28 november
Doch Gij, Heere, zijt een Schild voor mij; mijn Eer, en Die mijn hoofd opheft.
Psalm 3:4
Indien ooit uw ziel is begunstigd geworden met een proefje van barmhartigheid, met een teugje uit de beek van Gods wellusten, indien ooit uw consciëntie de toepassing van het verzoenend bloed heeft ontwaard, of de liefde Gods in uw hart is uitgestort geworden door de Heilige Geest, tracht dan, wanneer de wet inkomt om u te vervloeken, altijd in gedachten te brengen dat de Heere Jezus Christus als een schild tussen u en de vloek staat. De wet heeft met u, die gelooft, niets te maken; zij heeft haar vloek op Christus gelegd voor u, gelijk de apostel verklaart: „Hij is een vloek voor ons geworden.” En wederom: „Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout”, enz. Daarom heeft de wet met u, die gelooft in Christus Jezus, niets te doen. Hij heeft de vloek voor u ondervangen door hem in Zijn eigen lichaam en ziel te dragen, en nam hem, zonder u schade aan te doen, van u weg.
Het is een kostelijke daad des geloofs, wanneer gij aldus Christus in uw armen nemen kunt en Hem als een schild opheft tussen de wet en uw consciëntie. En dit schijnt de apostel in zekere zin aan te duiden, als hij zegt: „En bovenal aangedaan hebbende het schild des geloofs, waarmede gij al de vurige pijlen des bozen zult kunnen uitblussen.” Want vele van deze vurige pijlen worden uit de wet genomen. Het is inderdaad een grote en bijzondere handeling van het geloof, Jezus Christus in de armen te nemen en Hem op te heffen in het aangezicht van de wet, en in staat te zijn om te zeggen: „Wet, gij hebt niets met mij te doen; Jezus heeft al uw rechtmatige eisen vervuld en uw vreselijke vloeken gedragen. Hij is mijn Schild om mij te beschermen tegen uw veroordelend vonnis; al uw vloeken zijn onschadelijk, zij kunnen mij niet genaken, omdat zij ten volle Hem getroffen hebben.”
Ik zeg: dit is een bijzondere daad des geloofs, omdat wij dit niet zeggen kunnen, tenzij wij daartoe van Gods wege in staat gesteld worden. Zonder dit is het slechts een daad van vermetelheid. Ik mag er ook aan toevoegen dat het een zeldzaam iets is, Christus als een schild op te heffen tegenover de vloeken van de wet; doch wanneer dit gedaan wordt onder de invloeden en bewerkingen van de gezegende Geest, dan is het een daad die God goedkeurt en eert. Er is ook geen ander schild dat haar vreselijke vloek kan ondervangen.
Aan de lezer…
Wanneer de wet bij u inkomt met haar vloek, beeft uw consciëntie en treffen de vurige pijlen des bozen u. Hebt u ooit een teugje uit de beek van Gods wellusten gesmaakt, of de toepassing van het verzoenend bloed ontwaard, tracht dan in zulk een uur te gedenken dat de Heere Jezus als een Schild tussen u en de vloek staat. Hij heeft die vloek in Zijn eigen lichaam en ziel gedragen en hem van u weggenomen.
Het is een zeldzame en bijzondere daad des geloofs, Christus zo in de armen te nemen en Hem op te heffen tegenover de wet. U kunt het niet uit uzelf; zonder de Geest zou het vermetelheid zijn. Maar vraag Hem erom, want wanneer Hij het werkt, is het een daad die God goedkeurt en eert. Er is geen ander schild; maar dit Schild is genoeg, en de Heere is ook uw Eer en Die uw hoofd opheft.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Doch Gij, Heere, zijt een Schild voor mij; mijn Eer, en Die mijn hoofd opheft.
Psalm 3:4
Als uw ziel ooit begunstigd is met een proefje van barmhartigheid, met een teugje uit de beek van Gods wellusten; als uw geweten ooit de toepassing van het verzoenend bloed heeft ervaren, of als de liefde van God door de Heilige Geest in uw hart is uitgestort, probeer dan altijd, wanneer de wet binnenkomt om u te vervloeken, eraan te denken dat de Heere Jezus Christus als een schild tussen u en de vloek staat. De wet heeft met u, die gelooft, niets te maken; zij heeft haar vloek voor u op Christus gelegd, zoals de apostel verklaart: „Hij is een vloek voor ons geworden.” En opnieuw: „Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout”, enz. Daarom heeft de wet niets te maken met u, die in Christus Jezus gelooft. Hij heeft de vloek voor u opgevangen door hem in Zijn eigen lichaam en ziel te dragen, en Hij nam hem van u weg zonder dat u er schade van had.
Het is een kostbare daad van het geloof wanneer u Christus zo in uw armen kunt nemen en Hem als een schild kunt opheffen tussen de wet en uw geweten. En dat lijkt de apostel in zekere zin aan te duiden wanneer hij zegt: „En bovenal aangedaan hebbende het schild des geloofs, waarmede gij al de vurige pijlen des bozen zult kunnen uitblussen.” Want veel van deze vurige pijlen worden uit de wet genomen. Het is inderdaad een grote en bijzondere daad van het geloof om Jezus Christus in de armen te nemen, Hem op te heffen tegenover de wet en te kunnen zeggen: „Wet, gij hebt niets met mij te doen; Jezus heeft al uw rechtmatige eisen vervuld en uw vreselijke vloeken gedragen. Hij is mijn Schild om mij te beschermen tegen uw veroordelend vonnis; al uw vloeken zijn onschadelijk, zij kunnen mij niet genaken, omdat zij ten volle Hem getroffen hebben.”
Ik zeg: dit is een bijzondere daad van het geloof, omdat wij dit niet kunnen zeggen tenzij God ons daartoe in staat stelt. Zonder dat is het alleen maar een daad van vermetelheid. Ik mag er ook aan toevoegen dat het iets zeldzaams is, Christus als een schild op te heffen tegenover de vloeken van de wet. Maar wanneer dit gebeurt onder de invloeden en werkingen van de gezegende Geest, dan is het een daad die God goedkeurt en eert. Er is ook geen ander schild dat haar vreselijke vloek kan opvangen.
Aan de lezer…
Wanneer de wet bij u binnenkomt met haar vloek, beeft uw geweten en treffen de vurige pijlen van de boze u. Hebt u ooit een teugje uit de beek van Gods wellusten geproefd, of de toepassing van het verzoenend bloed ervaren, probeer dan in zo’n uur te bedenken dat de Heere Jezus als een Schild tussen u en de vloek staat. Hij heeft die vloek in Zijn eigen lichaam en ziel gedragen en hem van u weggenomen.
Het is een zeldzame en bijzondere daad van het geloof om Christus zo in de armen te nemen en Hem op te heffen tegenover de wet. U kunt het niet uit uzelf; zonder de Geest zou het vermetelheid zijn. Maar vraag Hem erom, want wanneer Hij het werkt, is het een daad die God goedkeurt en eert. Er is geen ander schild; maar dit Schild is genoeg, en de Heere is ook uw Eer en Die uw hoofd opheft.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“But thou, O LORD, art a shield for me; my glory, and the lifter up of mine head.”
Psalm 3:3
If your soul has ever been favored with a taste of mercy, with a sip of the brook by the way; if ever your conscience has felt the application of atoning blood, or the love of God has ever been shed abroad in your heart by the Holy Spirit, when the law comes to curse you, endeavor always to bear in mind that the Lord Jesus Christ stands as the shield between you and its curse. The law has therefore nothing to do with you who believe, it has cursed Jesus Christ for you; as the Apostle declares, “He was made a curse for us;” and again, “Who His own self bare our sins in His own body on the tree.” Therefore the law has nothing to do with you who believe in Christ Jesus. He has intercepted the curse for you, and, by receiving it into His own body and soul, bore it harmless away from you.
It is a blessed act of faith when you can thus take Christ in your arms and hold Him up as a shield between the law and your conscience. And this the Apostle seems to hint at in a measure when he says, “Above all, taking the shield of faith, with which you shall be able to quench all the fiery darts of the wicked one;” for many of these fiery darts are taken from the law. It is indeed a great and special act of faith thus to take Jesus Christ in the arms, and holding Him up in the face of the law, to be able to say, “Law, you have nothing to do with me; Jesus has fulfilled all your righteous demands, and endured all your tremendous curses. He is my shield, to protect me from your condemning sentence; and all your curses are harmless; they all fall short of me, because they all fell wholly upon Him.”
I say this is a special act of faith, because we cannot do it except as divinely enabled. Otherwise, it would be but an act of presumption. I may add, also, that it is a very rare thing to be enabled so to take Christ and hold Him up as a shield against the curses of the law; but when done under the influences and operations of the blessed Spirit, it is an act of faith which God approves of and honors. Nor is there any other shield to intercept its tremendous curse.
To the reader…
When the law comes in upon you with its curse, your conscience trembles and the fiery darts of the wicked one strike you. If you have ever tasted a sip from the brook of God’s pleasures, or experienced the application of atoning blood, then try in such an hour to remember that the Lord Jesus stands as a Shield between you and the curse. He bore that curse in His own body and soul and took it away from you.
It is a rare and special act of faith to take Christ in your arms like this and hold Him up against the law. You cannot do it of yourself; without the Spirit it would be presumption. But ask Him for it, for when He works it, it is an act that God approves and honors. There is no other shield; but this Shield is enough, and the Lord is also your Glory and the Lifter up of your head.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Mas Tú, Jehová, eres escudo alrededor de mí: mi gloria, y el que ensalza mi cabeza.”
Salmo 3:3
Si su alma ha sido alguna vez favorecida con un gusto de misericordia, con un sorbo del arroyo en el camino; si alguna vez su conciencia ha sentido la aplicación de la sangre expiatoria, o el amor de Dios ha sido derramado en su corazón por el Espíritu Santo, cuando la ley venga a maldecirle, procure siempre recordar que el Señor Jesucristo está como escudo entre usted y su maldición. La ley, por tanto, no tiene nada que ver con usted que cree; ha maldecido a Jesucristo por usted; como declara el apóstol: “Hecho por nosotros maldición”; y otra vez: “Que llevó Él mismo nuestros pecados en Su cuerpo sobre el madero.” Por tanto, la ley no tiene nada que ver con usted que cree en Cristo Jesús. Él ha interceptado la maldición por usted, y, al recibirla en Su propio cuerpo y alma, la llevó lejos de usted, sin que le dañe.
Es un bendito acto de fe cuando usted puede así tomar a Cristo en sus brazos y alzarle como escudo entre la ley y su conciencia. Y a esto parece aludir en cierta medida el apóstol cuando dice: “Sobre todo, tomando el escudo de la fe, con que podáis apagar todos los dardos de fuego del maligno”; porque muchos de estos dardos de fuego se toman de la ley. Es en verdad un acto de fe grande y especial tomar así a Jesucristo en los brazos y, alzándole frente a la ley, poder decir: “Ley, no tienes nada que ver conmigo; Jesús ha cumplido todas tus justas exigencias y ha soportado todas tus tremendas maldiciones. Él es mi escudo, para protegerme de tu sentencia condenatoria; y todas tus maldiciones son inofensivas; todas se quedan cortas sin alcanzarme, porque todas cayeron enteramente sobre Él.”
Digo que este es un acto especial de fe, porque no podemos hacerlo sino capacitados divinamente. De otro modo no sería sino un acto de presunción. Puedo añadir también que es cosa muy rara ser capacitado para tomar así a Cristo y alzarle como escudo contra las maldiciones de la ley; pero cuando se hace bajo las influencias y operaciones del bendito Espíritu, es un acto de fe que Dios aprueba y honra. Ni hay otro escudo que intercepte su tremenda maldición.
Al lector…
Cuando la ley viene sobre usted con su maldición, su conciencia tiembla y los dardos de fuego del maligno le hieren. Si alguna vez ha gustado un sorbo del arroyo de las delicias de Dios, o ha experimentado la aplicación de la sangre expiatoria, procure en esa hora recordar que el Señor Jesús está como Escudo entre usted y la maldición. Él llevó esa maldición en Su propio cuerpo y alma, y la quitó de usted.
Es un acto de fe raro y especial tomar así a Cristo en sus brazos y alzarle frente a la ley. No puede hacerlo por sí mismo; sin el Espíritu sería presunción. Pero pídaselo a Él, porque cuando Él lo obra, es un acto que Dios aprueba y honra. No hay otro escudo; pero este Escudo basta, y el Señor es también su Gloria y el que ensalza su cabeza.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl