8 januari
En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid; namelijk de Geest der waarheid. Welke de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet; maar gij kent Hem, want Hij blijft bij ulieden en zal in u zijn.
Johannes 14:16-17
De heilige Trooster en ontfermende Geest neemt niet maar een tijdelijk verblijf in de harten van des Heeren volk. Waar Hij eens Zijn intrek neemt, daar woont en blijft Hij eeuwig. „Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid.” O, welk een Goddelijke gunst! Waar eens die heilige Duif het licht ontstoken heeft, daar blijft die Duif. Hij bezoekt de ziel niet met Zijn genade om haar dan weer te verlaten, om haar te doen omkomen onder de toorn Gods, of toe te staan dat Zijn werk verwelkt, wegkwijnt of sterft.
Waar Hij eens met kracht in de ziel komt, daar vestigt Hij Zijn vaste woning, want Hij maakt de lichamen der heiligen tot Zijn tempel. Hij heiligt hen tot de dienst van God. Hij neemt Zijn intrek in hun harten; daar woont Hij, daar beweegt Hij Zich, daar werkt Hij en heiligt lichaam en ziel tot eer en heerlijkheid van de Heere God almachtig. En o, wat een gunstbewijs is het, dezelfde genadige en hemelse Onderwijzer te ontvangen als de Geest der waarheid!
Is dit uw gelukkig lot, dan kent gij de waarheid voor uzelf, en is de waarheid dierbaar voor uw ziel; zij is door een Goddelijk getuigenis in uw hart ingegrift en door de kracht Gods geformeerd in uw consciëntie. De waarheid, zoals die in Jezus is, is zeer dierbaar voor u. Gij kunt er niet van scheiden; het is uw leven. In uw begenadigde ogenblikken zoudt gij liever uw leven willen afleggen dan te scheiden van de waarheid van God en van uw belang daarin. Maar wat doet u de waarheid Gods beminnen? Wat heeft u een hart gegeven om haar te omhelzen en u daarin behagen te doen scheppen?
En toen gij tot het huis des gebeds kwaamt? Het kan zijn dat dit was met een bevend lichaam en beroerd gemoed, en dat gij toch werd ondersteund. En toen gij thuisgekomen waart, nadat gij het Woord gehoord had, is mogelijk uw hart in de donkere en sombere nacht, toen gij op uw bed laagt, vervrolijkt geworden, zodat uw genegenheden zich getrokken voelden tot de Heere Jezus Christus. De Vertrooster, de Geest der waarheid! Hij en Hij alleen kon de waarheid een zo hechte en volstandige plaats in uw hart, consciëntie en genegenheden bereiden.
Zo blijft de waarheid in stand, zowel als de liefde daartoe, en zij openbaart haar kracht en vermogen in uw leven en in uw gesprekken. Indien de Geest de waarheid in uw hart heeft ingedrukt, dan zal deze zich in uw leven openbaren. Hij zal het doen uitkomen dat gij zijt „kinderen, die niet liegen kunnen”. Gij zult de kracht der waarheid doen blijken in de oprechtheid in uw gesprekken, in de oprechtheid uwer gedragingen onder uw familie, in de kerk, in uw burgerlijke zaken, in geheel uw karakter en gedrag, en in alles wat de waarheid der godsdienst en de kracht der godzaligheid bestempelt.
Aan de lezer…
Vreest u soms, lezer, dat het werk in uw ziel zal verwelken en sterven? Dat de Heere u eens bezocht heeft, maar nu misschien voorgoed is weggegaan? Hoor dan de belofte van de Heiland: de Trooster zal bij u blijven in der eeuwigheid. Waar die heilige Duif eens het licht ontstoken heeft, daar blijft Hij. Hij bezoekt de ziel niet om haar daarna onder de toorn te laten omkomen.
Denk eens terug: wie heeft u de waarheid zo dierbaar gemaakt dat u er niet van kunt scheiden? Wie ondersteunde u, toen u met een beroerd gemoed opging naar het huis des gebeds, en verkwikte uw hart in de donkere nacht? Dat was het werk van de Geest der waarheid. Wat Hij begon, laat Hij niet varen. Bid dan dat die waarheid ook zichtbaar mag worden in een oprecht leven, thuis, in de gemeente en in de wereld.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid; namelijk de Geest der waarheid. Welke de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet; maar gij kent Hem, want Hij blijft bij ulieden en zal in u zijn.
Johannes 14:16-17
De heilige Trooster en ontfermende Geest neemt niet maar tijdelijk Zijn verblijf in de harten van het volk van de Heere. Waar Hij eens Zijn intrek neemt, daar woont en blijft Hij eeuwig. „Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid.” O, wat een Goddelijke gunst! Waar die heilige Duif eens het licht ontstoken heeft, daar blijft die Duif. Hij bezoekt de ziel niet met Zijn genade om haar daarna weer te verlaten, om haar te laten omkomen onder de toorn van God, of om toe te laten dat Zijn werk verwelkt, wegkwijnt of sterft.
Waar Hij eens met kracht in de ziel komt, daar vestigt Hij Zijn vaste woning, want Hij maakt de lichamen van de heiligen tot Zijn tempel. Hij heiligt hen tot de dienst van God. Hij neemt Zijn intrek in hun harten; daar woont Hij, daar beweegt Hij Zich, daar werkt Hij en heiligt Hij lichaam en ziel tot eer en heerlijkheid van de Heere God almachtig. En o, wat een gunstbewijs is het om deze zelfde genadige en hemelse Onderwijzer te ontvangen als de Geest der waarheid!
Is dit uw gelukkig deel, dan kent u de waarheid voor uzelf en is de waarheid dierbaar voor uw ziel. Zij is door een Goddelijk getuigenis in uw hart gegrift en door de kracht van God in uw geweten gevormd. De waarheid zoals die in Jezus is, is u heel dierbaar. U kunt er niet van scheiden; zij is uw leven. In uw begenadigde ogenblikken zou u liever uw leven afleggen dan te scheiden van de waarheid van God en van uw deel daaraan. Maar wat doet u de waarheid van God liefhebben? Wat heeft u een hart gegeven om haar te omhelzen en er vreugde in te vinden?
En toen u naar het huis van het gebed kwam? Het kan zijn dat dit was met een bevend lichaam en een onrustig gemoed, en dat u toch werd ondersteund. En toen u thuisgekomen was, nadat u het Woord gehoord had, werd misschien in de donkere en sombere nacht, toen u op bed lag, uw hart verblijd, zodat uw genegenheden zich getrokken voelden tot de Heere Jezus Christus. De Trooster, de Geest der waarheid! Hij, en Hij alleen, kon de waarheid zo’n hechte en vaste plaats bereiden in uw hart, geweten en genegenheden.
Zo blijft de waarheid bestaan, en ook de liefde tot haar, en zij toont haar kracht en vermogen in uw leven en in uw gesprekken. Als de Geest de waarheid in uw hart gedrukt heeft, dan zal zij zich in uw leven openbaren. Hij zal laten zien dat u „kinderen, die niet liegen kunnen” bent. U zult de kracht van de waarheid laten blijken in de oprechtheid van uw gesprekken, in de oprechtheid van uw gedrag in uw gezin, in de kerk, in uw maatschappelijke zaken, in heel uw karakter en gedrag, en in alles wat het stempel draagt van de waarheid van de godsdienst en de kracht van de godzaligheid.
Aan de lezer…
Vreest u soms, lezer, dat het werk in uw ziel zal verwelken en sterven? Dat de Heere u eens bezocht heeft, maar nu misschien voorgoed is weggegaan? Hoor dan de belofte van de Heiland: de Trooster zal bij u blijven in der eeuwigheid. Waar die heilige Duif eens het licht ontstoken heeft, daar blijft Hij. Hij bezoekt de ziel niet om haar daarna onder de toorn te laten omkomen.
Denk eens terug: wie heeft u de waarheid zo dierbaar gemaakt dat u er niet van kunt scheiden? Wie ondersteunde u toen u met een onrustig gemoed naar het huis van het gebed ging, en verkwikte uw hart in de donkere nacht? Dat was het werk van de Geest der waarheid. Wat Hij begonnen is, laat Hij niet varen. Bid dan dat die waarheid ook zichtbaar mag worden in een oprecht leven, thuis, in de gemeente en in de wereld.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And I will pray the Father, and he shall give you another Comforter, that he may abide with you for ever; even the Spirit of truth; whom the world cannot receive, because it seeth him not, neither knoweth him: but ye know him; for he dwelleth with you, and shall be in you.
John 14:16-17
The holy Comforter and most gracious Spirit does not take up a temporary abode in the heart of the Lord’s people. Where He once takes up His dwelling, there He forever dwells and lives. “He shall give you another Comforter, that He may abide with you forever.” Oh, the blessing! Where once that holy Dove has lighted, there that Dove abides.
He does not visit the soul with His grace, and then leave it to perish under the wrath of God, or allow His work to wither, droop, and die. But where He has once come into the soul with power, there He fixes His continual habitation, for He makes the bodies of the saints His temple. He consecrates them to the service of God. He takes up His dwelling in their hearts; there He lives, there He moves, there He works, and sanctifies body and soul to the honor and glory of the Lord God Almighty.
And oh, what a blessing it is to have received the same gracious and heavenly Teacher as the Spirit of truth! If this be your happy case, you know the truth for yourself, and the truth is dear to your soul; it has been ingrafted by a divine witness in your heart, and inlaid by the power of God in your conscience. The truth as it is in Jesus is very, very precious to you. You cannot part with it; it is your very life. Sooner than part with God’s truth and your saving interest therein, you would be willing in favored moments to lay down your life itself.
But what makes you love God’s truth? What has given you a heart to embrace and delight in it; and when you have come to the house of prayer, it may be with a fainting body and a troubled mind, has yet supported your weary steps and brought you on; or when you have gone home from hearing the Word, has cheered your heart, in the dark and gloomy night as you have lain upon your bed, and drawn your affections up to the Lord Jesus Christ? The Comforter, the Spirit of truth. He, and He alone, could give it so firm and enduring a place in your heart, conscience, and affections.
Then live that truth as well as love it, and proclaim its power and efficacy in your life and conversation. If the Spirit has written His truth upon your heart, He will bring forth that truth in your lips and in your life. He will make it manifest that you are “children that cannot lie.” You will show forth the power of truth, in the sincerity of your speech, in the uprightness of your movements, in your family, in the Church, in your business, in your general character and deportment, and in everything which stamps the reality of religion and the power of vital godliness.
To the reader…
Do you sometimes fear, dear reader, that the work in your soul will wither and die? That the Lord once visited you, but has now perhaps gone away for good? Then hear the Saviour’s promise: the Comforter shall abide with you for ever. Where that holy Dove has once kindled the light, there He remains. He does not visit the soul only to let it perish afterwards under the wrath of God.
Think back for a moment: who made the truth so precious to you that you cannot part with it? Who upheld you when you went to the house of prayer with a troubled mind, and refreshed your heart in the dark night? That was the work of the Spirit of truth. What He has begun, He does not forsake. Pray, then, that this truth may also become visible in an upright life, at home, in the church and in the world.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y yo rogaré al Padre, y os dará otro Consolador, para que esté con vosotros para siempre: al Espíritu de verdad, al cual el mundo no puede recibir, porque no Le ve, ni Le conoce: mas vosotros Le conocéis; porque está con vosotros, y será en vosotros.
Juan 14:16-17
El santo Consolador y Espíritu lleno de gracia no establece una morada pasajera en el corazón del pueblo del Señor. Donde Él fija una vez Su morada, allí habita y vive para siempre. “Os dará otro Consolador, para que esté con vosotros para siempre.” ¡Oh, qué bendición! Donde una vez se ha posado esa santa Paloma, allí permanece esa Paloma.
Él no visita el alma con Su gracia para luego dejarla perecer bajo la ira de Dios, ni permite que Su obra se marchite, decaiga y muera. Sino que donde ha entrado una vez con poder en el alma, allí fija Su habitación continua, porque hace de los cuerpos de los santos Su templo. Los consagra al servicio de Dios. Establece Su morada en sus corazones; allí vive, allí se mueve, allí obra, y santifica cuerpo y alma para la honra y gloria del Señor Dios Todopoderoso.
¡Y oh, qué bendición es haber recibido a ese mismo Maestro lleno de gracia y celestial como el Espíritu de verdad! Si este es su feliz caso, usted conoce la verdad por sí mismo, y la verdad es querida para su alma; ha sido injertada por un testimonio divino en su corazón e incrustada por el poder de Dios en su conciencia. La verdad tal como está en Jesús le es muy, muy preciosa. No puede separarse de ella; es su vida misma. Antes que desprenderse de la verdad de Dios y de su parte salvadora en ella, estaría dispuesto, en momentos de favor, a dar su misma vida.
Pero ¿qué le hace amar la verdad de Dios? ¿Qué le ha dado un corazón para abrazarla y deleitarse en ella; y cuando usted ha venido a la casa de oración, quizá con el cuerpo desfallecido y la mente turbada, ha sostenido sin embargo sus pasos cansados y le ha hecho seguir adelante; o cuando ha vuelto a casa después de oír la Palabra, ha alegrado su corazón en la noche oscura y lúgubre, tendido en su lecho, y ha elevado sus afectos al Señor Jesucristo? El Consolador, el Espíritu de verdad. Él, y solo Él, podía darle un lugar tan firme y duradero en su corazón, su conciencia y sus afectos.
Entonces viva esa verdad además de amarla, y proclame su poder y eficacia en su vida y conducta. Si el Espíritu ha escrito Su verdad en su corazón, Él producirá esa verdad en sus labios y en su vida. Pondrá de manifiesto que usted es de los “hijos que no mienten”. Usted mostrará el poder de la verdad en la sinceridad de su hablar, en la rectitud de sus pasos, en su familia, en la iglesia, en sus negocios, en su carácter y comportamiento en general, y en todo aquello que imprime el sello de la realidad de la religión y del poder de la piedad vital.
Al lector…
¿Teme usted a veces, querido lector, que la obra en su alma se marchite y muera? ¿Que el Señor le visitó una vez, pero que quizá ahora se ha ido para siempre? Entonces escuche la promesa del Salvador: el Consolador estará con usted para siempre. Donde esa santa Paloma ha encendido una vez la luz, allí permanece. Él no visita el alma solo para dejarla después perecer bajo la ira de Dios.
Piense por un momento: ¿quién hizo que la verdad le fuera tan preciosa que no puede separarse de ella? ¿Quién le sostuvo cuando iba a la casa de oración con la mente turbada, y refrescó su corazón en la noche oscura? Esa fue la obra del Espíritu de verdad. Lo que Él ha comenzado, no lo abandona. Pida, pues, que esta verdad se haga también visible en una vida recta, en casa, en la iglesia y en el mundo.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl