Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s vallei

30 april

Vandaag

4 min. lezen

En zonder de wet zo leefde ik eertijds; maar als het gebod gekomen is, zo is de zonde weder levend geworden, doch ik ben gestorven.
Romeinen 7:9

De apostel beschrijft uit eigen ervaring hoe hij de wet toegedaan was voordat de wet als een vloekvonnis in zijn hart werd geopenbaard. „En zonder de wet zo leefde ik eertijds.” De wet hing als een vloekrol boven hem, als een bediening van de dood, als een boodschapper van toorn, als een verterend vuur, maar hij zag en voelde er niets van. Zoals bij een onweer in de verte hoorde hij het zachte gerommel van de donder die zich vroeger over de vurige top van de Sinaï voortplantte, of zag hij misschien van verre het schouwspel van de bliksemstralen die die top in een vurige gloed zetten. Maar voorlopig was het onweer ver weg, en zo wandelde hij verder, zonder erover na te denken of te vrezen, en zonder zich er zorgen over te maken of de wet zijn vriendin of zijn vijandin was.

Eerlijk gezegd beschouwde hij haar eerder als zijn vriendin, want hij zag haar als een vriendelijke hulp om zijn eigen gerechtigheid op te bouwen. Hij was naar haar uitgegaan, maar zij was niet naar hem toe gekomen. Hij kende haar vorm, maar niet haar geest; haar uiterlijke bevelen, maar niet haar innerlijke eisen. Daarom sprak hij over zichzelf als iemand die onder de wet leefde, dat wil zeggen, zonder enige kennis van haar als een bediening van de dood en de verdoemenis. Maar op Gods bepaalde tijd en wijze kwam het gebod tot hem; dat wil zeggen: het kwam met kracht in zijn geweten. Hij merkte dat hij alle geboden kon houden, behalve het tiende, want volgens zijn opvatting en uitleg gingen die niet verder dan een uiterlijke gehoorzaamheid.

Maar het tiende gebod, „Gij zult niet begeren”, trof hem in het binnenste van zijn ziel, want het was een verbod uit de mond van God op de verborgen begeerten van het hart, en dat gebod ging vergezeld van een vreselijke vloek. Onder deze slag werd de zonde, die eerder schijnbaar dood in zijn gemoed lag, gewekt als een sluimerende slang. En wat was het gevolg? Zij stak hem dood, want hij zegt: „En ik ben gestorven; want het gebod, dat ten leven was, hetzelve is mij ten dood bevonden.” De zonde kon niet verdragen dat zij gedwarsboomd of tegengehouden werd. Daarom kwam zij in vijandschap tegen God in opstand en nam zij zelfs aanleiding uit het gebod om te rebelleren tegen het gezag van Jehovah. En de schuld die zich als gevolg van de zonde openbaarde in het geweten, dat onder dit alles teder werd, sloeg hem neer.

Dat zou niet zo zijn geweest als er geen leven in zijn ziel was geweest. Maar omdat dat er juist wel was, zag en voelde hij de toorn van God geopenbaard in het gebod, toen de wet in zijn geweten kwam als een vonnis van een rechtvaardig en heilig God. Het gevolg daarvan was dat hij een vonnis van de dood in zichzelf ontving. En deze ervaring, die de apostel als de zijne beschrijft, is wat de wet doet en altijd moet doen wanneer zij door de kracht van God in het geweten wordt toegepast. Zij doodt, zij slaat de veroordeelde zondaar neer; zij is een doodvonnis in het eigen geweten van de mens, die alleen nog wacht op het uur van de dood en de dag van het oordeel, wanneer het vonnis zal worden voltrokken.

Aan de lezer…

Hoe rustig hebt u misschien ook eens geleefd „zonder de wet”! U hoorde het onweer van de Sinaï in de verte, maar het raakte u niet, en u meende dat de wet uw vriendin was. Is het nu anders geworden? Is het gebod met kracht in uw geweten gekomen, zodat de zonde als een slapende slang ontwaakte en u zichzelf veroordeeld voelt? Dan schrikt u er misschien van, en vraagt u zich af of het ooit nog goed kan komen.

Weet dan dit: zo ging het de apostel zelf. Dat u de toorn van God in het gebod voelt, komt doordat er leven in uw ziel is; een dode voelt niets. De wet doodt en slaat neer, maar zij doet het werk dat God haar gaf, zodat u niet langer op uw eigen gerechtigheid zou bouwen. Laat dat doodvonnis u dan niet in wanhoop drijven, maar u leegmaken van uzelf, totdat u leert uitzien naar Hem bij Wie de veroordeelde zondaar leven vindt.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl