Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s Vallei

Vandaag
4 september Door Baca’s vallei

God is liefde, en die in de liefde blijft, die blijft in God, en God in hem.
1 Johannes 4:16

De liefde deelt zich mee. Dat hoort bij haar natuur en wezen. Haar vreugde is te geven, en het enige wat zij nodig heeft en vraagt, is wederliefde. Beminnen en bemind worden, genieten en die vurige en wederzijdse genegenheid in woord en daad uiten: dat is de vreugde van de liefde en de hemel van de liefde. Beminnen en niet bemind worden is de ellende en de hel van de liefde.

God is liefde. Het is Zijn natuur en een wezenseigenschap van Zijn heerlijk Wezen. En omdat Hij, de oneindige en eeuwige Jehova, bestaat in een drie-eenheid van onderscheiden Personen, hoewel onverdeeld in gelijkheid van bestaan, is er een wederzijdse, onuitsprekelijke liefde tussen de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Van deze wederzijdse, onuitsprekelijke liefde van de drie Personen in de gezegende Godheid getuigt de Schrift overvloedig. „De Vader heeft de Zoon lief.” „En hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt.” „En gelijk de Vader de Zoon liefheeft, zo heeft de Zoon de Vader lief.” „Opdat de wereld mag weten, dat Ik de Vader liefheb.” Dit zijn Zijn eigen woorden.

En dat de Heilige Geest de Vader en de Zoon liefheeft, blijkt niet alleen uit Zijn Goddelijke Persoonlijkheid in de Godheid, maar ook omdat Hij wezenlijk de Geest van de liefde is (Rom. 15:30). Als zodanig stort Hij de liefde van God uit in het hart van de uitverkorenen van de genade.

De mens was dus niet nodig als voorwerp van de Goddelijke liefde, omdat die liefde al bestond in de eeuwig gezegende Drie-eenheid. De onderlinge liefde en gemeenschap van de drie Goddelijke Personen in de gezegende Godheid was, en zal eeuwig zijn, genoeg en meer dan genoeg voor alle gelukzaligheid, volmaaktheid en heerlijkheid van Jehova. Maar de liefde, de volkomen gelijke, onderlinge liefde van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, vloeide uit haar oorspronkelijke en wezenlijke Bron uit naar de mens. En dat niet alleen naar de mens als mens, dat wil zeggen naar de menselijke natuur als het toebereide lichaam dat de Zoon van God zou aannemen. Zij vloeide ook uit naar duizenden en miljoenen van het menselijk geslacht, die allen persoonlijk met een oneindige liefde van God bemind waren, precies alsof die liefde maar één enkel persoon gold, zoals de Vader Zijn Zoon bemint.

„Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde”, wordt gezegd tegen ieder van de uitverkorenen, en ook tegen de hele kerk, gezien als het verborgen lichaam van het Lam. De liefde van God beperkt zich dus niet tot de natuur die de Zoon van God in de volheid van de tijd zou aannemen, het vlees en bloed van de kinderen, het zaad van Abraham, dat Hij aannemen zou (Hebr. 2:14-16), en die daarom door de drie-enige Jehova met een oog van welbehagen werd aangezien. Zij strekt zich ook uit tot de ontelbare menigte van mensen die samen het verborgen lichaam van Christus vormen.

Als de Schrift minder duidelijk was, konden wij toch nog geloven dat de natuur die een van de Personen uit de heilige Drie-eenheid zou aannemen, door de heilige Drie-eenheid bemind zou worden. Maar wij hebben hierover het getuigenis van de Heilige Geest, dat boven alle twijfel verheven is. Bij de eerste schepping van die natuur sprak de heilige Drie-eenheid Zich zo uit: „Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis.” Als gevolg van die Goddelijke raad formeerde de Heere God die mens uit het stof van de aarde en blies in zijn neusgaten de adem van het leven, en zo werd de mens een levende ziel; de Heere verenigde een onsterfelijke ziel met een aards lichaam. Deze menselijke natuur werd niet alleen gevormd naar het zedelijk beeld van God, maar ook naar het patroon van het lichaam dat door de Vader voor de Zoon van God zou worden toebereid.

Aan de lezer…

Wat een woord: God is liefde! En Hij had de mens niet nodig om gelukzalig te zijn; de onderlinge liefde van Vader, Zoon en Heilige Geest was meer dan genoeg. Staat u daar wel eens bij stil? Dat die liefde toch naar zondaren uitvloeide, is geen plicht die Hij moest vervullen. Het is een vrije, eeuwige liefde, die haar oorsprong alleen in Hemzelf heeft.

Misschien denkt u: Die liefde geldt de kerk als geheel, maar wie ben ik? Zie dan dat het woord „Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde” tegen ieder van de uitverkorenen persoonlijk wordt gezegd, precies alsof die liefde maar één enkel persoon gold. De liefde zoekt wederliefde. Als de Heilige Geest ook maar een vonk van die liefde in uw hart heeft uitgestort, dan blijft u in God, en God in u.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Blader door alle dagen van dit Bijbels Dagboek
Steun dit werk