26 juli
En Ik zal dat derde deel in het vuur brengen, en Ik zal het louteren, gelijk men zilver loutert, en Ik zal het beproeven, gelijk men goud beproeft: het zal Mijn Naam aanroepen, en Ik zal het verhoren; Ik zal zeggen: Het is Mijn volk, en het zal zeggen: De Heere is mijn God.
Zacharia 13:9
Het is een genade in het vuur te zijn, en het is een genade erdoor gebracht te zijn. De belofte des Heeren aan het derde deel is, dat Hij het door het vuur zal brengen. Zij moeten dus, volgens Zijn eigen Woord, erin gebracht worden en toch er niet in blijven. Het is „door het vuur”, recht erdoor, van het begin tot aan ’t einde, of het een lang en zacht of een kort en hevig vuur zij. De Heere weet juist wat wij kunnen dragen, en het is niet altijd het heetste vuur dat het meest verzachtende uitwerksel heeft.
Sommige metalen zijn zo hard en het vuil zit er zo diep in, dat zij een heter vuur schijnen te behoeven dan andere. Maar nadat de Wet haar werk gedaan heeft en het schuim eraf genomen is, gebruikt de Heere doorgaans zulk een grote hitte niet. Het is meer een vuur van beproeving, verzoeking, ziekte, familierampen, gebrek, vervolging, diepe en dagelijkse ontdekkingen van het lichaam der zonde en des doods, het verborgen zijn van Gods aangezicht en de ontzegging Zijner tegenwoordigheid, welke die beproeving uitmaken die het geloof van een ieder beproeft, van welke aard het ook zij.
Bij deze beproeving en oefeningen is er een trapsgewijze spenen van de wereld, een nederigheid, een zachtheid, een gebroken geest voor de Heere, een grotere eenvoudigheid en oprechtheid, een vrijwillige gehoorzaamheid aan de voorschriften van het Evangelie en een groter verlangen om de wil van God te kennen en die te doen. O, mochten deze vruchten des Geestes overvloedig zijn in ons en in al de heiligen en dienaren Gods!
Perst eens de bitt’re tegenspoed
des avonds het benauwd gemoed
tot naar gejammer en geklag,
nauw rijst des morgens vroeg de dag,
of God verleent in plaats van lijden
weer stof tot juichen en verblijden.
Ps. 30:4
Aan de lezer…
Hoe goed is het te weten wat de Heere doet wanneer u in het vuur ligt! Misschien is het ziekte, gebrek, een ramp in uw gezin, of het verborgen zijn van Gods aangezicht dat u zo benauwt. Weet dan dat het een genade is in het vuur te zijn, en dat Hij beloofd heeft Zijn volk erdoor te brengen. Zij moeten erin, maar zij zullen er niet in blijven. De Heere weet juist wat u dragen kunt; Hij laat de hitte niet groter worden dan nodig is om het schuim weg te nemen.
En let op wat Hij in het vuur werkt: een spenen van de wereld, een gebroken geest, een groter verlangen om Zijn wil te kennen en die te doen. Roept u Zijn Naam aan uit de oven, Hij zal u verhoren. Hij zal zeggen: „Het is Mijn volk”, en u zult zeggen: „De Heere is mijn God.” Duurt het benauwen een avond lang, des morgens kan Hij weer stof tot juichen geven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
En Ik zal dat derde deel in het vuur brengen, en Ik zal het louteren, gelijk men zilver loutert, en Ik zal het beproeven, gelijk men goud beproeft: het zal Mijn Naam aanroepen, en Ik zal het verhoren; Ik zal zeggen: Het is Mijn volk, en het zal zeggen: De Heere is mijn God.
Zacharia 13:9
Het is genade om in het vuur te zijn, en het is genade om erdoorheen gebracht te zijn. De belofte van de Heere aan het derde deel is dat Hij het door het vuur zal brengen. Zij moeten er dus, volgens Zijn eigen Woord, in gebracht worden, en toch zullen zij er niet in blijven. Het is „door het vuur”, er dwars doorheen, van het begin tot het einde, of het nu een lang en zacht of een kort en hevig vuur is. De Heere weet precies wat we kunnen dragen, en het is niet altijd het heetste vuur dat de meest verzachtende uitwerking heeft.
Sommige metalen zijn zo hard en het vuil zit er zo diep in, dat ze een heter vuur lijken nodig te hebben dan andere. Maar nadat de Wet haar werk gedaan heeft en het schuim eraf gehaald is, gebruikt de Heere gewoonlijk niet zo’n grote hitte. Het is dan meer een vuur van beproeving, verzoeking, ziekte, rampen in het gezin, gebrek, vervolging, diepe en dagelijkse ontdekkingen van het lichaam van de zonde en de dood, het verborgen zijn van Gods aangezicht en het onthouden van Zijn tegenwoordigheid. Dat vormt de beproeving die het geloof van ieder beproeft, van welke aard die ook is.
Onder deze beproeving en oefeningen vindt er een geleidelijk spenen van de wereld plaats. Er komt een nederigheid, een zachtheid, een gebroken geest voor de Heere, een grotere eenvoud en oprechtheid, een gewillige gehoorzaamheid aan de voorschriften van het Evangelie en een groter verlangen om de wil van God te kennen en te doen. O, mochten deze vruchten van de Geest overvloedig zijn in ons en in alle heiligen en dienaren van God!
Perst eens de bitt’re tegenspoed
des avonds het benauwd gemoed
tot naar gejammer en geklag,
nauw rijst des morgens vroeg de dag,
of God verleent in plaats van lijden
weer stof tot juichen en verblijden.
Ps. 30:4
Aan de lezer…
Hoe goed is het te weten wat de Heere doet wanneer u in het vuur ligt! Misschien is het ziekte, gebrek, een ramp in uw gezin of het verborgen zijn van Gods aangezicht dat u zo benauwt. Weet dan dat het genade is om in het vuur te zijn, en dat Hij beloofd heeft Zijn volk erdoorheen te brengen. Zij moeten erin, maar zij zullen er niet in blijven. De Heere weet precies wat u kunt dragen; Hij laat de hitte niet groter worden dan nodig is om het schuim weg te nemen.
En let op wat Hij in het vuur werkt: een spenen van de wereld, een gebroken geest, een groter verlangen om Zijn wil te kennen en te doen. Roept u Zijn Naam aan vanuit de oven, dan zal Hij u verhoren. Hij zal zeggen: „Het is Mijn volk”, en u zult zeggen: „De Heere is mijn God.” Duurt de benauwdheid een avond lang, in de morgen kan Hij u weer stof tot juichen geven.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
And I will bring the third part through the fire, and will refine them as silver is refined, and will try them as gold is tried: they shall call on My name, and I will hear them: I will say, It is My people: and they shall say, The LORD is my God.
Zechariah 13:9
It is a mercy to be in the furnace, and it is a mercy to be brought through it. The Lord’s promise to the third part is, that He will bring them through the fire. They must therefore, according to His own word, be put into it, and yet not left in it. It is “through the fire”—right through it from beginning to end, whether it be a long and slow one or short and fierce one. The Lord knows exactly what we can bear, and it is not always the hottest fire which produces the most softening effects.
Some metals indeed are so stubborn, and the dross is so deeply ingrained into them, that they seem to require a hotter fire than others. But after the law has done its work, and the dross and tin have been purged away, the Lord does not usually bring again so hot a furnace. It is rather one of trial, temptation, sickness, family affliction, straits in providence, persecution, deep and daily discoveries of the body of sin and death, the hidings of the Lord’s face, and denials of His presence which seem to make up that trial which tries every man’s faith of what sort it is.
By these trials and exercises there is a gradual weaning from the world, a humility, meekness, and brokenness of spirit before the Lord, a greater simplicity and godly sincerity, more willing obedience to the precepts of the gospel, and a greater desire to know the will of God and do it. O that these fruits of the Spirit might abound in us and all the saints and servants of God!
To the reader…
How good it is to know what the Lord is doing when you are in the fire! Perhaps it is sickness, want, a calamity in your family or the hiding of God’s face that distresses you so. Know, then, that it is a mercy to be in the fire, and that He has promised to bring His people through it. They must go into it, but they will not remain in it. The Lord knows exactly what you can bear; He does not let the heat grow greater than is needed to take away the dross.
And notice what He works in the fire: a weaning from the world, a broken spirit, a greater desire to know His will and to do it. If you call upon His Name from the furnace, He will hear you. He will say, “It is My people,” and you will say, “The LORD is my God.” If distress lasts for an evening, in the morning He can give you cause to rejoice once more.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y meteré en el fuego la tercera parte, y los fundiré como se funde la plata, y los probaré como se prueba el oro. Él invocará Mi nombre, y Yo le oiré, y diré: Pueblo Mío: y él dirá: Jehová es mi Dios.
Zacarías 13:9
Es una misericordia estar en el horno, y es una misericordia ser sacado a través de él. La promesa del Señor a la tercera parte es que la hará pasar por el fuego. Por tanto, según Su propia Palabra, han de ser metidos en él, y sin embargo no dejados en él. Es “a través del fuego”: de parte a parte, de principio a fin, sea un fuego largo y lento, o breve y feroz. El Señor sabe exactamente lo que podemos soportar, y no siempre es el fuego más ardiente el que produce los efectos más ablandadores.
Algunos metales, en verdad, son tan tercos, y la escoria está tan profundamente incrustada en ellos, que parecen requerir un fuego más ardiente que otros. Pero una vez que la ley ha hecho su obra, y la escoria y el estaño han sido quitados, el Señor no suele volver a traer un horno tan ardiente. Es más bien un horno de prueba, tentación, enfermedad, aflicción familiar, estrecheces en la providencia, persecución, descubrimientos profundos y diarios del cuerpo de pecado y de muerte, ocultamientos del rostro del Señor y privaciones de Su presencia, lo que parece componer esa prueba que prueba la fe de cada uno, cuál sea.
Por estas pruebas y ejercicios hay un destete gradual del mundo, una humildad, mansedumbre y quebrantamiento de espíritu delante del Señor, una mayor sencillez y sinceridad piadosa, una obediencia más voluntaria a los preceptos del evangelio y un mayor deseo de conocer la voluntad de Dios y hacerla. ¡Oh, que estos frutos del Espíritu abunden en nosotros y en todos los santos y siervos de Dios!
Al lector…
¡Qué bueno es saber lo que el Señor está haciendo cuando usted está en el fuego! Quizá sea una enfermedad, la necesidad, una calamidad en su familia o el ocultamiento del rostro de Dios lo que tanto le aflige. Sepa, pues, que es una misericordia estar en el fuego, y que Él ha prometido hacer pasar a Su pueblo a través de él. Han de entrar en él, pero no permanecerán en él. El Señor sabe exactamente lo que usted puede soportar; no deja que el calor sea mayor de lo necesario para quitar la escoria.
Y observe lo que Él obra en el fuego: un destete del mundo, un espíritu quebrantado, un mayor deseo de conocer Su voluntad y hacerla. Si invoca Su Nombre desde el horno, Él le oirá. Él dirá: “Pueblo Mío”, y usted dirá: “Jehová es mi Dios”. Si por la tarde dura el lloro, a la mañana Él puede darle de nuevo motivo para alegrarse.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl