21 de julio
Zwaard, ontwaak tegen Mijn Herder, en tegen de Man, Die Mijn Metgezel is, spreekt de Heere der Heirscharen.
Zacharia 13:7
Zo wij de buitengewoon grote zondigheid der zonde wilden zien en gevoelen, dan is dit niet in het zien van de bliksems en het horen van de donderslagen van Sinaï’s vurige top, maar in het zien van het dood- en bloedzweet, in het horen van de zuchten en kreten van de lijdende Zoon van God. Op Hem te zien, Die wij doorstoken hebben, zal het hart en de ogen vullen met droefheid over de zonde, en met een heilig treuren over een gemartelde, gehoonde Heere. Door het oog des geloofs, als aan de ziel geopenbaard door de kracht Gods, de geliefde Zoon van God te zien gebonden, gegeseld, geslagen, bespuwd, bespot, en dan, als het toppunt van wrede versmading en helse wreedheid, gekruisigd tussen twee moordenaars — dit gelovig zien, dit deelgenootschap aan het lijden van Christus, zal het hardste hart doen smelten van verslagenheid en berouw.
Maar wanneer wij door het oog des geloofs zien dat dit nog slechts het kleinste deel van Zijn lijden was; dat er diepten waren van zielsonrust en ondragelijke smart en angst van de hand van God als een verterend vuur, als van onbuigzame rechtvaardigheid en billijke verontwaardiging over de zonde, waar en in wie ook gevonden; en dat onze gezegende Heere de toorn Gods dragen moest tot Hij was uitgestort als water, en Zijn zachtmoedig, teder hart smolt als was in de vlam der verontwaardiging in het midden Zijns ingewands (Psalm 22:15), dan kunnen wij enigszins begrijpen wat Hij ondernam door Zich als Offer voor de zonde te stellen. Want evenals al de zonden van Zijn volk op Hem waren gelegd, viel de toorn Gods, die hen moest treffen, op Hem, op Wie de Heere ons aller ongerechtigheden deed aanlopen.
Wees dan mijn hulp, houd U niet ver van mij,
mij prangt de nood, benauwdheid is nabij.
’k Heb buiten U, daar ik zo bitter lij’,
geen hulp te wachten.
Ps. 22:6
Aan de lezer…
Kent u dat? U wilt weten hoe zwaar de zonde weegt. Zoek het dan niet allereerst bij de donderslagen van Sinaï, maar zie op Hem, Die wij doorstoken hebben. Zie Hem gebonden, gegeseld, bespuwd en gekruisigd tussen twee moordenaars, en weet dat dit nog slechts het kleinste deel van Zijn lijden was. Het zwaard ontwaakte tegen de Herder, en Zijn teder hart smolt als was.
Is uw hart hard en koud, zodat u nauwelijks kunt treuren over uw zonden? Bid dan om dat oog des geloofs, want dit zien doet het hardste hart smelten van verslagenheid en berouw. En voelt u de last van uw ongerechtigheden, weet dan dat de Heere ze op Hem deed aanlopen. De toorn die u moest treffen, viel op Hem. Roep dan met de psalmist: „Wees dan mijn hulp”; buiten Hem hebt u geen hulp te wachten, maar in Hem is zij volkomen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Zwaard, ontwaak tegen Mijn Herder, en tegen de Man, Die Mijn Metgezel is, spreekt de Heere der Heirscharen.
Zacharia 13:7
Als we de buitengewoon grote zondigheid van de zonde willen zien en voelen, dan zien we die niet in de bliksems en horen we die niet in de donderslagen van de vurige top van de Sinaï. We zien en horen haar in het doodszweet en bloedzweet, in de zuchten en kreten van de lijdende Zoon van God. Het zien op Hem, Die wij doorstoken hebben, zal hart en ogen vullen met droefheid over de zonde en met een heilig treuren over een gemartelde, gehoonde Heere. Met het oog van het geloof, zoals het door de kracht van God aan de ziel geopenbaard wordt, ziet men de geliefde Zoon van God: gebonden, gegeseld, geslagen, bespuwd, bespot, en dan, als toppunt van wrede smaad en helse wreedheid, gekruisigd tussen twee moordenaars. Dit gelovige zien, deze gemeenschap aan het lijden van Christus, zal het hardste hart doen smelten van verslagenheid en berouw.
Maar dan zien we door het oog van het geloof dat dit nog maar het kleinste deel van Zijn lijden was. Er waren diepten van zielsonrust en ondraaglijke smart en angst, die van de hand van God kwamen als van een verterend vuur, als van een onbuigzame gerechtigheid en een rechtvaardige verontwaardiging over de zonde, waar en bij wie die ook gevonden wordt. Onze gezegende Heere moest de toorn van God dragen totdat Hij was uitgestort als water, en Zijn zachtmoedig, teder hart smolt als was in de vlam van de verontwaardiging in het midden Zijns ingewands (Psalm 22:15). Wanneer we dat zien, kunnen we enigszins begrijpen wat Hij op Zich nam door Zich als Offer voor de zonde te geven. Want zoals alle zonden van Zijn volk op Hem gelegd waren, zo viel ook de toorn van God die hen moest treffen op Hem, op Wie de Heere ons aller ongerechtigheden deed aanlopen.
Wees dan mijn hulp, houd U niet ver van mij,
mij prangt de nood, benauwdheid is nabij.
’k Heb buiten U, daar ik zo bitter lij’,
geen hulp te wachten.
Ps. 22:6
Aan de lezer…
Kent u dat? U wilt weten hoe zwaar de zonde weegt. Zoek het dan niet allereerst bij de donderslagen van de Sinaï, maar zie op Hem, Die wij doorstoken hebben. Zie Hem gebonden, gegeseld, bespuwd en gekruisigd tussen twee moordenaars, en weet dat dit nog maar het kleinste deel van Zijn lijden was. Het zwaard ontwaakte tegen de Herder, en Zijn tedere hart smolt als was.
Is uw hart hard en koud, zodat u nauwelijks over uw zonden kunt treuren? Bid dan om dat oog van het geloof, want dit zien doet het hardste hart smelten van verslagenheid en berouw. En voelt u de last van uw ongerechtigheden, weet dan dat de Heere ze op Hem deed aanlopen. De toorn die u moest treffen, viel op Hem. Roep dan met de psalmist: „Wees dan mijn hulp”; buiten Hem hebt u geen hulp te wachten, maar in Hem is zij volkomen.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Awake, O sword, against My Shepherd, and against the Man that is My Fellow, saith the LORD of hosts.
Zechariah 13:7
Would we see, feel, and realize the exceeding sinfulness of sin, it is not by viewing the lightnings and hearing the thunders of Sinai’s fiery top, but in seeing the agony and bloody sweat, and hearing the groans and cries of the suffering Son of God, as made sin for us, in the garden and upon the cross. To look upon Him Whom we have pierced will fill heart and eyes with godly sorrow for sin, and a holy mourning for and over a martyred, injured Lord. To see, by the eye of faith, as revealed to the soul by the power of God, the darling Son of God bound, scourged, buffeted, spit upon, mocked, and then, as the climax of cruel scorn and infernal cruelty, crucified between two thieves—this believing sight of the sufferings of Christ, will melt the hardest heart into contrition and compunction.
But when we see, by the eye of faith, that this was the smallest part of His sufferings, that there were depths of soul trouble and of intolerable distress and agony from the hand of God as a consuming fire, as of inflexible justice and righteous indignation against sin wherever and in whomever found, and that our blessed Lord had to endure the wrath of God until He was poured out like water, and His soft, tender heart in the flames of indignation became like wax, melted within Him (Psalm 22:14)—then we can in some measure conceive what He undertook in becoming a sin offering.
For as all the sins of His people were put upon Him, the wrath of God due to them fell upon Him. Separation from God, under a sense of His terrible displeasure, and that on account of sin, that abominable thing which His holy soul hates—is not this hell? This, then, was the hell experienced by the suffering Redeemer when the Lord laid on Him the iniquities of us all (Isaiah 53:6).
To the reader…
Do you know this? You want to know how heavily sin weighs. Then do not look first of all to the thunders of Sinai, but look upon Him Whom we have pierced. See Him bound, scourged, spat upon and crucified between two thieves, and know that this was only the smallest part of His sufferings. The sword awoke against the Shepherd, and His tender heart melted like wax.
Is your heart hard and cold, so that you can hardly mourn over your sins? Then pray for that eye of faith, for this sight melts the hardest heart into contrition and repentance. And if you feel the burden of your iniquities, know that the Lord laid them on Him. The wrath that should have struck you fell upon Him. Cry, then, with the psalmist: “Be Thou my help”; apart from Him you have no help to expect, but in Him it is complete.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Levántate, oh espada, sobre el Pastor, y sobre el Hombre compañero Mío, dice Jehová de los ejércitos.
Zacarías 13:7
Si queremos ver, sentir y comprender la extremada pecaminosidad del pecado, no es contemplando los relámpagos y oyendo los truenos de la cumbre ardiente del Sinaí, sino viendo la agonía y el sudor de sangre, y oyendo los gemidos y clamores del Hijo de Dios sufriente, hecho pecado por nosotros, en el huerto y en la cruz. Mirar a Aquel a Quien traspasamos llenará el corazón y los ojos de tristeza piadosa por el pecado, y de un santo lamento por un Señor martirizado y ofendido. Ver, con el ojo de la fe, tal como es revelado al alma por el poder de Dios, al amado Hijo de Dios atado, azotado, abofeteado, escupido, escarnecido, y luego, como colmo del escarnio cruel y de la crueldad infernal, crucificado entre dos ladrones: esta vista creyente de los padecimientos de Cristo derretirá el corazón más duro en contrición y compunción.
Pero cuando vemos, con el ojo de la fe, que esto fue la menor parte de Sus padecimientos; que hubo profundidades de angustia del alma y de aflicción y agonía intolerables de la mano de Dios como fuego consumidor, como de justicia inflexible y justa indignación contra el pecado dondequiera y en quienquiera que se hallase; y que nuestro bendito Señor tuvo que soportar la ira de Dios hasta ser derramado como aguas, y Su corazón blando y tierno, en las llamas de la indignación, llegó a ser como cera, derritiéndose en medio de Sus entrañas (Salmo 22:14), entonces podemos concebir en alguna medida lo que emprendió al hacerse ofrenda por el pecado.
Porque así como todos los pecados de Su pueblo fueron puestos sobre Él, la ira de Dios que les correspondía cayó sobre Él. La separación de Dios, bajo el sentimiento de Su terrible desagrado, y eso a causa del pecado, esa cosa abominable que Su alma santa aborrece, ¿no es esto el infierno? Este fue, pues, el infierno que experimentó el Redentor sufriente cuando Jehová cargó en Él el pecado de todos nosotros (Isaías 53:6).
Al lector…
¿Conoce usted esto? Quiere saber cuánto pesa el pecado. Entonces no mire en primer lugar a los truenos del Sinaí, sino mire a Aquel a Quien traspasamos. Véalo atado, azotado, escupido y crucificado entre dos ladrones, y sepa que esto fue solo la menor parte de Sus padecimientos. La espada se levantó contra el Pastor, y Su tierno corazón se derritió como cera.
¿Está su corazón duro y frío, de modo que apenas puede lamentar sus pecados? Entonces pida ese ojo de la fe, porque esta vista derrite el corazón más duro en contrición y arrepentimiento. Y si siente la carga de sus iniquidades, sepa que Jehová las cargó en Él. La ira que debía herirle a usted cayó sobre Él. Clame, pues, con el salmista: “Sé Tú mi ayuda”; fuera de Él no tiene ayuda que esperar, pero en Él es completa.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl