevredigen. Niets anders dan de levensgemeenschap en vereniging met de Heere, het genieten van Zijn tegenwoordigheid, het smaken van Zijn liefde, het genieten van Zijn gunst, het aanschouwen van Zijn heerlijkheid, niets anders dan alleen dit zal ooit de behoeften van een verloste en wedergeboren ziel kunnen vervullen. Daartoe verwaardigt de Heere Zijn volk.

„Zij zullen de kracht vernieuwen.” Zij zullen niet altijd kermend op de grond liggen, niet altijd bezwijmd liggen door de wonden die de zonde slaat, niet altijd geketend zijn door de boeien van de wereld, niet altijd in hun ziel opgejaagd worden als een veldhoen op de bergen. Er zal een vernieuwing van hun kracht zijn. „Zij zullen opvaren met vleugelen, gelijk de arenden; zij zullen lopen en niet moede worden; zij zullen wandelen en niet mat worden.”

Aan de lezer…

Soms ligt u kermend op de grond, zwak en uitgeput door veel lasten en smarten. Wordt u opgejaagd als een veldhoen op de bergen, en lijkt het alsof uw kracht voorgoed verdwenen is? Ik zeg niet dat een kind van God nooit moe wordt. Ik zeg juist dat het vaak zwak, vermoeid en uitgeput is. Maar het verschil met een dode belijder is dit: het kan niet tevreden zijn zonder de Heere Zelf, en het verwacht Hem.

Laat dan die leegte, die niets van de tijd en het genot kan vullen, u niet ontmoedigen. Zij is een teken van leven. „Die de Heere verwachten, zullen de kracht vernieuwen.” Zij zullen niet altijd bezwijmd blijven liggen. Wanneer Hij Zich vertoont, worden er vleugels gegeven, zoals de arenden hebben. Wacht dan op Hem, ook als het lang duurt. Wie Hem verwacht, zal lopen en niet moe worden, wandelen en niet mat worden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina