Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s vallei

27 januari

Vandaag

4 min. lezen

Aller ogen wachten op U, en Gij geeft hun hun spijze te zijner tijd.
Psalm 145:15

De Heere zal al Zijn kinderen, vroeg of laat, ieder in zijn mate, op Hem laten wachten. In welke moeite zij ook verkeren: „aller ogen wachten op U”. Welke bestrijdingen zij ook moeten verduren: „aller ogen wachten op U”. Welke moeilijkheden er ook zijn in tijdelijke zaken en welke worstelingen in geestelijke zaken, wat ook hun lot is op de weg van de voorzienigheid of hun oefening in de genade, de Heere zal al Zijn kinderen op de een of andere tijd dit laten ervaren: „aller ogen wachten op U”. Wachten op U om uitredding; wachten op U om een openbaring; wachten op U om een teder woord uit Uw mond tot de ziel gesproken; wachten op U om een knikje van Uw goedgunstig aangezicht; wachten op U om een bewijs van eeuwige gunst.

En wie niet weet wat het betekent „op God te wachten” – namelijk op deze manieren bij nacht en bij dag op Hem te wachten, als de Heere dit in hem werkt; op Hem te wachten als hij op bed ligt, of achter zijn toonbank staat, of in het eenzame veld is, of door de drukke straten gaat – die weet van deze dingen niets af. Hem ontbreken de Goddelijke kenmerken die de Heilige Geest op Zijn levend gemaakt volk drukt.

„En Gij geeft hun hun spijze te zijner tijd.” Er is „spijze” waarop zij bij God wachten, om die uit Zijn hand te ontvangen. En het wordt hun spijze genoemd. Zij hoort hun toe. Al Gods uitverkorenen hebben een voorraad die voor hen in Christus is weggelegd, want het heeft de Vader behaagd dat in Hem al de volheid zou wonen. „Ik zal hun kost rijkelijk zegenen” (Psalm 132:15). Hoewel niemand van Gods levend gemaakt volk ooit aanspraak durft te maken op de zegeningen van Gods hand, heeft de Heere toch zulke zegeningen in Christus weggelegd dat zij werkelijk en voor eeuwig de hunne zijn; want zo zegt de apostel: „Alles is uwe.”

Het is dus hun spijze; dat wil zeggen de spijze die in het bijzonder voor de uitverkorenen is. Het bloed is vergoten voor hun zonden en voor hun zonden alléén; de gerechtigheid is voor hen betaald en voor hen alléén; de liefde is hun gegeven en hun alléén; de beloften zijn geopenbaard tot hun troost en tot hun troost alléén; een eeuwige erfenis, een onverderfelijke en onbevlekte erfenis die niet verwelkt, wordt in de hemelen voor hen bewaard en voor hen alléén. Het is hun spijze omdat het de hunne is in Christus, in Christus voor hen weggelegd. Maar het is ook in een ander opzicht het hunne, namelijk omdat zij het enige volk zijn dat ernaar hongert en er begeerte naar heeft. Zij hebben een mond en een maag die ervan kunnen leven.

Zij zijn het enige volk van wie de ogen werkelijk geopend zijn om te zien wat spijze is. Anderen voeden zich met schaduwen; zij kennen niets van het zalvende voedsel van het Evangelie. En de Heere zei tot Zijn discipelen: Ik heb een spijze te eten, die u niet kent. Zijn spijze was de verborgen mededeling van Gods liefde, de bezoeken van de tegenwoordigheid van Zijn Vader, de Goddelijke gemeenschap die Hij met Zijn Vader genoot toen de discipelen van Hem weggegaan waren: de wil te doen van Hem Die Hem gezonden had, en Zijn werk te volbrengen. Zo is het ook voor Gods kinderen: er is spijze in Christus.

En de Heere laat hen naar deze spijze hongeren. Hij stelt haar hun niet alleen voor ogen, maar Hij legt onuitsprekelijke begeerten in hun ziel om erdoor gevoed te worden. Gods volk kan zich niet verzadigen met draf, noch met as, noch met een oostenwind, noch met giftige druiven, noch met de bittere druiven van Gomorra (Deut. 32:32). Zij moeten spijze hebben, smakelijke spijze die hun ziel graag heeft; spijze die God Zelf meedeelt en die alleen Zijn hand kan aanreiken en hun kan geven, zodat zij die van Hem mogen ontvangen als het deel dat hun ziel verzadigt.

Aan de lezer…

Wacht u op de Heere, en valt het wachten u lang? Misschien ligt u er ’s nachts wakker van, of draagt u het met u mee achter de toonbank of in de drukke straat: een zucht om een teder woord, om een knikje van Zijn goedgunstig aangezicht, om een bewijs van Zijn gunst. Weet dan dat dit wachten zelf een kenmerk is dat de Heilige Geest op Zijn levend gemaakt volk drukt. „Aller ogen wachten op U.”

En het blijft niet bij wachten: „Gij geeft hun hun spijze te zijner tijd.” Er is in Christus een voorraad weggelegd, en die is bestemd voor zulke hongerigen als u. Kunt u zich niet verzadigen met de draf en de as van deze wereld, verlangt uw ziel naar het zalvende voedsel van het Evangelie, dan is dat geen bewijs dat u buitengesloten bent, maar dat de Heere die honger Zelf in u gelegd heeft. Hij zal u op Zijn tijd uit Zijn hand voeden.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl