Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s vallei

9 juni

Vandaag

3 min. lezen

Want wij, die geloofd hebben, gaan in de rust.
Hebreeën 4:3

Rusten is op iets leunen, nietwaar? Zo is het ook op geestelijk gebied. Wij hebben iets nodig om op te leunen. De Heere Zelf heeft ons dit beeld gegeven: „Wie is zij, die daar opklimt uit de woestijn, en liefelijk leunt op haar Liefste?” Ook het beeld van de rots waarop de kerk gebouwd is, het fundament dat God in Sion gelegd heeft, wijst daarop; het spreekt van leunen, dat wil zeggen van afhankelijkheid. Wanneer de ziel nu op Jezus gaat leunen en geheel en alleen van Hem afhangt, komt zij in de lieflijkheid van de uitnodiging die Hij tot haar richt.

Hebben wij niet op duizend andere dingen geleund? En wat bleken die te zijn? Gebroken rietstaven, die onze handen doorboren. Onze eigen kracht en onze eigen voornemens, de wereld en de kerk, zondaars en heiligen, vrienden en vijanden: zijn zij niet allemaal in meerdere of mindere mate gebroken rietstaven gebleken? Hoe meer wij erop leunden, hoe meer onze ziel erdoor doorstoken werd, zoals een man die op zijn zwaard leunt. De Heere Zelf moet ons spenen van de wereld, van vrienden, van vijanden, van onszelf, zodat wij op Hem zouden leunen. Elke steun zal Hij vroeg of laat wegnemen, zodat wij geheel en alleen zouden leunen op Zijn Persoon, op Zijn liefde, bloed en gerechtigheid.

Maar er is nog een andere betekenis van rust, namelijk „einde”. Wanneer wij wandelen, lopen of van de ene plaats naar de andere gaan, gaan wij steeds verder; wij hebben het einde van onze reis nog niet bereikt. Maar zijn wij eenmaal aan het einde gekomen, dan rusten wij. Zo is het ook op geestelijk gebied. Zolang wij bezig zijn onze eigen gerechtigheid op te richten, zolang wij onder de wet arbeiden, komt er geen einde aan onze arbeid. Maar komen wij tot de heerlijke Persoon van de Zoon van God, verlaten wij ons op Zijn verzoenend bloed, Zijn stervende liefde en heerlijke gerechtigheid, en ervaren wij die als zoet, dierbaar en passend, dan genieten wij daar de rust.

„Wij, die geloofd hebben, gaan in de rust,” zegt de apostel. Aan al zijn wettische werken is een einde gekomen. Zijn hoop en verwachting richten zich op Jezus als het middelpunt; zij eindigen in Hem, zoals een rivier uitmondt in de onbegrensde oceaan.

Aan de lezer…

Waarop leunt u, vermoeide lezer? Hebt u ook geleund op duizend dingen die gebroken rietstaven bleken: uw eigen kracht, uw goede voornemens, vrienden, ja zelfs de kerk? En hebben zij uw handen doorboord, zodat u nu met lege handen staat? Wees dan niet al te bedroefd dat de Heere uw steunpunten wegneemt. Hij doet het niet uit hardheid, maar zodat u geheel en alleen op Hem zou leunen, op Zijn Persoon, Zijn liefde, bloed en gerechtigheid.

En misschien bent u moe van het arbeiden, van een eigen gerechtigheid die nooit af komt. Daar komt geen einde aan zolang u onder de wet zwoegt. Maar het einde ligt in Hem. Wie zich verlaat op Zijn verzoenend bloed, komt tot rust, zoals een rivier uitmondt in de oceaan. Leun dan maar op Hem, zwak als u bent. „Wij, die geloofd hebben, gaan in de rust.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl