Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Vandaag

3 min. lezen

Maar Mijn goedertierenheid zal Ik van hem niet wegnemen, noch in Mijn getrouwheid niet feilen. Ik zal Mijn verbond niet ontheiligen; en hetgeen dat uit Mijn lippen gegaan is, zal Ik niet veranderen.
Psalm 89:34, 35

We leven in een veranderlijke, voortdurend veranderende wereld. Alles om ons heen wordt gekenmerkt door verandering, dood en verval. En wat onszelf betreft: alles in ons zegt hoe broos, hoe zwak en hoe vergankelijk we zijn. Zo ziet men met het oog van het verstand en de rede overal onzekerheid en veranderlijkheid gedrukt op iedere gebeurtenis, maar ook op alles wat we hebben en zijn naar lichaam en ziel. Die ervaring van wat we in onszelf voelen en in alles om ons heen zien, stelt ons geloof en onze hoop vaak op de proef. Want we zijn geneigd God naar onszelf af te meten en onze staat voor Hem te beoordelen, niet volgens Zijn Woord, maar volgens de wisselende gedachten en oefeningen van onze geest.

Maar soms kunnen we met het oog van het geloof heenzien door al die nevelen die als het ware de bodem van onze ziel bedekken en zo vaak ons oog verduisteren, zodat we niets kunnen onderscheiden van Gods plannen zoals die geopenbaard zijn in een eeuwig verbond dat vast en zeker is. Als we dan daardoorheen zien en tegelijk een getuigenis hebben dat we daar deel aan hebben, dan is er grond voor het geloof en ook voor de hoop. Die grond rust alleen op het Woord en de belofte van Hem Die niet kan liegen. Zo werd David getroost op het ziekbed, toen het klamme doodszweet zijn voorhoofd bedekte (2 Sam. 23:5).

Want in dat „eeuwig verbond” was al vastgelegd, nog vóór de wereld geformeerd, de mens gemaakt of de zonde begaan was, dat er een Redder bestemd en een Verlosser aangewezen werd, en dat ook de personen van de verlosten in Hem verkoren en aan Hem gegeven werden. Hoe kunnen we dan geloven dat veranderlijke en veranderende gebeurtenissen hier in de tijd zouden veranderen en verijdelen wat door een vast en soeverein raadsbesluit zeker bepaald was? Of dat de een of andere veranderlijke omstandigheid in onszelf of in anderen de eeuwige plannen van God zou kunnen vernietigen?

Geen onheil zal de stad verstoren
waar God zijn woning heeft verkoren.
God zal haar redden uit de nood
bij ’t dagen van het morgenrood.

Ps. 46:3

Aan de lezer…

Het kan zijn dat u God soms afmeet naar uzelf. Ziet u in uw eigen hart niets dan broosheid en veranderlijkheid, en concludeert u daaruit dat ook Gods trouw tegenover u wankel is? Dan beoordeelt u uw staat niet naar Zijn Woord, maar naar de wisselende gedachten van uw eigen geest. De nevelen die over de bodem van uw ziel hangen, verduisteren uw oog, maar zij veranderen niets aan het eeuwig verbond, dat vast en zeker is.

Hij heeft gezegd: „Mijn goedertierenheid zal Ik van hem niet wegnemen.” Wat uit Zijn lippen gegaan is, zal Hij niet veranderen. Zou uw wankelen dan Zijn raadsbesluit kunnen verijdelen? Klem u aan dat Woord vast, ook op uw ziekbed. Uw grond voor geloof en hoop ligt niet in uzelf, maar in de belofte van Hem Die niet kan liegen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl