Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s Vallei

Vandaag
19 februari Door Baca’s vallei

Gij doet Uw hand open en verzadigt al wat er leeft, naar Uw welbehagen. (Engelse vertaling: En verzadigt de begeerte van elk levend wezen)
Psalm 145:16

Dit woord is mij soms een vreugde. „Elk levend wezen.” Wat een veelomvattend woord! En hoe diep daalt het af. Het daalt af tot de zwakste, geringste en minste van het volk van God, als hij maar een „wezen” is, in elk geval een levend wezen. Ook al vindt hij van zichzelf dat hij geen man in Christus is, en geen kind van de Heere, ja, zelfs geen pasgeboren baby.

Zelfs nu, ook al hebt u niet de kenmerken van een volwassene en wordt u door bittere twijfels beproefd. U meent dat uw bevinding niet verder komt dan die van een pasgeborene, en toch mag u hier binnengaan als iemand die leven heeft, al kan uw naam niet omschreven worden. Dus zelfs als u iemand bent die niet weet hoe hij zichzelf moet noemen. U kunt een bevinding hebben waarvan u denkt dat niemand haar kan doorgronden. U denkt misschien dat u zulke oefeningen hebt dat niemand er zo moe van wordt als u, en dat u een pad gaat waarop nog geen kind van God vóór u heeft gelopen.

Was het niet de uitspraak van een van de ouden (en hebben u en ik zijn woorden niet nagezegd): „Ik was een groot beest bij U”? Geen mens, want: „ik ben onvernuftiger dan iemand, en ik heb geen mensenverstand” (Spreuken 30:2), en toch heb ik een leven dat naar God verlangt. Er is iets in de ziel wat niet bevredigd kan worden zonder het bewijs dat God aanwezig is. Maar hier ligt het kenmerk van het levende verlangen. Niet het verlangen van een luiaard, want dat is niets; hij heeft niets geestelijks nodig en zoekt op niets antwoord. Nee, hier zijn de geestelijke verlangens bedoeld die de Heilige Geest Zelf heeft opgewekt.

Verlangens naar God, zoals een hert schreeuwt naar de waterstromen. Verlangens om Christus te kennen door de zoete openbaring van Zijn heerlijkheid. Verlangens om aan de voet van het kruis gebracht te worden en Zijn beeld op onze ziel gedrukt te krijgen. Verlangens om geleid te worden in de lengte en breedte en diepte en hoogte van Zijn liefde, die de kennis te boven gaat. Verlangens om voor God te wandelen en aangenomen te zijn in de Geliefde. Verlangens om in onze ziel de zoete overtuiging te proeven dat wij voor altijd van Hem zijn.

Deze „levende”, hoe onverklaarbaar ook naar zijn eigen oordeel, heeft iets in zich wat hem kenmerkt als een levende. Dat zijn de levende uitgangen naar de levende God, de genegenheden die uitgaan naar Jezus, een rusteloos, onverzadigd hart dat ongelukkig is in de dingen van deze tijd en geen genoegen vindt in wat de wereld biedt, maar tot de Heere zucht om de openbaringen van Zijn genade en liefde.

Aan de lezer…

Weet u, lezer, niet hoe u uzelf moet noemen? Durft u zich geen kind van God te noemen, zelfs geen pasgeborene, en meent u dat niemand ooit zo’n pad gegaan is als u? Dan is dit woord voor u: „Gij doet Uw hand open en verzadigt de begeerte van elk levend wezen.” Het daalt af tot de zwakste en geringste, als er maar leven is. En dat leven verraadt zich in een rusteloos, onverzadigd hart, dat geen genoegen vindt in de wereld en zucht naar God.

Hebt u zulke verlangens? Verlangens om Christus te kennen, om aan de voet van het kruis te liggen, om Zijn beeld op uw ziel te dragen en te weten dat u van Hem bent? Zij komen niet uit uzelf; de Heilige Geest heeft ze gewekt. En Hij Die de begeerte schonk, zal Zijn hand openen en haar verzadigen naar Zijn welbehagen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Blader door alle dagen van dit Bijbels Dagboek
Steun dit werk