Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · gisteren
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren Uit De Volle Oogst

Vandaag
22 november Korenaren uit de volle oogst

Door Zijn wetenschap zijn de afgronden gekloofd, en de wolken druppen dauw.
Spreuken 3:20

Toen de Heere zei: „Er zij licht,” was er op hetzelfde ogenblik licht. Zo is het ook wanneer de Heere zegt: „Laat de aarde zich openen.” Dan opent het hart zich onmiddellijk, het geweten wordt vertederd, en de ziel hoort en ontvangt wat God zegt. En wat volgt er op dit openen? Het hart ontvangt de dauw, en stromen van Gods genade vallen erin; en die dauw en die stromen van Gods genade maken het zacht en vruchtbaar.

O, hoe moeten wij dat leren door pijnlijke ervaring! Is ons hart niet vaak zo hard als de onderste molensteen, en naar ons gevoel helemaal beroofd van licht, leven en kracht, zonder een korrel bekommering, verslagenheid, droefheid naar God, geestelijk verlangen of vurig smachten naar de Heere? Deze pijnlijke ervaring moet het volk van de Heere voortdurend hebben, zodat het weet dat „in hen”, dat wil zeggen in hun vlees, „geen goed woont” en dat „de kracht alleen des Heeren is”.

Als ik mijn eigen hart gewillig kon maken, zou ik dan de Heere nodig hebben om dat voor mij te doen? Als ik mijn eigen ziel vruchtbaar kon maken, zou ik dan ooit smachten naar de dauw en de stromen van de Heilige Geest? Als ik vergeving en vrede aan mijn eigen geweten kon geven, zou ik dan de Heere nodig hebben om met kracht te spreken? Als ik kon geloven, hopen, mij verblijden en kon beschikken over elk genadig en gezegend gevoel dat ik verlang te ervaren, dan zou ik niet hoeven te worstelen in het aanhoudend gebed. Dan zou ik het Koninkrijk van God niet met geweld hoeven te nemen, en niet hoeven te verlangen en te smachten dat de Heere in onze ziel zou neerdalen. Daarom acht de Heere het nodig dat wij deze wegen gaan, zodat wij mogen weten dat „het niet is desgenen die wil, noch desgenen die loopt, maar des ontfermenden Gods”.

Maar d’ altoos wijze raad des Heeren
houdt eeuwig stand, heeft altoos kracht.
Niets kan zijn hoog besluit ooit keren,
’t blijft van geslachte tot geslacht.
Zalig moet men noemen
die hun Maker roemen
als hun Heer en God,
’t volk door Hem tevoren
gunstig uitverkoren
tot zijn erv’ en lot.

Ps. 33:6

Aan de lezer…

Hoe zwaar is het wanneer uw hart vandaag zo hard is als de onderste molensteen! Vindt u er geen korrel bekommering, geen verslagenheid, geen vurig smachten naar de Heere, en bent u daarover bedroefd en verlegen? Weet dan dat deze pijnlijke ervaring niet vreemd is voor het volk van de Heere. Zij moet u leren dat in uw vlees geen goed woont, en dat de kracht alleen van de Heere is.

Want als u uw eigen hart gewillig kon maken, zou u Hem niet nodig hebben. Maar Hij Die eens sprak: „Er zij licht,” en het was er, kan ook nu spreken; en dan opent het hart zich en wordt het geweten vertederd. Zijn dauw valt op de dorre grond, en zachtheid en vruchtbaarheid komen terug. Zo leert u dat het niet is desgenen die wil, noch desgenen die loopt, maar des ontfermenden Gods. Wacht dan op Hem, en houd aan in het gebed.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Blader door alle dagen van dit Bijbels Dagboek
Steun dit werk