5 oktober
En dit bid ik God, dat uw liefde nog meer en meer overvloedig worde in erkentenis, en alle gevoelen.
Filippenzen 1:9
De liefde is voornamelijk het gevolg der kennis, en de liefde, weten wij, is een vrucht van de Heilige Geest. Als dan de Heilige Geest voor ons de kostbare Waarheid van God voor de ziel wil openen, dan omhelst de liefde wat de Heilige Geest openbaart. Dus er is een kennis van de enige ware God door de onderwijzing des Geestes. Maar onze liefde moet niet alleen overvloedig zijn in kennis, welke er de grondslag van is, omdat waar geen kennis van de Heere is, daar ook geen liefde tot de Heere of Zijn volk zijn kan, maar ook in alle gevoel, in alle verstand, in alle bevinding.
Geestelijke kennis en bevindelijk gevoel zijn de twee voeders van christelijke liefde; de twee stromen die, als het ware, naast elkander vloeien uit de troon zelf des Allerhoogsten, en samenvloeien en samensmelten in de grenzeloze rivier, de liefde. En het is door deze vereniging van kennis en bevinding, van Goddelijk licht en hemels leven, van de onderwijzing des Geestes en de getuigenis des Geestes, van waarheid in het verstand en gevoel in de genegenheden, dat de liefde in de ziel wordt aangekweekt en uitvloeit naar de Heere en Zijn volk. Deze geestelijke kennis verschilt zeer veel van vleselijke, verstandelijke en dorre kennis van het hoofd. De ene is een levende stroom, de andere een stilstaande poel. De ene maakt het hart vruchtbaar in alle goed woord en werk; de andere laat het als een dor moeras, waarin allerlei afschuwelijk gedierte kruipt en wemelt, en waaruit gedurig verpestende dampen, ziekte en dood opstijgen. Aldus onderscheidt de vereniging van kennis en bevinding, die de liefde ondersteunt, het werk des Geestes van iedere nabootsing ervan; en waar het werk des Geestes is, daar zal genadige kennis en gevoel van bevinding zijn.
Dit is dan de bijzondere zaligheid van levende bevinding, dat zij hand aan hand gaat met genadige kennis om de hemelse liefde te onderhouden, en dat Christus het einde en het voorwerp van beide is: het einde en voorwerp van alle zaligmakende kennis, en het einde en voorwerp van alle ware bevinding; want hierin, gelijk in al het andere, is Hij de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste.
Doe mij op ’t pad van uw geboden treên,
schraag op dat spoor mijn wankelende gangen:
daar strekt zich al mijn lust en liefde heen.
Ai, neig mijn hart en vurig zielsverlangen,
o Heer, naar uw getuigenis alleen!
Laat gierigheid mij in haar strik niet vangen.
Ps. 119:18
Aan de lezer…
Soms klaagt u over de koude van uw liefde tot de Heere en tot Zijn volk. Probeer haar dan niet uit uzelf op te wekken, want de liefde is een vrucht van de Heilige Geest. Zij komt voort uit kennis: waar de Geest de kostbare Waarheid van God voor de ziel opent, daar omhelst de liefde wat Hij openbaart. Waar geen kennis van de Heere is, daar kan ook geen liefde tot Hem zijn.
Maar let wel: het gaat niet om dorre kennis van het hoofd, een stilstaande poel, maar om een levende stroom, waarin het onderwijs en het getuigenis des Geestes samenvloeien. Bid daarom zoals de apostel bad, dat uw liefde nog meer en meer overvloedig worde in erkentenis en alle gevoelen. Waar de Geest werkt, daar zal Hij beide geven, en uit die twee stromen zal de rivier der liefde gevoed worden, tot de Heere en tot Zijn volk.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En dit bid ik God, dat uw liefde nog meer en meer overvloedig worde in erkentenis, en alle gevoelen.
Filippenzen 1:9
De liefde komt voornamelijk voort uit kennis, en de liefde is, zoals wij weten, een vrucht van de Heilige Geest. Wanneer de Heilige Geest dan de kostbare Waarheid van God voor onze ziel opent, omhelst de liefde wat de Heilige Geest openbaart. Er is dus een kennis van de enige ware God door het onderwijs van de Geest. Maar onze liefde moet niet alleen overvloedig zijn in kennis, die er de grondslag van is; want waar geen kennis van de Heere is, kan ook geen liefde tot de Heere of tot Zijn volk zijn. Zij moet ook overvloedig zijn in alle gevoel, in alle verstand, in alle bevinding.
Geestelijke kennis en bevindelijk gevoel zijn de twee bronnen die de christelijke liefde voeden. Het zijn als het ware twee stromen die naast elkaar vloeien vanuit de troon van de Allerhoogste zelf, en die samenvloeien en samensmelten in die grenzeloze rivier, de liefde. Door deze vereniging van kennis en bevinding, van Goddelijk licht en hemels leven, van het onderwijs van de Geest en het getuigenis van de Geest, van waarheid in het verstand en gevoel in de genegenheden, wordt de liefde in de ziel aangekweekt en vloeit zij uit naar de Heere en Zijn volk.
Deze geestelijke kennis verschilt sterk van vleselijke, verstandelijke en dorre kennis van het hoofd. De ene is een levende stroom, de andere een stilstaande poel. De ene maakt het hart vruchtbaar in alle goed woord en werk; de andere laat het achter als een dor moeras, waarin allerlei afschuwelijk gedierte kruipt en krioelt, en waaruit voortdurend verderfelijke dampen, ziekte en dood opstijgen. Zo onderscheidt de vereniging van kennis en bevinding, die de liefde draagt, het werk van de Geest van iedere nabootsing ervan. En waar het werk van de Geest is, daar zal genadige kennis en bevindelijk gevoel zijn.
Dit is dan de bijzondere zegen van levende bevinding: dat zij hand in hand gaat met genadige kennis om de hemelse liefde te onderhouden, en dat Christus het doel en het voorwerp van beide is. Hij is het doel en het voorwerp van alle zaligmakende kennis, en het doel en het voorwerp van alle ware bevinding. Want hierin, zoals in al het andere, is Hij de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste.
Doe mij op ’t pad van uw geboden treên,
schraag op dat spoor mijn wankelende gangen:
daar strekt zich al mijn lust en liefde heen.
Ai, neig mijn hart en vurig zielsverlangen,
o Heer, naar uw getuigenis alleen!
Laat gierigheid mij in haar strik niet vangen.
Ps. 119:18
Aan de lezer…
Soms klaagt u over de kilte van uw liefde tot de Heere en tot Zijn volk. Probeer haar dan niet uit uzelf op te wekken, want de liefde is een vrucht van de Heilige Geest. Zij komt voort uit kennis: waar de Geest de kostbare Waarheid van God voor de ziel opent, daar omhelst de liefde wat Hij openbaart. Waar geen kennis van de Heere is, kan ook geen liefde tot Hem zijn.
Maar let wel: het gaat niet om dorre kennis van het hoofd, een stilstaande poel, maar om een levende stroom, waarin het onderwijs en het getuigenis van de Geest samenvloeien. Bid daarom zoals de apostel bad, dat uw liefde nog meer en meer overvloedig worde in erkentenis en alle gevoelen. Waar de Geest werkt, zal Hij beide geven, en uit die twee stromen zal de rivier van de liefde gevoed worden, tot de Heere en tot Zijn volk.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And this I pray, that your love may abound yet more and more in knowledge and in all judgment.
Philippians 1:9
Love is especially the effect of knowledge; and love we know is a fruit of the blessed Spirit. As then the Lord the Spirit is pleased to open up the precious truth of God to the soul, love embraces what the Holy Spirit reveals. Thus there is a knowledge of the only true God by the teaching of the Spirit. But our love is to abound not only in knowledge, which is the foundation of it, because if there is no knowledge of the Lord there can be no love to the Lord or His people, but also in all feeling, in all sense, in all experience.
Spiritual knowledge, therefore, and experimental feeling are the two nourishers of Christian love; the two streams, as it were, that run side by side out of the very throne of the Most High, and meet and melt into that boundless river, love. And it is by this union of knowledge and experience, of divine light and heavenly life, of the Spirit’s teaching and the Spirit’s testimony, of truth in the understanding and of feeling in the affections, that love is maintained in the soul, and flows out towards the Lord and His people.
This spiritual knowledge differs very widely from carnal, intellectual, barren head knowledge. The one is a flowing river, the other a stagnant pool; the one fertilizes the heart, and makes it fruitful in every good word and work; the other leaves it a barren swamp, in which creeps and crawls every hideous thing, and out of which ever rise miasma, disease, and death. Thus the union of knowledge and experience as sustaining love distinguishes the work of the Spirit from every imitation of it, and where there is the true work of the Spirit there will be gracious knowledge and experimental feeling.
This, then, is the peculiar blessedness of living experience that it goes hand in hand with gracious knowledge to sustain heavenly love; and that Christ is the end and object of both; the end and object of all saving knowledge, and the end and object of all true experience; for in this as in everything else He is the Alpha and the Omega, the beginning and the end, the first and the last.
To the reader…
Sometimes you complain of the coldness of your love to the Lord and to His people. Then do not try to stir it up from within yourself, for love is a fruit of the Holy Spirit. It springs from knowledge: where the Spirit opens the precious truth of God to the soul, love embraces what He reveals. Where there is no knowledge of the Lord, there can be no love to Him either.
But mark well: this is not dry head knowledge, a stagnant pool, but a living stream, in which the teaching and the testimony of the Spirit flow together. Pray, therefore, as the apostle prayed, that your love may abound yet more and more in knowledge and in all sense. Where the Spirit works, He will give both, and from those two streams the river of love will be fed, towards the Lord and towards His people.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y esto ruego, que vuestra caridad abunde aún más y más en ciencia y en todo conocimiento.
Filipenses 1:9
El amor es especialmente efecto del conocimiento; y el amor, lo sabemos, es fruto del bendito Espíritu. Así pues, cuando el Señor el Espíritu tiene a bien abrir al alma la preciosa verdad de Dios, el amor abraza lo que el Espíritu Santo revela. De este modo hay un conocimiento del único Dios verdadero por la enseñanza del Espíritu. Pero nuestro amor ha de abundar no solo en conocimiento, que es su fundamento, porque si no hay conocimiento del Señor no puede haber amor al Señor ni a Su pueblo, sino también en todo sentir, en toda percepción, en toda experiencia.
El conocimiento espiritual, pues, y el sentir experimental son los dos que alimentan el amor cristiano; los dos arroyos, por así decirlo, que corren uno junto al otro desde el mismo trono del Altísimo, y se encuentran y se funden en ese río sin límites que es el amor. Y es por esta unión del conocimiento y la experiencia, de la luz divina y la vida celestial, de la enseñanza del Espíritu y el testimonio del Espíritu, de la verdad en el entendimiento y del sentir en los afectos, como el amor se mantiene en el alma y fluye hacia el Señor y hacia Su pueblo.
Este conocimiento espiritual difiere muchísimo del conocimiento carnal, intelectual y estéril de la cabeza. El uno es un río que fluye, el otro una charca estancada; el uno fertiliza el corazón y lo hace fructífero en toda buena palabra y obra; el otro lo deja como un pantano estéril, en el que se arrastra toda cosa repugnante, y del que siempre se levantan miasmas, enfermedad y muerte. Así la unión del conocimiento y la experiencia, que sostiene el amor, distingue la obra del Espíritu de toda imitación de ella; y donde está la verdadera obra del Espíritu, habrá conocimiento lleno de gracia y sentir experimental.
Esta es, pues, la bienaventuranza particular de la experiencia viva: que va de la mano con el conocimiento lleno de gracia para sostener el amor celestial; y que Cristo es el fin y el objeto de ambos; el fin y el objeto de todo conocimiento salvador, y el fin y el objeto de toda verdadera experiencia; porque en esto, como en todo lo demás, Él es el Alfa y la Omega, el principio y el fin, el primero y el último.
Al lector…
A veces se queja usted de la frialdad de su amor al Señor y a Su pueblo. Entonces no intente avivarlo desde dentro de sí mismo, porque el amor es fruto del Espíritu Santo. Brota del conocimiento: donde el Espíritu abre al alma la preciosa verdad de Dios, el amor abraza lo que Él revela. Donde no hay conocimiento del Señor, tampoco puede haber amor a Él.
Pero fíjese bien: no se trata de un seco conocimiento de la cabeza, una charca estancada, sino de un arroyo vivo, en el que fluyen juntos la enseñanza y el testimonio del Espíritu. Ore, por tanto, como oró el apóstol, para que su amor abunde aún más y más en ciencia y en todo sentir. Donde el Espíritu obra, dará ambas cosas, y de esos dos arroyos se alimentará el río del amor, hacia el Señor y hacia Su pueblo.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl