Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Vandaag

3 min. lezen

En u heeft Hij mede levend gemaakt, daar gij dood waart door de misdaden en de zonden.
Efeze 2:1

Dood in de zonde is natuurlijk een beeld en moet ook zo worden opgevat. De betekenis is geestelijke dood, en onder geestelijke dood verstaan wij het volledige gemis van alles wat heilig, hemels, geestelijk en goddelijk is. Het is het volledige gemis van deel aan en gelijkvormigheid met het leven van God, dat zuiver en eeuwig, heilig, rein, wijs en goed is en altijd woont in het glorierijke licht van Zijn eigen oneindige volmaaktheden. Dood zijn is dus: geen deel hebben aan God en geen kennis van Hem; geen geloof in Hem, geen vertrouwen op Hem en geen hoop op Hem; geen besef van Zijn tegenwoordigheid; geen eerbied voor Zijn ontzagwekkende Majesteit; geen begeerte naar Hem of neiging tot Hem; geen beven voor Zijn Woord; geen vertrouwen op Zijn beloften; geen verlangen naar Zijn genade; geen zorg om en geen belangstelling voor Zijn heerlijkheid.

Het is voor Hem bestaan als een redeloos dier, dat er alleen op uit is om zijn honger of zijn dierlijke lusten te stillen, zonder enige gedachte aan wat het einde daarvan zal zijn. Zo iemand is altijd geneigd elk natuurlijk plan uit te voeren, alsof hij zijn eigen schepper, zijn eigen rechter, zijn eigen heer en zijn eigen god is. O, wat een vreselijke toestand is het, zo dood te zijn in de zonde en dat niet te weten en niet te voelen, zich helemaal niet bewust van het huidige gevaar en het zekere einde, tenzij hij daarvan verlost wordt door een krachtige daad van soevereine macht! Juist dat gemis van alle besef en gevoel maakt de dood van de ziel tot een afspiegeling en een voorspel van die tweede dood, die zich uitstrekt over een grenzeloze eeuwigheid.

Wil toch niet stug, gelijk een paard weerstreven,
of als een muil, door domheid voortgedreven.
Gebit en toom, door ’s mensen hand bestierd,
beteug’len ’t woest en redeloos gediert’.
Laat zulk een dwang voor u niet nodig wezen.
Wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen,
maar wie op Hem vertrouwt, op Hem alleen,
ziet zich omringd met zijn weldadigheên.

Ps. 32:5

Aan de lezer…

U die dit leest, hoor hoe ernstig dit woord is: dood door de misdaden en de zonden. Niet ziek, niet zwak, maar dood: zonder kennis van God, zonder vreze voor Zijn Majesteit, zonder verlangen naar Zijn genade. En het vreselijkste is dat de dode zijn toestand niet voelt. Leeft u zo, onbekommerd, alsof u uw eigen heer en uw eigen god bent? Dan is dit woord u gezonden als een roepstem van genade, zodat u nog zou ontwaken voordat de tweede dood u overvalt.

Maar misschien voelt u juist wél uw doodsheid, uw koudheid en uw onvermogen, en klaagt u daarover voor God. Weet dan dat een dode niet klaagt. Dat u beeft voor Zijn Woord en zucht naar Zijn tegenwoordigheid, is het werk van Hem Die levend maakt. Wat geen mens in zichzelf kan wekken, doet Hij door Zijn soevereine macht. Laat u dan niet ontmoedigen door uw armoede, maar breng haar bij Hem; want „u heeft Hij mede levend gemaakt”.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl