Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Korenaren Uit De Volle Oogst

Vandaag
17 maart Korenaren uit de volle oogst

God is getrouw, door Welke gij geroepen zijt tot de gemeenschap Zijns Zoons Jezus Christus, onze Heere.
1 Korinthe 1:9

Wanneer God Zijn volk door Zijn genade roept, is het om hen deelgenoten te maken van de hoogste vreugde en de grootste heerlijkheid die Hij de mensenkinderen kan schenken. En dat niet alleen in de eeuwigheid, maar ook in de tijd; niet alleen aan de andere kant, maar ook aan deze kant van het graf. Daarom roept Hij hun door Zijn profeet toe: „Ben Ik Israël een woestijn geweest? of een land der uiterste donkerheid?” (Jer. 2:31). Wanneer de Heere Zijn volk wegroept uit de aardse vreugde, is dat dan met geen ander doel dan om hen langs paden van droefheid en smart te leiden? Laat Hij hen de vleespotten van Egypte verlaten om hen in een barre wildernis van gebrek te laten omkomen?

Dat was de klacht van de murmureerders van vroeger: Mozes had hen uit Egypte geleid om hen van dorst te laten omkomen. Rukt Hij hen los van de aardse genietingen om hen aan ellende en wanhoop over te geven? O nee! Hij roept hen juist uit die toestand, om hun het grootste voorrecht en de hoogste gunst te schenken die Zijn eeuwige liefde hun zou kunnen geven. Dat is niets minder dan „de gemeenschap Zijns Zoons, Jezus Christus, onze Heere”, zodat zij met Hem en in Zijn gemeenschap zouden leven: hier door genade, en hierna als deelgenoten van Zijn heerlijkheid.

Gods geliefde Zoon is en was altijd het Voorwerp van Zijn eeuwige vreugde. Hem te verheerlijken is van eeuwigheid Zijn vaste en bepaalde doel geweest. Om dat doel te bereiken gaf Hij Hem een volk dat Hij Zichzelf maakte, opdat zij Zijn lof zouden vermelden. Daarom sprak de Verlosser tot Zijn hemelse Vader: „En al de Mijnen zijn de Uwen en de Uwen zijn de Mijnen, en Ik ben in hen verheerlijkt.”

Geloofd zij Isrels grote God!
Zijn gunst schenk’ ons dit heilgenot:
zo zullen wij zijn goedheid danken.
Dat al wat leeft Hem eeuwig eer’!
Al ’t volk zegg’ „Amen” op mijn klanken.
Juich aarde, loof de Opperheer!

Psalm 106:26

Aan de lezer…

Misschien vreest u dat de weg met God alleen maar verlies betekent: dat Hij u uit de vreugden van de wereld riep om u in een barre wildernis van gebrek achter te laten. Zo klaagden de murmureerders van vroeger. Maar ik zeg met nadruk: o nee! Wanneer God Zijn volk door genade roept, is het om hen deelgenoten te maken van de hoogste vreugde die Hij geven kan, niet alleen in de eeuwigheid, maar ook hier, aan deze kant van het graf.

Want u bent geroepen „tot de gemeenschap Zijns Zoons Jezus Christus, onze Heere”. De Vader heeft Zijn eeuwige vreugde in de Zoon, en Hij gaf Hem een volk om Hem te verheerlijken. Ervaart u weinig van die gemeenschap, en zijn uw dagen eerder donker dan licht? Houd dan vast aan het eerste woord van deze tekst: „God is getrouw.” Hij Die u geroepen heeft, zal Zijn roeping niet laten varen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Blader door alle dagen van dit Bijbels Dagboek
Steun dit werk