Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s vallei

28 juli

Vandaag

2 min. lezen

Doch op U zijn mijn ogen, Heere Heere; op U betrouw ik; en ontbloot mijn ziel niet.
Psalm 141:8

Dit gebed is een bewijs dat de Heere de hulpbehoevende ziel niet zal verlaten. Hoe vreemd het ons ook mag lijken: het is het licht dat de duisternis openbaart; het is het leven dat ons de doodsheid doet voelen. Meer nog: het is de vruchtbaarheid die ons onze onvruchtbaarheid doet beseffen; het is de rijkdom die ons onze armoede doet kennen; het is het onderwijs en de tegenwoordigheid van God die onze verlatenheid aan het licht brengen. Dit treuren over onze onvruchtbaarheid, dit besef dat wij niet in staat zijn het goede te doen, is een bewijs van het leven van God in de ziel, een bewijs van het werk van de genade in het hart.

„Ontbloot mijn ziel niet.” Dit is iets oprechts; dit is hartenwerk. Dit zijn de voetstappen van de schapen; dit zijn de leidingen en onderwijzingen van de Geest van de Heere in de harten van de uitverkorenen. Dit zijn dingen die met de zaligheid gepaard gaan, en zij zullen de ziel naar de eeuwige heerlijkheid leiden. En wie door persoonlijke bevinding iets van deze dingen kent, zal eens de heerlijkheid van de Heere aanschouwen van aangezicht tot aangezicht.

Wat kennen wij van deze dingen? Kunnen wij onze bevinding naast die van de psalmist leggen en zeggen: „Mijn ogen zijn op U, Heere Heere; op U betrouw ik; en ontbloot mijn ziel niet”? Waar dit gebed gevonden wordt, zal een antwoord niet uitblijven; en waar dit antwoord ontvangen wordt, daar zal stof zijn tot eeuwigdurende lof. Zalig zijn zulke zielen, die deze dingen door een oprechte, hartgrondige bevinding hebben leren kennen. Zij zullen blinken als de sterren van de hemel, eeuwig en altijd; en wanneer de Heere van het leven en van de heerlijkheid ten tweeden male zonder zonde gezien zal worden tot zaligheid, dan zullen ook zij met Hem geopenbaard worden in heerlijkheid.

Aan de lezer…

Treurt u, lezer, over uw onvruchtbaarheid, uw doodsheid en uw onmacht om het goede te doen? Voelt u zich als in het donker, verlaten en arm? Hoe vreemd het u ook lijkt: het is het licht dat de duisternis openbaart, en het leven dat u de doodsheid doet voelen. Een dode ziel treurt niet; zulk treuren is een bewijs van het werk van de genade in het hart.

Leg dan uw bevinding naast die van de psalmist en zeg met hem: „Op U zijn mijn ogen, Heere Heere; op U betrouw ik; ontbloot mijn ziel niet.” Dit zijn de voetstappen van de schapen. Waar zo’n gebed in het hart gewerkt wordt, zal het antwoord niet uitblijven, en waar het antwoord komt, daar zal stof zijn tot eeuwigdurende lof. De Heere zal de hulpbehoevende ziel niet verlaten.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl