January 4
Zult Gij wonder doen aan de doden? Of zullen de overledenen opstaan? Zullen ze U loven? Zal Uw goedertierenheid in het graf verteld worden? Uw getrouwheid in het verderf?
Psalm 88:11, 12
Dit is niet de taal van de ziel die dood is in ongerechtigheid en zonde, maar het is de ademtocht van een levende ziel, strijdende en worstelende met de dood. Welk een onderscheid is er waar het leven werkende is in en onder de dood, en waar de dood onbepaalde heerschappij voert; tussen de levendgemaakte ziel en die waarin niets dan de dood is; de dood zonder een sprankje van geestelijk leven; de dood zonder een enkele straal van hemels licht. Daar waar de ziel geheel dood is, is geen gekerm, geen zucht, geen klacht, geen droevig vragen, geen uitstorting van het hart voor God, geen leven en adem meer dan in een lichaam in het graf. Maar waar het leven is ingeplant uit de Fontein des levens, daar kermt dat leven onder de dood.
Het zucht vanuit het graf; het hijgt naar adem onder het lichaam dat het bedekt, en tracht zich op te heffen van onder het gewicht des doods, van onder die verpletterende massa van vleselijkheid die het in zijn verstijfde en kille armen heeft omkneld; het tracht aan dat lichaam der zonde en des doods te ontworstelen, dat het met zijn koude en verstijfde massa geheel omvat, zodat het buiten staat is zich op te richten. Verstaat gij zodanige werkingen des levens? Het zwoegen, het hijgen, het zich oprichten van het leven Gods in uw ziel; het leven dat is neergedrukt, overstelpt, overweldigd, maar toch niet verstikt door die vleselijke, dode, dorre, aardse, duivelse natuur die er als een last op ligt? Rekent erop: zo gij nooit hebt ervaren wat het zegt te snakken en te hijgen en te kermen en te zuchten onder de last van een lichaam der zonde en des doods, dan kent gij nog niets van de levendmakende kracht des Heiligen Geestes in uw geweten.
’k Denk aan U, o God, in ’t klagen
uit de landstreek der Jordaan.
Van mijn leed doe ’k Hermon wagen,
’k roep van ’t klein gebergt’ U aan.
Ps. 42:4
Aan de lezer…
Soms schrikt u wellicht van uw eigen hart. Ligt er een last van doodsheid, aardsgezindheid en koude op u, zodat u nauwelijks meer kunt bidden en meent dat er in u niets van God te vinden is? Hoor dan wat hier gezegd wordt: waar de dood volkomen heerst, daar is geen gekerm, geen zucht en geen klacht. Dat u onder die last zucht, dat u naar adem hijgt en met de psalmist vraagt: „Zult Gij wonder doen aan de doden?”, dat is zelf een teken van leven.
Het leven dat uit de Fontein des levens is ingeplant, kan neergedrukt en overstelpt worden, maar het wordt niet verstikt. Kermen onder het lichaam der zonde is geen bewijs dat de Geest u verlaten heeft, maar dat Hij in u werkt. Stort dan uw hart uit voor God, ook al is het met niet meer dan een zucht uit het graf. Hij hoort zulke klachten, en Zijn goedertierenheid zal niet in het verderf verloren gaan voor wie tot Hem roept.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Zult Gij wonder doen aan de doden? Of zullen de overledenen opstaan? Zullen ze U loven? Zal Uw goedertierenheid in het graf verteld worden? Uw getrouwheid in het verderf?
Psalm 88:11, 12
Dit is niet de taal van een ziel die dood is in ongerechtigheid en zonde. Het is de ademtocht van een levende ziel die strijdt en worstelt met de dood. Wat een verschil is er tussen een ziel waarin het leven werkt in en onder de dood, en een ziel waarin de dood onbeperkt heerst! Wat een verschil tussen de levendgemaakte ziel en de ziel waarin niets dan de dood is: de dood zonder een sprankje geestelijk leven, de dood zonder een enkele straal hemels licht. Waar de ziel geheel dood is, is geen gekerm, geen zucht, geen klacht, geen droevig vragen en geen uitstorten van het hart voor God; er is niet meer leven en adem dan in een lichaam in het graf. Maar waar het leven is ingeplant uit de Fontein des levens, daar kermt dat leven onder de dood.
Het zucht vanuit het graf. Het hijgt naar adem onder het lichaam dat het bedekt, en probeert zich op te heffen onder het gewicht van de dood, onder die verpletterende massa van vleselijkheid die het in haar verstijfde en kille armen heeft omkneld. Het probeert zich los te worstelen uit dat lichaam der zonde en des doods, dat het met zijn koude en verstijfde massa geheel omvat, zodat het niet in staat is zich op te richten. Begrijpt u zulke werkingen van het leven? Kent u het zwoegen, het hijgen, het zich oprichten van het leven van God in uw ziel? Het leven dat neergedrukt, overstelpt en overweldigd is, maar toch niet verstikt wordt door die vleselijke, dode, dorre, aardse, duivelse natuur die er als een last op ligt? Reken er maar op: als u nooit hebt ervaren wat het betekent te snakken, te hijgen, te kermen en te zuchten onder de last van een lichaam der zonde en des doods, dan kent u nog niets van de levendmakende kracht van de Heilige Geest in uw geweten.
’k Denk aan U, o God, in ’t klagen
uit de landstreek der Jordaan.
Van mijn leed doe ’k Hermon wagen,
’k roep van ’t klein gebergt’ U aan.
Ps. 42:4
Aan de lezer…
Soms schrikt u misschien van uw eigen hart. Ligt er een last van doodsheid, aardsgezindheid en kilte op u, zodat u nauwelijks meer kunt bidden en meent dat er in u niets van God te vinden is? Luister dan naar wat hier gezegd wordt: waar de dood volkomen heerst, daar is geen gekerm, geen zucht en geen klacht. Dat u onder die last zucht, dat u naar adem hijgt en met de psalmist vraagt: „Zult Gij wonder doen aan de doden?”, dat is zelf al een teken van leven.
Het leven dat uit de Fontein des levens is ingeplant, kan neergedrukt en overstelpt worden, maar het wordt niet verstikt. Kermen onder het lichaam der zonde is geen bewijs dat de Geest u verlaten heeft, maar dat Hij in u werkt. Stort dan uw hart uit voor God, ook al is het met niet meer dan een zucht uit het graf. Hij hoort zulke klachten, en Zijn goedertierenheid zal niet in het verderf verloren gaan voor wie tot Hem roept.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Wilt Thou shew wonders to the dead? shall the dead arise and praise Thee? Selah. Shall Thy lovingkindness be declared in the grave? or Thy faithfulness in destruction?
Psalm 88:10-11
This is not the language of a soul dead in trespasses and sins, but it is the breathing of a living soul struggling and grappling with death. What a difference there is, where there is life working in and under death, and where death reigns absolutely! between the quickened soul and that in which there is nothing but death—death without one spark of spiritual life, death without one ray of heavenly teaching. There is no groan, no sigh, no lamentation, no piteous inquiry, no pouring out of the heart before God, where the soul is utterly dead, any more than there is life and breath in a corpse in the tomb.
But wherever spiritual life is implanted in the soul from the Fountain of life, that life groans under death. It sighs from out of the grave; it gasps for breath, under the corpse which overlies it; and seeks to heave itself up from that dead weight, from that overlying mass of carnality which clasps it in its rigid and chilling embrace; it endeavors to uplift and extricate itself from that body of sin and death which spreads its cold and torpid mass all round it so that it is unable to arise.
Do you know the workings of spiritual life in this way? the heavings, the gaspings, the uprisings of the life of God in your soul, pressed, overlain, overwhelmed, and all but suffocated by that carnal, dead, barren, earthly, devilish nature, which lies as a weight upon you? Depend upon it—if you have never known what it is to gasp and pant and groan and sigh under the weight of a body of sin and death, you know nothing of the vital operations of the Holy Spirit in your conscience.
To the reader…
Perhaps you are sometimes frightened by your own heart. Does a weight of deadness, earthly-mindedness and coldness lie upon you, so that you can hardly pray any more and think that nothing of God is to be found in you? Then listen to what is said here: where death reigns completely, there is no groaning, no sighing and no complaint. That you sigh under this burden, that you gasp for breath and ask with the psalmist, “Wilt Thou shew wonders to the dead?”—that in itself is already a sign of life.
The life that is planted from the Fountain of life can be pressed down and overwhelmed, but it is not smothered. Groaning under the body of sin is no proof that the Spirit has left you, but that He is at work in you. Pour out your heart before God, then, even if it is with no more than a sigh from the grave. He hears such complaints, and His lovingkindness will not be lost in destruction for the one who cries to Him.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
¿Harás Tú milagro a los muertos? ¿Levantaránse los muertos para alabarte? (Selah.) ¿Será contada en el sepulcro Tu misericordia? ¿O Tu verdad en la perdición?
Salmo 88:10-11
Este no es el lenguaje de un alma muerta en delitos y pecados, sino el aliento de un alma viviente que lucha y forcejea con la muerte. ¡Qué diferencia hay entre donde hay vida obrando en y bajo la muerte, y donde la muerte reina por completo! ¡Entre el alma vivificada y aquella en la que no hay nada sino muerte: muerte sin una chispa de vida espiritual, muerte sin un rayo de enseñanza celestial! No hay gemido, ni suspiro, ni lamento, ni pregunta lastimera, ni derramamiento del corazón delante de Dios, donde el alma está enteramente muerta, como tampoco hay vida ni aliento en un cadáver en la tumba.
Pero dondequiera que la vida espiritual es implantada en el alma desde la Fuente de la vida, esa vida gime bajo la muerte. Suspira desde el sepulcro; jadea por aire bajo el cadáver que la oprime; y procura levantarse de ese peso muerto, de esa masa de carnalidad que la cubre y la estrecha en su abrazo rígido y helado; se esfuerza por alzarse y librarse de ese cuerpo de pecado y de muerte que extiende su masa fría y entumecida todo alrededor, de modo que no puede levantarse.
¿Conoce usted de este modo las operaciones de la vida espiritual? ¿Los esfuerzos, los jadeos, los levantamientos de la vida de Dios en su alma, oprimida, cubierta, abrumada y casi sofocada por esa naturaleza carnal, muerta, estéril, terrenal y diabólica que yace como un peso sobre usted? Téngalo por seguro: si nunca ha sabido lo que es jadear, anhelar, gemir y suspirar bajo el peso de un cuerpo de pecado y de muerte, nada sabe de las operaciones vitales del Espíritu Santo en su conciencia.
Al lector…
Quizá a veces se asusta usted de su propio corazón. ¿Pesa sobre usted una carga de muerte, de mente terrenal y de frialdad, de modo que apenas puede orar ya y piensa que en usted no se halla nada de Dios? Entonces escuche lo que aquí se dice: donde la muerte reina por completo no hay gemido, ni suspiro, ni queja. Que usted suspire bajo esta carga, que jadee por aire y pregunte con el salmista: “¿Harás Tú milagro a los muertos?”, eso mismo ya es una señal de vida.
La vida que es plantada desde la Fuente de la vida puede ser oprimida y abrumada, pero no es sofocada. Gemir bajo el cuerpo de pecado no es prueba de que el Espíritu le haya dejado, sino de que Él obra en usted. Derrame, pues, su corazón delante de Dios, aunque no sea más que con un suspiro desde el sepulcro. Él oye tales quejas, y Su misericordia no se perderá en la perdición para quien clama a Él.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl