Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · gisteren
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s Vallei

Vandaag
8 december Door Baca’s vallei

En Ik zal hem een God zijn, en hij zal Mij een zoon zijn.
Openbaring 21:7

Wat een belofte! Dat de God van hemel en aarde onze God wil zijn, onze Vader, onze Weldoener, onze eeuwige, almachtige Vriend! En dat wij, wanneer wij overwinnen, als zonen worden aangenomen, als zonen en dochters van de Almachtige geopenbaard zullen worden, en de erfenis zullen ontvangen die voor de kinderen van God is weggelegd. De belofte geldt „die overwint”. Als wij niet overwinnen, is de belofte niet voor ons. De belofte van het zoonschap hangt samen met de overwinning, op dezelfde manier als de erfenis daaraan verbonden is.

Heb ik er behoefte aan de Geest van de aanneming in mijn hart te ontvangen? Heb ik er behoefte aan dat de liefde van God de Vader in mijn hart wordt uitgestort? Heb ik behoefte aan de bevestiging van een gezegend recht op de erfenis die Hij aan Zijn kinderen geeft? Hoe kom ik daarachter? Hoe kan het verkregen worden? Door godsdienstig te worden, door heilig te worden, door mijn begeerten in eigen kracht te onderwerpen? Dat brengt mij nog verder van God af dan tevoren. Dat maakt mij voor mijzelf tot een god!

Als ik verlost word door mijn eigen heiligheid, door eigen kracht, door mijn eigen gerechtigheid, dan aanbid ik mijzelf, en door mijzelf te aanbidden word ik mijn eigen god. Dat is afgodendienst, verdoemelijke afgoderij, zodat wie leeft en sterft in de aanbidding van zichzelf, zal leven en sterven onder de toorn van God als een afgodendienaar. Maar hoe moet ik de aanneming dan verkrijgen? Door overwinning, niet in eigen kracht, maar in de kracht van de Heere van leven en heerlijkheid.

Als ik op mijzelf vertrouw, erf ik niets minder dan het eigen ik, en niets meer. Als ik de wereld erf, heb ik niets meer dan de wereld. Als ik de zonde erf, erf ik de dood, die het loon van de zonde is. Niets meer. Maar als ik overwin, als ik zwak, hulpeloos en weerloos ben, dan geef ik mij over in de hand van de Heere, als leem in de hand van de pottenbakker. Dan zoek ik niet mijn eigen wil, maar zie ik op naar de Heere, of Hij Zijn wil aan mijn geweten wil openbaren en in mij wil werken wat Hem welbehaaglijk is.

Als ik dit heb, dan heb ik een bewijs van mijn zoonschap; en waar dit bewijs gevonden wordt, daar zal een verder bewijs ervan blijken in de Geest van de aanneming, Die de ziel in staat stelt God „Vader” te noemen. En wie aan deze kant van het graf God „Vader” kan noemen, zal dat straks boven doen, waar hij dan de volle genieting ervan zal binnengaan en zich zal baden in de vertroostingen van Vader, Zoon en Heilige Geest tot in alle eeuwigheid.

Aan de lezer…

Zoekende ziel, verlangt u ernaar God uw Vader te mogen noemen? Zoekt u het bewijs van uw aanneming door godsdienstiger, heiliger en sterker te worden in eigen kracht? Dan zult u merken dat het u verder van God afbrengt dan tevoren. Wie op zijn eigen heiligheid en gerechtigheid steunt, maakt zichzelf tot een god, en erft niets meer dan het eigen ik.

Maar voelt u zich zwak, hulpeloos en weerloos? Wees daar dan niet bang voor. Juist zo leert de Heere u zich over te geven in Zijn hand, als leem in de hand van de pottenbakker, zonder uw eigen wil te zoeken, maar opziend naar Hem of Hij Zijn wil aan uw geweten openbaart. Daar ligt het bewijs van het zoonschap. En wie hier, aan deze kant van het graf, al stamelend „Vader” mag zeggen, zal het straks boven zeggen in de volle genieting van Vader, Zoon en Heilige Geest.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Blader door alle dagen van dit Bijbels Dagboek
Steun dit werk