Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Vandaag

2 min. lezen

Zwaard, ontwaak tegen Mijn Herder, en tegen de Man, Die Mijn Metgezel is, spreekt de Heere der Heirscharen.
Zacharia 13:7

Als we de buitengewoon grote zondigheid van de zonde willen zien en voelen, dan zien we die niet in de bliksems en horen we die niet in de donderslagen van de vurige top van de Sinaï. We zien en horen haar in het doodszweet en bloedzweet, in de zuchten en kreten van de lijdende Zoon van God. Het zien op Hem, Die wij doorstoken hebben, zal hart en ogen vullen met droefheid over de zonde en met een heilig treuren over een gemartelde, gehoonde Heere. Met het oog van het geloof, zoals het door de kracht van God aan de ziel geopenbaard wordt, ziet men de geliefde Zoon van God: gebonden, gegeseld, geslagen, bespuwd, bespot, en dan, als toppunt van wrede smaad en helse wreedheid, gekruisigd tussen twee moordenaars. Dit gelovige zien, deze gemeenschap aan het lijden van Christus, zal het hardste hart doen smelten van verslagenheid en berouw.

Maar dan zien we door het oog van het geloof dat dit nog maar het kleinste deel van Zijn lijden was. Er waren diepten van zielsonrust en ondraaglijke smart en angst, die van de hand van God kwamen als van een verterend vuur, als van een onbuigzame gerechtigheid en een rechtvaardige verontwaardiging over de zonde, waar en bij wie die ook gevonden wordt. Onze gezegende Heere moest de toorn van God dragen totdat Hij was uitgestort als water, en Zijn zachtmoedig, teder hart smolt als was in de vlam van de verontwaardiging in het midden Zijns ingewands (Psalm 22:15). Wanneer we dat zien, kunnen we enigszins begrijpen wat Hij op Zich nam door Zich als Offer voor de zonde te geven. Want zoals alle zonden van Zijn volk op Hem gelegd waren, zo viel ook de toorn van God die hen moest treffen op Hem, op Wie de Heere ons aller ongerechtigheden deed aanlopen.

Wees dan mijn hulp, houd U niet ver van mij,
mij prangt de nood, benauwdheid is nabij.
’k Heb buiten U, daar ik zo bitter lij’,
geen hulp te wachten.

Ps. 22:6

Aan de lezer…

Kent u dat? U wilt weten hoe zwaar de zonde weegt. Zoek het dan niet allereerst bij de donderslagen van de Sinaï, maar zie op Hem, Die wij doorstoken hebben. Zie Hem gebonden, gegeseld, bespuwd en gekruisigd tussen twee moordenaars, en weet dat dit nog maar het kleinste deel van Zijn lijden was. Het zwaard ontwaakte tegen de Herder, en Zijn tedere hart smolt als was.

Is uw hart hard en koud, zodat u nauwelijks over uw zonden kunt treuren? Bid dan om dat oog van het geloof, want dit zien doet het hardste hart smelten van verslagenheid en berouw. En voelt u de last van uw ongerechtigheden, weet dan dat de Heere ze op Hem deed aanlopen. De toorn die u moest treffen, viel op Hem. Roep dan met de psalmist: „Wees dan mijn hulp”; buiten Hem hebt u geen hulp te wachten, maar in Hem is zij volkomen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl