Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s Vallei

Vandaag
17 mei Door Baca’s vallei

De bevelen des Heeren zijn recht, verblijdende het hart; het gebod des Heeren is zuiver, verlichtende de ogen.
Psalm 19:9

Zonder een openbaring van de leer van de zaligheid zouden we niet weten hoe een zondaar behouden kan worden, en zouden we God dus niet door het geloof kunnen verheerlijken. Zo zouden we ook zonder de voorschriften of de bevelen in Zijn Woord niet weten hoe we God moeten dienen, en zouden we Hem dus niet kunnen verheerlijken door onze gehoorzaamheid. Let hierop, gelovig kind van God: u verlangt God te verheerlijken in uw lichaam en in uw geest, die van God zijn (1 Cor. 6:20). U verlangt alles „ter ere Gods” te doen, of u nu eet of drinkt of wat u ook doet (1 Cor. 10:31). Er zijn tijden en uren dat u zucht en treurt over uw onvruchtbare, onnutte hart en leven, en dat u ernstig verlangt te denken, te spreken en te handelen tot eer en heerlijkheid van Hem Die zoveel voor u gedaan heeft in de voorzienigheid en in de genade. Immers, als u zulke verlangens niet hebt, dan bent u geen christen en bent u op zijn best maar een dorre, wereldse, dode belijder.

Wanneer en in hoeverre leeft u dan tot eer van God? Alleen dan en alleen in zoverre uw leven, wandel en handel overeenstemmen met de bevelen van het Woord en erdoor geleid worden. Want let op het verband. We kunnen God uitwendig eren door Zijn wil te doen. Wat onze gehoorzaamheid betreft, kunnen we die wil alleen kennen door de bijzondere openbaring die Hij ervan gegeven heeft. Waar is die openbaring? In Zijn Woord, en vooral in het gebiedende deel daarvan.

Daardoor is het „een lamp voor onze voet en een licht op ons pad”. Daarom roept David uit: „Maak mijn voetstappen vast in Uw Woord.” „Doe mij gaan in het pad Uwer geboden.” „O, dat mijn wegen gericht waren om Uw inzettingen te betrachten!” Hij voelde dat hij alleen door in en volgens het Woord te wandelen God kon behagen en tot Zijn eer kon leven.

We vinden in dit land duizenden mensen die denken dat zij God een dienst bewijzen met plannen en ontwerpen die zij zelf bedacht hebben, en die zich verheffen op hun goede werken. Maar van al hun plichten en werken mogen we wel zeggen wat Augustinus zei van de oude Romeinse deugden: dat het „splendida peccata” (blinkende zonden) waren. Of, om de taal van het dertiende artikel van de Kerk van Engeland te gebruiken: het zijn „werken vóór de rechtvaardigmaking”. Want omdat zij niet gedaan worden zoals God gewild en geboden heeft dat ze gedaan zouden worden, twijfelen we er niet aan of zij hebben de aard van zonde.

Aan de lezer…

Zucht u soms over uw onvruchtbaar en onnut leven, en verlangt u toch zo om God te verheerlijken in uw lichaam en in uw geest? Dat verlangen zelf is geen klein ding; wie het niet kent, is op zijn best een dode belijder. Maar dan rijst de vraag: hoe doet men dat? Niet door eigen plannen en bedenksels, hoe blinkend ook, maar door te wandelen in de weg die God Zelf in Zijn Woord geopenbaard heeft.

Want de bevelen des Heeren zijn recht, verblijdende het hart; het gebod des Heeren is zuiver, verlichtende de ogen. Zij zijn geen zware keten voor wie de Heere liefheeft, maar een lamp voor de voet en een licht op het pad. Bid dan met David: „Maak mijn voetstappen vast in Uw Woord”, en: „Doe mij gaan in het pad Uwer geboden.” Zo zal uw gehoorzaamheid, hoe gebrekkig ook, niet uit eigen bedenksels voortkomen, maar uit Zijn wil, en zal zij zijn tot eer van Hem Die zoveel voor u gedaan heeft.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl

Open als losse pagina

Blader door alle dagen van dit Bijbels Dagboek
Steun dit werk