Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Vandaag

3 min. lezen

Tot Uw Naam en tot Uw gedachtenis is de begeerte onzer ziele.
Jesaja 26:8

Hoe lieflijk en betekenisvol is de uitdrukking: „de begeerte onzer ziele”! Hoe lijkt zij onze gevoelens met zich mee te voeren! Hoe lijkt zij het verlangen en de uiting te beschrijven van een ziel waarin God de adem van Zijn Geest van genade en barmhartigheid geblazen heeft! „De begeerte onzer ziele” — het uitgaan van ons hart; het verlangen van ons inwendige wezen; de kreet, de zucht, het verlangen van onze nieuwe natuur; het zwoegen, het smachten, het uitzien, het hijgen, het hongeren, het dorsten, het zich uiten van de nieuwe mens van de genade — dat alles is uitgedrukt in die lieflijke en gezegende woorden: „De begeerte onzer ziele!”

En wat een barmhartigheid is het dat er altijd in ons „de begeerte” van een levende ziel moet zijn! De rechtvaardige wegen van God zijn wel moeilijk en streng, en altijd in strijd met alles wat de natuur wil; en toch moet er in het hart die barmhartigheid, liefde en genade worden uitgestort die de begeerte van de ziel naar de Naam van God doet ontstaan. Dit wordt uitgedrukt in de woorden die erop volgen: „Met mijn ziel heb ik U begeerd in de nacht!” Als u van het werk van de genade in uw hart niets meer kunt zeggen dan dat, kunt u dan vrijmoedig deze woorden gebruiken als uitdrukking van wat u inwendig voelt: „Met mijn ziel heb ik U begeerd in de nacht!”?

Verlangt uw ziel naar de Heere Jezus Christus? Is het altijd in de nacht dat u hijgend uitziet naar de openbaring van Zijn tegenwoordigheid, dat u hongert en dorst naar een woord van Zijn lippen, naar een zoet gefluister van Zijn liefde tot uw ziel? Dat zijn bewijzen van genade. De vleselijke, onwedergeboren, ongodsdienstige mens heeft zulke begeerten en gevoelens niet; er is niets in zijn hart dat overeenstemt met de begeerte van de ziel naar de Naam van God. Maar bij de rechtvaardige is dat wel zo; want „de begeerte des rechtvaardigen zal voldaan worden”.

„Dewijl zijn ziel Mij teer bemint,”
dus laat God zelf zich horen,
„heb Ik voor hem als voor Mijn vrind
een heilrijk lot beschoren.”

Psalm 91:7

Aan de lezer…

Hoe vaak kunt u van het werk van de genade in uw hart weinig meer zeggen dan dit: dat er een begeerte is! Een zucht, een hijgen, een uitzien naar de Heere Jezus Christus, vooral in de nacht? Veracht dat geringe niet. De vleselijke, onwedergeboren mens kent zo’n verlangen niet; er is niets in zijn hart dat naar de Naam van God uitgaat. Waar die begeerte leeft, daar heeft God Zelf de adem van Zijn Geest geblazen.

Misschien zijn Gods wegen met u moeilijk en streng, en gaan zij in tegen alles wat de natuur wil. Toch blijft dat verlangen naar een woord van Zijn lippen, naar een zoet gefluister van Zijn liefde. Houd dan vast aan de belofte die erbij gegeven is: de begeerte van de rechtvaardige zal voldaan worden. Hij Die het hongeren gaf, zal de hongerige ziel niet leeg wegsturen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl