Zo daar naar de gelijkenis van Melchizédek een ander Priester opstaat, Die dit niet naar de wet des vleselijken gebods is geworden, maar naar de kracht des onvergankelijken levens.
Hebreeën 7:15-16
Wij kunnen van het leven dat de Heere Jezus in het hemelhof heeft, zeggen dat het een drievoudig leven is. Eerst Zijn eeuwig leven, waardoor ik versta het eeuwig leven van God in Zijn Goddelijke natuur. Dit leeft Hij in Zichzelf; want gelijk de Vader het leven heeft in Zichzelf, zo heeft Hij ook de Zoon gegeven het leven te hebben in Zichzelf (Joh. 5:26). Hierdoor is Hij de Alpha en de Omega, de Eerste en de Laatste, het Begin en het Einde. En dit leven is het fundament van al Zijn middelaarshandelingen, zijnde God boven alles te prijzen in der eeuwigheid.
Maar er is een leven dat Hij voor Zichzelf heeft, dat wil zeggen: een leven van onbegrijpelijke heerlijkheid in Zijn menselijke natuur. Dit is het leven dat Hij heeft afgelegd, opdat Hij het weder aannemen zou. Dit leven is de oorzaak en is vergezeld van al die onuitsprekelijke heerlijkheid die Hij nu geniet in de hemel. Dit leven heeft Hij voor Zichzelf als Zijn beloning, en de eer en heerlijkheid waarmede Hij is gekroond, gelijk de psalmist zegt: „Op Zijn hoofd zet Gij een kroon van fijn goud. Het leven heeft Hij van U begeerd; Gij hebt het Hem gegeven; lengte van dagen, eeuwiglijk en altoos” (Psalm 21:4, 5).
Maar er is een ander leven hetwelk Hij leeft: een middelaarsleven, een leven te onzen nutte. Zo lezen wij dat Hij Priester geworden is naar de kracht des onvergankelijken levens. En Hij zegt van Zichzelf: „En Die leeft, en Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. Amen. En Ik heb de sleutels der hel en des doods” (Openb. 1:18). Nu, dit leven verschilt niet wezenlijk van het tweede leven waarvan ik gesproken heb: het leven der heerlijkheid in de menselijke natuur. Maar het verschilt in dit opzicht, dat wanneer het werk der bemiddeling voltooid is, Hij zal ophouden een middelaarsleven te leven, want dan zal Hij het Koninkrijk Gode en de Vader overgeven, wanneer Hij zal teniet gedaan hebben alle heerschappij en alle macht en kracht (1 Kor. 15:24).
Aan de lezer…
Misschien vraagt u zich af wie het leven van de Heere Jezus in het hemelhof zou kunnen peilen. Hij is God boven alles te prijzen, de Eerste en de Laatste, en Hij draagt de kroon van fijn goud als loon op Zijn werk. Maar laat het u vooral troosten dat Hij ook een leven te onzen nutte leeft. Hij Die dood geweest is, is levend in alle eeuwigheid, en Hij heeft de sleutels der hel en des doods.
Bent u bevreesd voor de dood, of drukt de last van uw zonden u neer? Hij is Priester geworden naar de kracht des onvergankelijken levens, en die kracht verslapt niet. Wat u in uzelf niet hebt, leeft in Hem. Laat uw arme ziel dan op Hem zien, Die leeft, opdat u leven zou; Hij zal het werk der bemiddeling niet neerleggen voordat het voltooid is.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Zo daar naar de gelijkenis van Melchizédek een ander Priester opstaat, Die dit niet naar de wet des vleselijken gebods is geworden, maar naar de kracht des onvergankelijken levens.
Hebreeën 7:15-16
Van het leven dat de Heere Jezus in het hemelhof heeft, kunnen wij zeggen dat het een drievoudig leven is. Ten eerste Zijn eeuwig leven, waarmee ik het eeuwige leven van God in Zijn goddelijke natuur bedoel. Dit leeft Hij in Zichzelf; want gelijk de Vader het leven heeft in Zichzelf, zo heeft Hij ook de Zoon gegeven het leven te hebben in Zichzelf (Joh. 5:26). Daardoor is Hij de Alpha en de Omega, de Eerste en de Laatste, het Begin en het Einde. En dit leven is het fundament van al Zijn middelaarswerk, want Hij is God boven alles te prijzen in der eeuwigheid.
Maar er is ook een leven dat Hij voor Zichzelf heeft, namelijk een leven van onbegrijpelijke heerlijkheid in Zijn menselijke natuur. Dit is het leven dat Hij heeft afgelegd om het weer aan te nemen. Dit leven is de oorzaak van al die onuitsprekelijke heerlijkheid die Hij nu in de hemel geniet, en gaat daarmee gepaard. Dit leven heeft Hij voor Zichzelf als Zijn beloning, samen met de eer en heerlijkheid waarmee Hij gekroond is, zoals de psalmist zegt: „Op Zijn hoofd zet Gij een kroon van fijn goud. Het leven heeft Hij van U begeerd; Gij hebt het Hem gegeven; lengte van dagen, eeuwiglijk en altoos” (Psalm 21:4, 5).
Maar er is nog een ander leven dat Hij leeft: een middelaarsleven, een leven tot ons nut. Zo lezen wij dat Hij Priester geworden is naar de kracht des onvergankelijken levens. En Hij zegt van Zichzelf: „En Die leeft, en Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. Amen. En Ik heb de sleutels der hel en des doods” (Openb. 1:18). Dit leven verschilt niet wezenlijk van het tweede leven waarover ik sprak, het leven van heerlijkheid in de menselijke natuur. Maar het verschilt hierin, dat Hij, wanneer het werk van de bemiddeling voltooid is, zal ophouden een middelaarsleven te leven. Want dan zal Hij het Koninkrijk Gode en de Vader overgeven, wanneer Hij zal teniet gedaan hebben alle heerschappij en alle macht en kracht (1 Kor. 15:24).
Aan de lezer…
Misschien vraagt u zich af wie het leven van de Heere Jezus in het hemelhof zou kunnen peilen. Hij is God boven alles te prijzen, de Eerste en de Laatste, en Hij draagt de kroon van fijn goud als loon op Zijn werk. Maar laat het u vooral troosten dat Hij ook een leven tot ons nut leeft. Hij Die dood geweest is, is levend in alle eeuwigheid, en Hij heeft de sleutels der hel en des doods.
Bent u bang voor de dood, of drukt de last van uw zonden u neer? Hij is Priester geworden naar de kracht des onvergankelijken levens, en die kracht verslapt niet. Wat u in uzelf niet hebt, leeft in Hem. Laat uw arme ziel dan op Hem zien, Die leeft opdat u leven zou; Hij zal het werk van de bemiddeling niet neerleggen voordat het voltooid is.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“And it is yet far more evident: for that after the similitude of Melchisedec there ariseth another priest, who is made, not after the law of a carnal commandment, but after the power of an endless life.”
Hebrews 7:15-16
We may say of the life which the Lord Jesus lives in the courts of heavenly bliss that it is a threefold life. There is, first, His eternal life, by which I mean the eternal life of God in His divine nature. This He lives IN HIMSELF; for “as the Father has life in Himself; so has He given to the Son to have life in Himself” (John 5:26). He is hereby “Alpha and Omega, the first and the last, the beginning and the end.” And this life is the foundation of all His acts of mediation, as being God over all, blessed forever.
But there is a life which He lives FOR HIMSELF, that is, a life of inconceivable glory in His human nature. This is the life which He laid down that He might take it again. This life is the cause of, and is attended with all that ineffable glory which He now enjoys in heaven. This life He lives for Himself, His reward, and the glory and honor with which He is crowned; as the Psalmist says, “You set a crown of pure gold on His head. He asked life of You, and You gave it to Him, even length of days forever and ever” (Psalm 21:3, 4).
But there is another life which He lives—a mediatorial life, a life FOR US. Thus we read, that “He was made a priest on the basis of the power of an indestructible life;” and He says of Himself, “I am He that lives, and was dead; and, behold, I am alive for evermore, Amen; and have the keys of hell and of death” (Rev. 1:18). Now this life does not differ essentially from the second life, of which I have spoken, the life of glory in the human nature; but it differs in this point, that when the work of mediation is accomplished, He will cease to live a mediatorial life; for He will then “deliver up the kingdom to God, even the Father, when He shall have put down all rule and all authority and power” (1 Cor. 15:24).
To the reader…
Perhaps you wonder who could fathom the life of the Lord Jesus in the courts of heaven. He is God over all, blessed forever, the First and the Last, and He wears the crown of pure gold as the reward of His work. But let it comfort you above all that He also lives a life for our good. He Who was dead is alive for evermore, and He has the keys of hell and of death.
Are you afraid of death, or does the burden of your sins weigh you down? He was made a Priest after the power of an endless life, and that power does not weaken. What you do not have in yourself lives in Him. Let your poor soul look to Him, then, Who lives so that you might live; He will not lay down the work of mediation until it is finished.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Y aun más manifiesto es, si a semejanza de Melchîsedec se levanta otro sacerdote, el cual no es hecho conforme a la ley del mandamiento carnal, sino según la virtud de vida indisoluble.”
Hebreos 7:15-16
Podemos decir de la vida que el Señor Jesús vive en los atrios de la bienaventuranza celestial que es una vida triple. Está, en primer lugar, Su vida eterna, con lo cual me refiero a la vida eterna de Dios en Su naturaleza divina. Esta la vive EN SÍ MISMO; porque “como el Padre tiene vida en sí mismo, así dio también al Hijo que tuviese vida en sí mismo” (Juan 5:26). Por ella Él es “Alpha y Omega, principio y fin, el primero y el postrero”. Y esta vida es el fundamento de todos Sus actos de mediación, por cuanto Él es Dios sobre todas las cosas, bendito por los siglos.
Pero hay una vida que Él vive PARA SÍ MISMO, es decir, una vida de gloria inconcebible en Su naturaleza humana. Esta es la vida que Él puso para volverla a tomar. Esta vida es la causa de toda aquella gloria inefable de que ahora goza en el cielo, y va acompañada de ella. Esta vida la vive para Sí mismo, como Su recompensa y la gloria y honra con que es coronado; como dice el salmista: “Corona de oro fino pusiste sobre Su cabeza. Vida te demandó, y dístesela; largura de días por siglos y siglos” (Salmo 21:3, 4).
Pero hay otra vida que Él vive: una vida mediadora, una vida PARA NOSOTROS. Así leemos que “fue hecho sacerdote según la virtud de vida indisoluble”; y Él dice de Sí mismo: “Y el que vivo, y he sido muerto; y he aquí que vivo por siglos de siglos, Amén. Y tengo las llaves del infierno y de la muerte” (Apocalipsis 1:18). Ahora bien, esta vida no difiere esencialmente de la segunda vida de que he hablado, la vida de gloria en la naturaleza humana; pero difiere en este punto: que cuando la obra de mediación esté cumplida, Él dejará de vivir una vida mediadora; porque entonces “entregará el reino a Dios y al Padre, cuando habrá quitado todo imperio, y toda potencia y potestad” (1 Corintios 15:24).
Al lector…
Quizá se pregunte usted quién podría sondear la vida del Señor Jesús en los atrios del cielo. Él es Dios sobre todas las cosas, bendito por los siglos, el Primero y el Postrero, y lleva la corona de oro fino como recompensa de Su obra. Pero consuélele sobre todo que Él vive también una vida para nuestro bien. El que estuvo muerto vive por siglos de siglos, y tiene las llaves del infierno y de la muerte.
¿Tiene usted miedo de la muerte, o le abruma la carga de sus pecados? Él fue hecho Sacerdote según la virtud de vida indisoluble, y esa virtud no se debilita. Lo que usted no tiene en sí mismo vive en Él. Que su pobre alma mire, pues, a Aquel que vive para que usted viva; Él no dejará la obra de mediación hasta que esté acabada.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl
Blader door alle dagen van dit Bijbels Dagboek
Steun dit werk