Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Vandaag

3 min. lezen

En gij zult Mij zoeken, en vinden, wanneer gij naar Mij zult vragen met uw ganse hart.
Jeremia 29:13

Nadat de Heere onze ziel levend heeft gemaakt, gaan wij, om zo te zeggen, blindelings verder, zonder te weten dat er een Jezus is. Wij menen dat de weg ten leven is: Gods geboden houden, de Wet gehoorzamen, onszelf van zonde reinigen, ons leven veranderen en een algehele heiligheid in gedachten, woorden en daden aankweken. Zo gaan wij blindelings struikelend verder in de duisternis, en al die tijd komen wij geen stap vooruit.

Maar dan heeft de Heere ons laten doorgaan totdat wij uitgeput raakten in het zoeken naar de deur, en heeft Hij ons steeds dieper laten zinken in de kuil van schuld en verderf, omdat wij voelen dat al onze pogingen om ons eruit te helpen ons alleen maar dieper deden vallen. En dan opent de Geest van God ons verstand, schenkt Hij de ziel enige geestelijke ontdekking van de Heere Jezus en maakt Hij ons bekend dat er een Zaligmaker is, een Middelaar, een weg om te ontkomen. Dan is het grote keerpunt in ons leven gekomen: de eerste opening van de deur der hoop in de vallei van Achor. En wanneer de ziel eenmaal gezien heeft dat er een Jezus is, en eenmaal in zekere mate de kracht van Zijn opstanding gevoeld heeft, gaat zij nergens anders meer heen voor vergeving, rechtvaardigmaking en verlossing.

Wanneer de Geest van God met kracht in iemands geweten begint te verklaren dat er een Jezus is, dat Hij de enige Middelaar is, dat de Zoon van God is neergedaald en een heilige menselijke natuur heeft aangenomen in vereniging met Zijn Goddelijke natuur, en dat Hij nu zit aan de rechterhand van de Vader, dan is dat het eerste morgenrood, de dageraad van de hoop. Op die heldere plek richt de ziel haar verlangende ogen, totdat de Zon der Gerechtigheid daar opgaat, met genezing onder Haar vleugels. Het is een grote genade om zich van alle vormen en ceremonies af te keren, zoals een schipbreukeling zich afkeert van zijn zinkend schip en uitziet naar de opkomende zon, die hem een weg om te ontkomen wijst en hem zo een straal van hoop schenkt.

Mijn hart zegt mij, o Heer, van Uwentwegen:
„Zoek door gebeên met ernst Mijn aangezicht!”
Dat wil, dat zal ik doen: ik zoek de zegen
alleen bij U, o Bron van troost en licht!

Ps. 27:5

Aan de lezer…

Het kan zijn dat u nog bezig bent de deur te zoeken langs de weg van de Wet. Probeert u uzelf te reinigen en uw leven te verbeteren, en merkt u dat elke poging u alleen maar dieper in de kuil van schuld doet zinken? Wees dan niet al te bedroefd over die vermoeidheid. Zo leidt de Heere de Zijnen, totdat zij aan het einde van zichzelf gekomen zijn en er geen stap vooruit meer is.

Want juist daar, in de vallei van Achor, opent Hij de deur der hoop. Daar laat de Geest zien dat er een Jezus is, een Zaligmaker, een Middelaar, Die nu zit aan de rechterhand van de Vader. Keer u dan, zoals een schipbreukeling van zijn zinkend schip, af van alle eigen vormen, en zie uit naar de Zon der Gerechtigheid. De belofte staat er: „Gij zult Mij zoeken, en vinden, wanneer gij naar Mij zult vragen met uw ganse hart.”

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl