Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

Door Baca’s vallei

6 juli

Vandaag

3 min. lezen

Hij is machtig te vernederen degenen, die in hoogmoed wandelen.
Daniël 4:37

Van al de gruwelen die naakt en geopend liggen voor de ogen van Hem met Wie wij te doen hebben, lijkt Hij in het bijzonder Zijn heilige afkeer van de hoogmoed te tonen. De uiterlijke openbaringen daarvan zijn misschien meer dan enige andere zonde blootgesteld geweest aan de bliksemstralen van de Almachtige. Hoogmoed deed de aarde splijten, zodat Korach, Dathan en Abiram ter helle voeren, en hij hing Absalom op aan de takken van een eik. Hoogmoed vervulde Sauls hart met een moorddadige afkeer van David en scheurde in één keer tien stammen onder de heerschappij van Rehabeam vandaan. Hoogmoed verdreef Nebukadnezar uit het gezelschap van zijn hofhouding en deed hem gras eten als een os. Zijn lichaam werd nat van de dauw van de hemel, totdat zijn haren groeiden als arendsveren en zijn nagels als die van de vogels.

En als hij de goddelozen van de aarde heeft weggevaagd en hun zoon noch neef, wortel noch tak gelaten heeft, dan heeft hij ook onder de kinderen van God zijn slag geslagen. Hoogmoed sloot Aäron uit van het beloofde land en maakte Mirjam melaats, wit als sneeuw. Hoogmoed, werkzaam in Davids hart, bracht een pest waardoor zeventigduizend mensen werden weggerukt. De hoogmoed bracht al Hizkia’s schatten en nakomelingen naar Babel, en sloot Jona op in de ingewanden van de walvis, en naar zijn eigen beleving in de buik van de hel.

Hij is de enige bron van twist, de zekere voorloper van de val, de aanstoker van vervolging, een strik voor de voet, een keten die het hele lichaam omsluit, het hoofdbestanddeel van bedrog en het graf van alle oprechtheid. Als het tegendeel van de naastenliefde is de hoogmoed niet lankmoedig en nooit vriendelijk. Hij is altijd afgunstig, roemt op zichzelf en is voortdurend opgeblazen. Hij gedraagt zich altijd onbetamelijk, zoekt of bedoelt altijd zichzelf, wordt zeer gemakkelijk boos, denkt altijd kwaad, en verblijdt zich in de ongerechtigheid en niet in de waarheid. Hij verdraagt niets, gelooft niets — namelijk niets goeds van een ander — hoopt niets en duldt niets.

Hij is altijd rusteloos en ellendig en kwelt zichzelf en anderen. Hij is het verderf van de kerken, de aanstoker van twist en de uitdover van de liefde. Laat het onze wijsheid zijn hem te zien, onze genade hem te verafschuwen en onze overwinning hem te overwinnen. En laat onze bevinding zijn zoals Hart die in een van zijn dichtregels bezingt:

Uw hof, zij is ’t terrein,
Waar hoogmoed niet kan leven.
Eén moment daar te zijn,
Zou hem in ’t bloed doen sneven.

Aan de lezer…

Soms denkt u, als u deze lange rij van gevallenen leest, aan Korach of aan Nebukadnezar. Maar de hoogmoed blijft niet bij de goddelozen staan: ook onder de kinderen van God heeft hij zijn slag geslagen. Aäron en Mirjam, David en Hizkia, zelfs Jona: zij allen hebben ondervonden dat God machtig is te vernederen degenen die in hoogmoed wandelen. Zou u dan denken dat dit kwaad niet in uw hart woont? Hij is rusteloos en ellendig, afgunstig, zoekt zichzelf en dooft de liefde uit; en hoe vaak vinden wij dat niet in ons eigen hart?

Wanhoop daarom niet wanneer de Heere u vernedert; het is Zijn heilige afkeer van uw hoogmoed, niet van uw ziel. Bid liever dat het uw wijsheid mag zijn hem te zien, uw genade hem te verafschuwen en uw overwinning hem te overwinnen. En weet: één moment in het hof van de Heere, in Zijn nabijheid, doet hem sneven als niets anders. Zoek daar uw plaats, aan Zijn voeten.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl