Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · vandaag
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s Vallei

Vandaag
7 oktober Door Baca’s vallei

In diezelfde tijd antwoordde Jezus en zeide: Ik dank U, Vader, Heere des hemels en der aarde, dat Gij deze dingen voor de wijzen en verstandigen verborgen hebt, en hebt dezelve de kinderkens geopenbaard.
Mattheüs 11:25

Welke godsdienstige kennis, vleselijke wijsheid of wereldse inzichten iemand ook bezit, als hij het leven van God in zijn ziel mist, dan zijn de werkingen van de vreze Gods hem vreemd. Hij heeft geen diep ontzag of eerbied voor Jehova. Hij heeft zijn zonden nooit gezien in het licht van Gods aangezicht en nooit gevreesd voor de toekomende toorn. Hij heeft zich nooit in ootmoed neergeworpen voor de ogen van een hartdoorzoekend God, Die tot in het binnenste van het hart ziet. Al zijn kennis, wijsheid en verstand laten hem waar hij is: zonder indrukken, vleselijk gezind, zinnelijk, werelds, dood in de misdaden en de zonden.

Al zijn wijsheid kwam nooit verder dan de oppervlakte. Zij brak nooit door de bedekking van het ongeloof heen en drong nooit door die verschroeide laag tot in het geweten, dat levende vruchten zal voortbrengen wanneer het door de vinger van God is aangeraakt. Al zijn kennis, zijn wetenschap en zijn verstand bleven drijven aan de oppervlakte van zijn oordeel en daalden nooit af in de diepten van zijn hart. God verbergt de werkingen van de vreze Gods voor de wijzen en verstandigen. De Heere verwaardigt Zich niet Zich aan hen te openbaren. Hij geeft hun geen licht in Zijn licht, Hij openbaart Zich niet aan hun geweten, Hij komt niet met kracht in hun harten, en Hij neemt het deksel van ongeloof en blindheid niet weg van hun vleselijk gemoed.

Hij zet hen niet waar Hij Mozes zette, in de kloof van de rots, waar Hij Zijn heerlijkheid liet voorbijgaan. Hij handelt niet met hen zoals Hij met Jesaja handelde, toen Hij hem de heerlijkheid liet zien in Zijn tempel. Hij ontdekt Zich niet aan hen zoals Hij dat aan Job deed: „hij verfoeide zichzelf in stof en as.” Al hun kennis van God is daarom niets anders dan een uitwendige, verstandelijke kennis, een louter oefenen van de vermogens van de ziel, zonder enig geestelijk onderwijs of enige bijzondere openbaring van de tegenwoordigheid, kracht, heerlijkheid en majesteit van God in hun geweten.

Maar het kind, het levende kind in Sion, heeft de vreze des Heeren in zijn ziel, als het beginsel der wijsheid. Daarom heeft het de fontein van het leven in zich; het kent die opwellingen en geestelijke oefeningen. Zoals de apostel zegt: het dient de Heere met eerbied en godvruchtigheid; het durft niet met verwaandheid in Zijn heilige tegenwoordigheid te verschijnen. Wanneer het in Zijn heiligdom verschijnt, valt er van tijd tot tijd een eerbiedige vreze op zijn geest.

Het deelt in wat Jesaja voelde: „Ik ben een man van onreine lippen, want mijn ogen hebben de Koning, de Heere der heirscharen, gezien.” Het deelt in de bevinding van Jakob, toen hij bang werd en zei: „Hoe vreselijk is deze plaats”; in wat Mozes ervoer toen hij bij het brandende braambos stond en zijn schoenen van zijn voeten deed, omdat de plaats waarop hij stond heilig land was. Het deelt in de gestalte van de hogepriester in de tempel, wanneer hij op de grote Verzoendag helemaal alleen, en niet zonder bloed, het heiligdom, het heilige der heiligen, binnenging en daar de Schechinah zag, de Goddelijke tegenwoordigheid, als een wolk rustend op het verzoendeksel.

Het kind kent dus deze oefeningen van de vreze Gods, en daarvan weet de vleselijke, onvernederde, wereldwijze belijder niets. Het kind kent ook tijden waarin het geen godsdienst lijkt te beoefenen die het in waarheid geestelijk durft te noemen of waarmee het tevreden kan zijn. Toch heeft het die tederheid, eerbied en hoogachting die een vleselijke belijder volkomen mist, hoe hoog hij ook in het leerstellige is opgeklommen en hoe hoog zijn ijdel vertrouwen ook gestegen is.

Aan de lezer…

Hoe indrukwekkend kunnen zij op u overkomen die veel weten en hoog in het leerstellige zijn opgeklommen, terwijl u uzelf maar een kind vindt! Weet dan dat alle kennis van de wijzen en verstandigen aan de oppervlakte blijft, zolang God Zich niet aan het geweten openbaart. Maar valt er weleens een eerbiedige vreze op uw geest als u in Zijn tegenwoordigheid komt? Hebt u met Jesaja gevoeld dat u onrein bent, of met Jakob gezegd: „Hoe vreselijk is deze plaats”?

Dan is de vreze des Heeren in uw ziel als het beginsel der wijsheid, en die komt niet uit uzelf, maar is u door Hem geschonken. Ook als u tijden kent waarin u geen godsdienst lijkt te hebben die u geestelijk durft te noemen, zijn die tederheid en eerbied tekenen van leven. Dank dan met de Heere Jezus de Vader, Die deze dingen aan de kinderkens geopenbaard heeft.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Blader door alle dagen van dit Bijbels Dagboek
Steun dit werk