Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 6 dagen geleden
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

365 dagen met Philpot

21 mei

Christus’ hemelvaart

Vandaag

2 min. lezen

Gij zijt opgevaren in de hoogte; Gij hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd; Gij hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen; ja ook de wederhorigen, om bij U te wonen.
Psalm 68:19

Het is goed om te bedenken dat Jezus, als Sions verheven Koning, „gaven genomen heeft om uit te delen onder de mensen; ja, ook de wederhorigen om bij U te wonen.” Petrus brengt dit duidelijk naar voren in de preek die hij op de gedenkwaardige Pinksterdag hield: „Hij dan, door de rechterhand Gods verhoogd zijnde, en de belofte des Heiligen Geestes ontvangen hebbende van de Vader, heeft dit uitgestort, dat gij nu ziet en hoort” (Hand. 2:33). Het was als onze gekroonde Koning dat Hij de gaven en genaden van de Heilige Geest, de beloofde Trooster, ontving en uitstortte.

Dezelfde gezegende waarheid wordt bevestigd en uitgelegd door de apostel Paulus: „Daarom zegt Hij: Als Hij opgevaren is in de hoogte, heeft Hij de gevangenis gevangen genomen, en heeft de mensen gaven gegeven. Nu dit: Hij is opgevaren; wat is het dan dat Hij ook eerst is nedergedaald in de nederste delen der aarde? Die nedergedaald is, is Dezelfde ook, Die opgevaren is ver boven al de hemelen, opdat Hij alle dingen vervullen zou” (Ef. 4:8-10). De apostel zinspeelt hier op de profetische uitspraak in Ps. 68:19. Eén uitdrukking in die uitspraak is heel zoet en mooi, volgens de vertaling in de kanttekening: „Gij hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen”, waarbij in de kanttekening staat „in de mens”, dat wil zeggen: in Zijn menselijke natuur, waarin Hij verhoogd is als onze gezalfde Koning.

Lezen: Psalm 68:1-21

Aan de lezer…

Hoe vaak voelt u zich arm en leeg, zonder licht, zonder leven, zonder kracht om te bidden? Hoor dan wat de psalm zegt: de verheven Koning heeft gaven genomen om uit te delen onder de mensen, ja, ook de wederhorigen. Die gaven zijn niet voor wie al rijk zijn, maar voor wie niets hebben. Hij ontving ze niet voor Zichzelf, maar om ze uit te storten.

En let erop: Hij ontving ze „in de mens”, in Zijn menselijke natuur. Hij Die opgevaren is ver boven al de hemelen, is Dezelfde Die eerst nedergedaald is. Hij kent de nood van een mensenhart van binnenuit. Breng dan uw leegte bij Hem. Hebt u Hem weerstaan en bent u wederhorig geweest, sluit uzelf dan niet buiten; ook voor zulke mensen zijn de gaven bestemd, zodat zij bij Hem zouden wonen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl