21 juli
Zo is het dan niet desgenen, die wil, noch desgenen, die loopt, maar des ontfermenden Gods.
Romeinen 9:16
Hij die geen belang heeft in de eeuwige verkiezing van God de Vader, in het verzoenend bloed en de rechtvaardigende gerechtigheid van de Zoon van God en in het werk en het getuigenis van God de Heilige Geest, zal sterven gelijk Ezau stierf. Wat zijn naam, zijn beroep, zijn uitwendige wandel, de leerstellingen die hij belijdt of de geloofsbelijdenis waaronder hij zijn naam schrijft ook zijn, hij zal sterven zoals Bileam, Saul, Judas en Achitofel gestorven zijn. Hij zal nooit de Koning in Zijn schoonheid aanschouwen, nooit het land van verre zien, nooit het nieuwe Jeruzalem zien, noch deelgenoot zijn van het bloed der besprenging, dat betere dingen spreekt dan het bloed van Abel.
Maar iedere levende ziel die gevoelig onderwezen is in haar verloren staat, die iets gekend heeft van een rustplaats in Christus, die haar rug gekeerd heeft naar de wereld en de belijdende kerk en wenende gaat naar Sion, in wier hart God de Heilige Geest die ernstige begeerten ontstoken heeft, en die — laat ik die uitdrukking eens gebruiken — onder de Goddelijke onderwijzingen een ernstig besluit genomen heeft om het met de Heere eens te worden, zo iemand zal de vrije wil niet voorstaan. Hij neemt een innerlijk besluit, daartoe bekrachtigd door de Geest Gods, om de Heere aan te kleven en in te gaan in het eeuwigdurend Verbond, opdat hij moge leven in Jezus en sterven in Jezus, leven uit en voor Jezus, Zijn ondersteuning moge ontwaren, Zijn liefde smaken, Zijn bloed kennen en zich verheugen in Zijn genade.
Zulk een ziel zal, als eertijds Israël, veilig gedragen worden door de woeste, huilende wildernis, door dit tranendal, en verwaardigd worden de eeuwige zaligheid en heerlijkheid te genieten in de tegenwoordigheid van Hem, Wie te zien gelijk Hij is de zaligheid der verlosten zal uitmaken. Een ieder van die arme, beproefde, verzochte zielen zal gebracht worden tot een persoonlijke genieting van Christus hier beneden, en eenmaal daarboven. Hier genieten zij een voorsmaak des hemels, doch namaals zullen zij zich baden in een oceaan van eindeloze zaligheid.
Aan de lezer…
Wat een ernst ligt er in deze woorden! Het is niet desgenen die wil, noch desgenen die loopt, maar des ontfermenden Gods. Geen naam, geen uitwendige wandel en geen belijdenis kan een ziel behouden die geen belang heeft in het bloed en de gerechtigheid van de Zoon van God. Maar bent u een arme ziel die haar verloren staat heeft leren kennen, die wenende naar Sion gaat en wier hart begeert het met de Heere eens te worden, dan is dat geen werk van uw vrije wil, maar van Zijn ontferming.
Laat dan de woeste, huilende wildernis u niet ontmoedigen. Die u leerde zuchten, zal u er ook veilig doorheen dragen, zoals eertijds Israël. Hier smaakt u soms een voorsmaak des hemels, wanneer Zijn liefde en Zijn bloed u dierbaar worden; eenmaal zult u Hem zien gelijk Hij is. Is dat niet genoeg om de Heere aan te kleven, in leven en in sterven?
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Zo is het dan niet desgenen, die wil, noch desgenen, die loopt, maar des ontfermenden Gods.
Romeinen 9:16
Wie geen deel heeft aan de eeuwige verkiezing van God de Vader, aan het verzoenend bloed en de rechtvaardigende gerechtigheid van de Zoon van God, en aan het werk en het getuigenis van God de Heilige Geest, zal sterven zoals Ezau stierf. Wat zijn naam, zijn beroep, zijn uiterlijke wandel, de leerstellingen die hij belijdt of de geloofsbelijdenis die hij ondertekent ook zijn: hij zal sterven zoals Bileam, Saul, Judas en Achitofel gestorven zijn. Hij zal nooit de Koning in Zijn schoonheid aanschouwen, nooit het land van verre zien, nooit het nieuwe Jeruzalem zien, en geen deel hebben aan het bloed van de besprenging, dat betere dingen spreekt dan het bloed van Abel.
Maar dan iedere levende ziel die met gevoel onderwezen is in haar verloren staat, die iets gekend heeft van een rustplaats in Christus, die de wereld en de belijdende kerk de rug heeft toegekeerd en wenend naar Sion gaat. In haar hart heeft God de Heilige Geest die ernstige verlangens ontstoken, en zij heeft — laat ik die uitdrukking eens gebruiken — onder de Goddelijke onderwijzingen een ernstig besluit genomen om het met de Heere eens te worden. Zo iemand zal de vrije wil niet verdedigen. Hij neemt een innerlijk besluit, daartoe gesterkt door de Geest van God, om de Heere aan te kleven en in te gaan in het eeuwigdurend Verbond. Dan mag hij leven in Jezus en sterven in Jezus, leven uit en voor Jezus, Zijn ondersteuning ervaren, Zijn liefde smaken, Zijn bloed kennen en zich verheugen in Zijn genade.
Zo’n ziel zal, zoals Israël vroeger, veilig gedragen worden door de woeste, huilende wildernis, door dit tranendal, en verwaardigd worden de eeuwige zaligheid en heerlijkheid te genieten in de tegenwoordigheid van Hem, Die te zien zoals Hij is de zaligheid van de verlosten zal uitmaken. Ieder van die arme, beproefde, verzochte zielen zal gebracht worden tot een persoonlijk genieten van Christus hier beneden, en eens daarboven. Hier genieten zij een voorsmaak van de hemel, maar later zullen zij baden in een oceaan van eindeloze zaligheid.
Aan de lezer…
Wat een ernst ligt er in deze woorden! Het is niet desgenen die wil, noch desgenen die loopt, maar des ontfermenden Gods. Geen naam, geen uiterlijke wandel en geen belijdenis kan een ziel behouden die geen deel heeft aan het bloed en de gerechtigheid van de Zoon van God. Maar bent u een arme ziel die haar verloren staat heeft leren kennen, die wenend naar Sion gaat en wier hart verlangt het met de Heere eens te worden, dan is dat geen werk van uw vrije wil, maar van Zijn ontferming.
Laat de woeste, huilende wildernis u dan niet ontmoedigen. Hij Die u leerde zuchten, zal u er ook veilig doorheen dragen, zoals Israël vroeger. Hier smaakt u soms een voorsmaak van de hemel, wanneer Zijn liefde en Zijn bloed u dierbaar worden; eens zult u Hem zien zoals Hij is. Is dat niet genoeg om de Heere aan te kleven, in leven en in sterven?
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
“So then it is not of him that willeth, nor of him that runneth, but of God that sheweth mercy.”
Romans 9:16
He that is not interested in the eternal election of God the Father, in the atoning blood and justifying righteousness of God the Son, in the work and witness of God the Holy Spirit, whatever be his name, sect, denomination or profession; whatever be his outward conduct, the doctrines he professes, or the creed to which he signs his name, he will die as Esau died, as Balaam died, as Saul died, as Judas and Ahithophel died. He will never see the King in His beauty; never see the land afar off; never see the new Jerusalem, nor the blood of sprinkling, “that speaks better things than the blood of Abel.”
But every living soul that has been feelingly taught his lost condition, that has known something of a resting-place in Christ, that has turned his back upon the world and the professing church, and gone weeping Zionward, in whose heart God the Holy Spirit has implanted those solemn desires, and (if I may use the expression) those solemn determinations under the divine teaching, not a determination of free will, but the inward determination of grace strengthened to it by the Spirit of God, “to join himself to the Lord in a perpetual covenant never to be forgotten”—that he may live in Jesus and die in Jesus, live out of Jesus and unto Jesus, that he may feel His power, taste His love, know His blood, rejoice in His grace; every such soul shall, like Israel of old, be borne safely through this waste-howling wilderness, shall be carried through this valley of tears, and taken to enjoy eternal bliss and glory in the presence of Him Whom to see as He is, constitutes the blessedness of the redeemed.
Every such poor, exercised, tempted soul shall be brought into a personal enjoyment of Christ below and of Christ above, so as to enjoy a foretaste of heaven here, and hereafter to bathe in the ocean of endless bliss.
To the reader…
What solemnity lies in these words! It is not of him that wills, nor of him that runs, but of God that shows mercy. No name, no outward conduct, and no profession can save a soul that has no part in the blood and righteousness of the Son of God. But if you are a poor soul that has learned to know its lost condition, that goes weeping Zionward and whose heart longs to be joined to the Lord, then that is no work of your free will, but of His mercy.
Do not let the waste-howling wilderness discourage you, then. He Who taught you to sigh will also carry you safely through it, as He did Israel of old. Here you sometimes taste a foretaste of heaven, when His love and His blood become precious to you; one day you will see Him as He is. Is that not enough to make you cleave to the Lord, in life and in death?
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
“Así que no es del que quiere, ni del que corre, sino de Dios que tiene misericordia.”
Romanos 9:16
El que no tiene parte en la elección eterna de Dios el Padre, en la sangre expiatoria y la justicia justificadora de Dios el Hijo, en la obra y el testimonio de Dios el Espíritu Santo, cualquiera que sea su nombre, secta, denominación o profesión; cualquiera que sea su conducta exterior, las doctrinas que profesa o el credo que firma, morirá como murió Esaú, como murió Balaam, como murió Saúl, como murieron Judas y Achîtophel. Nunca verá al Rey en Su hermosura; nunca verá la tierra que está lejos; nunca verá la nueva Jerusalén, ni la sangre del esparcimiento “que habla mejor que la de Abel”.
Pero toda alma viviente a la que se ha enseñado con sentimiento su condición perdida, que ha conocido algo de un lugar de reposo en Cristo, que ha vuelto la espalda al mundo y a la iglesia profesante y ha ido llorando hacia Sión, en cuyo corazón Dios el Espíritu Santo ha implantado aquellos deseos solemnes y (si se me permite la expresión) aquellas solemnes determinaciones bajo la enseñanza divina —no una determinación del libre albedrío, sino la determinación interior de la gracia, fortalecida para ello por el Espíritu de Dios— de “juntarse al Señor con pacto eterno, que jamás se ponga en olvido”, para vivir en Jesús y morir en Jesús, vivir de Jesús y para Jesús, sentir Su poder, gustar Su amor, conocer Su sangre, regocijarse en Su gracia; toda alma así será, como Israel antiguamente, llevada a salvo a través de este desierto de horrible soledad, será conducida por este valle de lágrimas, y llevada a gozar de dicha y gloria eternas en la presencia de Aquel a Quien ver tal como Él es constituye la bienaventuranza de los redimidos.
Toda alma así, pobre, ejercitada y tentada, será llevada a un goce personal de Cristo aquí abajo y de Cristo allá arriba, de modo que goce aquí de un anticipo del cielo, y en lo venidero se bañe en el océano de una dicha sin fin.
Al lector…
¡Qué solemnidad hay en estas palabras! No es del que quiere, ni del que corre, sino de Dios que tiene misericordia. Ningún nombre, ninguna conducta exterior y ninguna profesión pueden salvar a un alma que no tiene parte en la sangre y la justicia del Hijo de Dios. Pero si usted es una pobre alma que ha aprendido a conocer su condición perdida, que va llorando hacia Sión y cuyo corazón anhela juntarse al Señor, eso no es obra de su libre albedrío, sino de Su misericordia.
No deje, pues, que el desierto de horrible soledad le desanime. Aquel Que le enseñó a suspirar le llevará también a salvo a través de él, como hizo con Israel antiguamente. Aquí gusta usted a veces un anticipo del cielo, cuando Su amor y Su sangre se le hacen preciosos; un día Le verá tal como Él es. ¿No basta eso para hacerle allegarse al Señor, en la vida y en la muerte?
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl