8 mei
Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden; maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde.
Hebreeën 4:15
Onze dierbare Heere Jezus heeft verzoekingen doorstaan in elke vorm en gedaante, want het Woord der waarheid verklaart dat Hij in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde. Ik wens over dit onderwerp met omzichtigheid te spreken, want over een zaak zó moeilijk en zó verborgen is er groot gevaar om mis te tasten. Zolang wij ons strikt houden aan de taal der Schrift, zijn wij veilig; maar op het ogenblik dat wij gevolgtrekkingen uit het Woord gaan maken zonder de bijzondere leiding van de Geest der waarheid, kunnen wij grotelijks dwalen. Gij kunt soms denken dat uw verzoekingen die van de Heere te boven gaan, maar het woord des apostels beslist deze zaak: „In alle dingen is verzocht geweest, gelijk als wij, doch zonder zonde.”
Het is een diepe verborgenheid, welke ik niet kan verklaren, hoe de verzoeking in alle dingen de heilige ziel van de onbevlekte Verlosser heeft kunnen aantasten. Ik geloof dit ten volle. Ik zie de genade en wijsheid die erin doorstralen, en mijn geloof erin als een gezegende waarheid. Maar ik kan het niet verstaan. Ik weet en geloof ook, krachtens het getuigenis van het Woord en dat van mijn eigen consciëntie, dat met hoedanige verzoeking Hij ook aangetast is geworden, niet één daarvan Zijn heilige, menselijke natuur kon bevlekken of bezoedelen. Zij was absoluut en volkomen een zuivere, ongevallen, onsterfelijke natuur, alleen in staat te kunnen sterven door een vrijwillige daad, doch in zichzelf had die natuur geen zaden van ziekte, sterfelijkheid of dood.
En toch lees ik dat, ofschoon Hij een heilige, zuivere, onbevlekte, menselijke natuur had, in een eeuwigdurende vereniging met Zijn eigen eeuwige, Goddelijke Persoon, Hij in alle dingen is verzocht geweest als wij. Deze verborgenheid kan ik niet peilen, en ik wens het ook niet te doen. Ik geloof het als een verborgenheid, evenals ik geloof de grote verborgenheid der godzaligheid: „God is geopenbaard in het vlees.” Nochtans dank ik God ervoor dat Hij in alle dingen, gelijk wij, is verzocht geweest, want dit maakt Hem tot zulk een medelijdende Hogepriester, Die medelijden oefenen kan met Zijn arm, beproefd, verzocht volk hier op aarde.
Ik heb somtijds de verzoekingen die op de ziel des Heeren zijn aangekomen, vergeleken met de baren der zee die tegen een zuiver witte marmerrots aanslaan. De rots moge de schok gevoelen, doch deze wordt er nooit door bewogen of aangetast. Zij blijft onbewegelijk, onbewogen in haar oorspronkelijke vastigheid staan; zij blijft zich vertonen in al de helderheid van het zuivere, schitterende marmer als de golven zich terugtrekken en de zon haar stralen erop doet vallen. Evenzo bewogen al de verzoekingen waarmede de Heere is verzocht geworden, de Rots der eeuwen niet, noch bezoedelden zij de zuiverheid, heiligheid en volkomenheid van het onbevlekte Lam Gods.
Aan de lezer…
Denkt u soms dat uw verzoekingen zo vreemd en zo zwaar zijn, dat niemand ze begrijpen kan? Misschien schaamt u zich zo over wat er in uw gedachten opkomt, dat u niet weet hoe u er met de Heere over spreken moet. Waarde lezer, het woord des apostels beslist ook deze zaak: Hij is in alle dingen, gelijk als wij, verzocht geweest, doch zonder zonde. U hebt geen hogepriester die geen medelijden kan hebben met uw zwakheden.
Dat is een diepe verborgenheid, maar wel een gezegende. Zoals de golven tegen de witte marmerrots slaan zonder haar te bezoedelen, zo bleef het Lam Gods onbevlekt; en toch heeft Hij de schok gevoeld. Daarom verstaat Hij uw strijd van binnenuit. Gaat dan met uw verzochte, beproefde ziel tot Hem, niet als tot een vreemde rechter, maar als tot een medelijdende Hogepriester, Die weet hoe het is. Bij Hem zult u geen verwijt, maar ontferming vinden.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Want wij hebben geen hogepriester, die niet kan medelijden hebben met onze zwakheden; maar Die in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde.
Hebreeën 4:15
Onze dierbare Heere Jezus heeft verzoekingen doorstaan in elke vorm en gedaante, want het Woord van de waarheid verklaart dat Hij in alle dingen, gelijk als wij, is verzocht geweest, doch zonder zonde. Ik wil over dit onderwerp met voorzichtigheid spreken, want bij een zaak die zo moeilijk en zo verborgen is, is het gevaar groot om mis te tasten. Zolang we ons strikt houden aan de taal van de Schrift, zijn we veilig. Maar op het ogenblik dat we conclusies uit het Woord gaan trekken zonder de bijzondere leiding van de Geest van de waarheid, kunnen we ernstig dwalen. U denkt misschien soms dat uw verzoekingen die van de Heere te boven gaan, maar het woord van de apostel beslist deze zaak: „In alle dingen is verzocht geweest, gelijk als wij, doch zonder zonde.”
Het is een diepe verborgenheid, die ik niet kan verklaren, hoe de verzoeking in alle dingen de heilige ziel van de onbevlekte Verlosser heeft kunnen treffen. Ik geloof dit ten volle. Ik zie de genade en wijsheid die erin doorstralen, en mijn geloof rust erin als in een gezegende waarheid. Maar ik kan het niet begrijpen. Ik weet en geloof ook, op grond van het getuigenis van het Woord en van mijn eigen geweten, dat welke verzoeking Hem ook getroffen heeft, geen enkele daarvan Zijn heilige menselijke natuur kon bevlekken of bezoedelen. Die natuur was absoluut en volkomen zuiver, ongevallen en onsterfelijk; zij kon alleen sterven door een vrijwillige daad, maar in zichzelf had zij geen zaden van ziekte, sterfelijkheid of dood.
En toch lees ik dat Hij, hoewel Hij een heilige, zuivere, onbevlekte menselijke natuur had, in een eeuwige vereniging met Zijn eigen eeuwige Goddelijke Persoon, in alle dingen verzocht is geweest zoals wij. Deze verborgenheid kan ik niet peilen, en dat wil ik ook niet. Ik geloof het als een verborgenheid, zoals ik de grote verborgenheid van de godzaligheid geloof: „God is geopenbaard in het vlees.” Toch dank ik God ervoor dat Hij in alle dingen, zoals wij, verzocht is geweest. Want dit maakt Hem tot zo’n medelijdende Hogepriester, Die medelijden kan hebben met Zijn arme, beproefde, verzochte volk hier op aarde.
Ik heb de verzoekingen die op de ziel van de Heere zijn afgekomen, weleens vergeleken met de golven van de zee die tegen een zuiver witte marmerrots slaan. De rots mag de schok voelen, maar zij wordt er nooit door bewogen of aangetast. Zij blijft onbeweeglijk en onbewogen in haar oorspronkelijke vastheid staan. Zij blijft zich vertonen in al de helderheid van het zuivere, schitterende marmer wanneer de golven zich terugtrekken en de zon haar stralen erop laat vallen. Zo hebben ook alle verzoekingen waarmee de Heere verzocht is, de Rots der eeuwen niet bewogen, en de zuiverheid, heiligheid en volkomenheid van het onbevlekte Lam van God niet bezoedeld.
Aan de lezer…
Denkt u soms dat uw verzoekingen zo vreemd en zo zwaar zijn, dat niemand ze begrijpen kan? Misschien schaamt u zich zo over wat er in uw gedachten opkomt, dat u niet weet hoe u er met de Heere over moet spreken. Het woord van de apostel beslist ook deze zaak: Hij is in alle dingen, gelijk als wij, verzocht geweest, doch zonder zonde. U hebt geen hogepriester die geen medelijden kan hebben met uw zwakheden.
Dat is een diepe verborgenheid, maar wel een gezegende. Zoals de golven tegen de witte marmerrots slaan zonder haar te bezoedelen, zo bleef het Lam van God onbevlekt; en toch heeft Hij de schok gevoeld. Daarom begrijpt Hij uw strijd van binnenuit. Ga dan met uw verzochte, beproefde ziel naar Hem toe, niet als naar een vreemde rechter, maar als naar een medelijdende Hogepriester, Die weet hoe het is. Bij Hem zult u geen verwijt vinden, maar ontferming.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
For we have not an High Priest which cannot be touched with the feeling of our infirmities; but was in all points tempted like as we are, yet without sin.
Hebrews 4:15
Our gracious Lord experienced temptation in every shape and form, for the word of truth declares that “in all points He was tempted like as we are, yet without sin.” I wish to speak very cautiously upon this subject, for upon a point so difficult and so mysterious there is great risk of speaking amiss. So long as we keep strictly within the language of the Scripture we are safe, but the moment that we draw inferences from the Word without special guidance by the Spirit of truth, we may greatly err. You may think then, sometimes, that your temptations are such as our gracious Lord never could have been tempted by; but that word of the Apostle decides the question, “in all points tempted like as we are, yet without sin.”
It is a solemn mystery which I cannot explain, how temptation in every point, shape, and form could assail the holy soul of the immaculate Redeemer. I fully believe it. I see the grace and wisdom of it, and my faith acquiesces in it as most blessed truth. But I cannot understand it. I know also and believe from the testimony of the Word and that of my own conscience, that whatever temptations He was assailed with, not one of them could or did sully, stain, or spot His holy humanity.
That was absolutely and perfectly a pure, unfallen, immortal nature, able to die by a voluntary act, but having in itself no seeds of sickness, mortality, or death. And yet I read that, though thus possessed of a holy, pure, and spotless humanity, in everlasting union with His own eternal Deity, in all points He was tempted like as we are.
I cannot explain the mystery—I do not wish to do so. I receive it as a mystery, in the same way as I receive that great mystery of godliness, “God manifested in the flesh.” But still I bless God that He was tempted in all points like as we are; for it makes Him such a sympathizing High Priest with His poor, exercised, tried, tempted family here below.
I have sometimes compared the temptations which beat upon the soul of the Lord to the waves of the sea that dash themselves against a pure, white marble rock. The rock may feel the shock of the wave; but it is neither moved by it nor sullied. It still stands unmoved, immovable in all its original firmness; it still shines in all the brightness of the pure, glittering marble when the waves recede and the sun breaks forth on its face. So none of the temptations with which the Lord was assailed moved the Rock of ages, or sullied the purity, holiness, and perfection of the spotless Lamb of God.
To the reader…
Do you sometimes think that your temptations are so strange and so heavy that no one could understand them? Perhaps you are so ashamed of what rises up in your thoughts that you do not know how to speak to the Lord about it. The word of the apostle settles this matter too: He was in all points tempted like as we are, yet without sin. You have not an high priest which cannot be touched with the feeling of your infirmities.
That is a deep mystery, but a blessed one. As the waves dash against the white marble rock without sullying it, so the Lamb of God remained spotless; and yet He felt the shock. That is why He understands your struggle from within. Go to Him, then, with your tempted, tried soul, not as to a strange judge, but as to a compassionate High Priest Who knows what it is like. With Him you will find no reproach, but mercy.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Porque no tenemos un Pontífice que no se pueda compadecer de nuestras flaquezas; mas tentado en todo según nuestra semejanza, pero sin pecado.
Hebreos 4:15
Nuestro Señor lleno de gracia experimentó la tentación en toda forma y manera, porque la palabra de verdad declara que fue “tentado en todo según nuestra semejanza, pero sin pecado”. Deseo hablar con mucha cautela sobre este tema, porque en un punto tan difícil y tan misterioso hay gran riesgo de hablar mal. Mientras nos mantengamos estrictamente dentro del lenguaje de la Escritura estamos seguros; pero en el momento en que sacamos conclusiones de la Palabra sin una guía especial del Espíritu de verdad, podemos errar gravemente. Quizá piense usted a veces que sus tentaciones son tales que nuestro Señor lleno de gracia nunca pudo haber sido tentado por ellas; pero esa palabra del apóstol decide la cuestión: “tentado en todo según nuestra semejanza, pero sin pecado”.
Es un misterio solemne que no puedo explicar, cómo la tentación en todo punto, forma y manera pudo asaltar el alma santa del inmaculado Redentor. Lo creo plenamente. Veo la gracia y la sabiduría que hay en ello, y mi fe lo acepta como verdad bendita. Pero no puedo entenderlo. Sé también, y creo por el testimonio de la Palabra y de mi propia conciencia, que cualesquiera que fueran las tentaciones que Le asaltaron, ni una sola de ellas pudo manchar, ensuciar o mancillar Su santa humanidad, ni lo hizo.
Esa era absoluta y perfectamente una naturaleza pura, no caída, inmortal, capaz de morir por un acto voluntario, pero sin tener en sí misma semilla alguna de enfermedad, mortalidad o muerte. Y sin embargo leo que, aunque poseía así una humanidad santa, pura y sin mancha, en unión eterna con Su propia Deidad eterna, fue tentado en todo según nuestra semejanza.
No puedo explicar el misterio, ni deseo hacerlo. Lo recibo como un misterio, de la misma manera que recibo aquel gran misterio de la piedad: “Dios ha sido manifestado en carne”. Pero aun así bendigo a Dios porque fue tentado en todo según nuestra semejanza; porque eso Le hace un Sumo Sacerdote tan compasivo con Su pobre familia ejercitada, probada y tentada aquí abajo.
A veces he comparado las tentaciones que golpeaban el alma del Señor con las olas del mar que se estrellan contra una roca de mármol puro y blanco. La roca puede sentir el choque de la ola, pero no es movida ni manchada por ella. Sigue en pie sin moverse, inamovible en toda su firmeza original; sigue brillando con todo el resplandor del mármol puro y reluciente cuando las olas se retiran y el sol irrumpe sobre su faz. Así ninguna de las tentaciones con que el Señor fue asaltado movió a la Roca de los siglos, ni manchó la pureza, santidad y perfección del Cordero de Dios sin mancha.
Al lector…
¿Piensa usted a veces que sus tentaciones son tan extrañas y tan pesadas que nadie podría entenderlas? Quizá se avergüence tanto de lo que surge en sus pensamientos que no sabe cómo hablarle de ello al Señor. La palabra del apóstol decide también esta cuestión: fue tentado en todo según nuestra semejanza, pero sin pecado. Usted no tiene un Pontífice que no se pueda compadecer de sus flaquezas.
Es un misterio profundo, pero bendito. Así como las olas se estrellan contra la roca de mármol blanco sin mancharla, así el Cordero de Dios permaneció sin mancha; y sin embargo sintió el choque. Por eso entiende su lucha desde dentro. Vaya, pues, a Él con su alma tentada y probada, no como a un juez extraño, sino como a un Sumo Sacerdote compasivo que sabe lo que es. En Él no hallará reproche, sino misericordia.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl