Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Vandaag

3 min. lezen

En Ik zal hem geven een witte keursteen, en op de keursteen een nieuwe naam geschreven, welke niemand kent, dan die hem ontvangt.
Openbaringen 2:17

In de oudheid gebruikte men bij de rechtspraak witte en zwarte stenen. De rechters (want zij waren meer rechters dan gezworenen) spraken over de gevangene niet hardop „schuldig” of „onschuldig” uit, zoals bij ons. Zij wierpen een witte steen in een vaas om uit te drukken dat de gevangene naar hun oordeel onschuldig was, en een zwarte steen als zij hem schuldig wilden verklaren. De Heere heeft dit beeld gebruikt. Hij zegt: „Aan hem, die overwint, zal Ik geven een witte steen”; dat wil zeggen: Ik zal in zijn geweten een vrijbrief voor zijn schuld leggen.

Zoals de witte steen in de vaas werd geworpen, zo worden vrede en vergeving in het hart van de zondaar uitgestort. En zoals de rechter de gevangene onschuldig verklaarde door de witte steen in de vaas te leggen, zo laat de Heere, wanneer Hij van vrede spreekt tot de ziel, een witte steen in het hart vallen. Daarmee verklaart Hij hem ontslagen van de beschuldiging van de Wet en deelgenoot van Zijn liefde en Zijn bloed.

„En op de keursteen een nieuwe naam geschreven.” Wat is die nieuwe naam? Is het niet een nieuw hart, een nieuwe natuur: Christus in de ziel, de hoop van de heerlijkheid? Dit is een nieuwe naam „welke niemand kent, dan wie hem ontvangt.” Nieuwe gedachten over Jezus, nieuwe openbaringen van de Schrift, een nieuw smelten van het hart, een nieuw verzachten van het gemoed, alles nieuw gemaakt door Hem Die ons vernieuwt „in de vernieuwing onzes gemoeds”: niemand kent deze dingen, behalve hij die ze ontvangt.

Het is alles tussen de Heere en de ziel, alles tussen een vergevend God en een vrijgesproken zondaar. Het is alles gunst, alles genade, alles liefde, van het begin tot het einde. Genade was het begin, genade de voortgang, genade de voltooiing. Aan de genade komt alle eer toe, en de genade moet het werk bekronen met eeuwige zegepraal.

Loof Hem, die u vergunt uw zielsverlangen,
en ’t goede tot verzading doet ontvangen;
uw jeugd vernieuwt, gelijk eens arends jeugd.

Ps. 103:3

Aan de lezer…

Hier wordt u gevraagd of u nog als een beschuldigde voor de Rechter staat, met de Wet tegen u en uw geweten als getuige. Dan weet u hoe een schuldige op het oordeel wacht. Hoe groot is dan het wonder wanneer de Heere van vrede spreekt tot de ziel en als het ware een witte steen in het hart laat vallen: vrijgesproken, ontslagen van de beschuldiging van de Wet, deelgenoot van Zijn liefde en Zijn bloed.

Wat er dan in de ziel gebeurt, kan niemand anders ten volle kennen dan wie het ontvangt: een nieuw hart, een smeltend gemoed, nieuwe gedachten over Jezus. Hebt u dat nog niet gekend, zoek het dan bij Hem Die alleen vergeven kan. En hebt u het wel mogen ontvangen, geef Hem dan de eer. Het is alles tussen een vergevend God en een vrijgesproken zondaar: alles gunst, alles genade, alles liefde, van het begin tot het einde.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl