Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

Door Baca’s vallei

6 april

Vandaag

3 min. lezen

En zal God geen recht doen Zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen?
Lucas 18:7

„Zie, hij bidt”, was het woord van de Heere tot Ananias, om hem ervan te overtuigen dat die gevreesde vervolger, Saulus van Tarsen, door de Geest levend was gemaakt. En wat een genade is het voor de levend gemaakte ziel dat de gezegende Geest ook haar zinkende, vrezende gemoed zo ondersteunt en leven en kracht legt in haar roepen en zuchten! Hij houdt haar staande en doet haar kleven aan de troon der genade. Zo doet Hij haar volharden in haar ernstige zuchten om genade, schenkt Hij daarbij geloof in haar bidden, ja, bidt Hij Zelf in haar met onuitsprekelijke zuchtingen. Dit is bidden met de Geest (1 Cor. 14:15) en in de Heilige Geest (Judas 20). Het is het hart voor God uitstorten (Psalm 62:8), de ziel uitstorten voor de Heere (1 Sam. 1:15). En doordat zij vrijuit kwijt kan wat een bijna berstend hart benauwt, krijgt de belaste ziel een merkbare verlichting.

Aan dit bijzondere kenmerk worden de overtuigingen van een levend gemaakte ziel onderscheiden van de angst en wroeging die soms in het natuurlijke geweten worden gevonden. Kaïn zei: „Mijn straf is zwaarder dan ik dragen kan”, maar er was geen berouw en geen gebed in zijn hart, want hij ging weg van het aangezicht van de Heere. En het is juist de tegenwoordigheid van de Heere die de levende ziel zoekt en begeert, en waarheen de Geest haar wil leiden (Efeze 2:18).

Saul was zeer in verlegenheid toen God hem niet meer antwoordde, niet door dromen, niet door de Urim en niet door de profeten. Daarom ging hij naar de waarzegster in Endor, en ten slotte viel hij in zijn eigen zwaard. Judas had berouw over zijn vervloekte verraad, maar hij ging heen en verhing zich. In geen van beider harten was gebed of smeking. Zo wordt er in de profetie gezegd dat zij hun tong kauwen van pijn en de God des hemels lasteren vanwege hun pijnen en vanwege hun zweren, en dat zij zich niet bekeerden van hun werken (Openb. 16:10, 11). Maar de uitverkorenen roepen dag en nacht tot God, en hun gebeden, aangenaam gemaakt door de wierook van hun alles overwinnende Voorspraak aan de rechterhand van de Vader, stijgen voortdurend op in de oren van de Heere Zebaoth.

Aan de lezer…

Kent u dat? Uw bidden is soms niet meer dan een zucht uit een bijna berstend hart. Denkt u dat zo’n gebrekkig roepen voor God niets betekent? Weet dan dat het juist dat roepen is waaraan de Heere Zijn levend gemaakte kinderen kent. Van de vervolger werd gezegd: „Zie, hij bidt.” Anderen hadden angst en wroeging, maar geen gebed; zij gingen weg van het aangezicht van de Heere.

Is er dan in u een hart dat dat aangezicht zoekt en begeert, dat niet kan ophouden met smeken aan de troon der genade, dan is dat het werk van de gezegende Geest, Die Zelf in u bidt met onuitsprekelijke zuchtingen. Stort dan uw hart voor Hem uit, ook als u geen woorden vindt. Uw zuchten gaan niet verloren. Aangenaam gemaakt door de wierook van de Voorspraak aan de rechterhand van de Vader, stijgen zij op in de oren van de Heere Zebaoth. Zou God dan geen recht doen aan Zijn uitverkorenen?

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl