Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

365 dagen met Philpot

2 oktober

Neem weg alle ongerechtigheid

Vandaag

3 min. lezen

Neem weg alle ongerechtigheid en geef het goede, zo zullen wij betalen de varren onzer lippen.
Hosea 14:3

„Neem weg alle ongerechtigheid.” U kunt met uw mond liefkozingen maken, terwijl uw hart uw gierigheid nawandelt (Ezech. 33:31). U kunt ’s morgens opstaan, op uw knieën vallen en de Heere vragen u gedurende de dag te bewaren, u te behoeden voor de verzoeking die u eerder al verstrikt heeft, of voor de aanval waardoor u gevallen bent. Maar zodra u opgestaan bent of de kamer verlaten hebt, bent u even zwak, even machteloos, even onoplettend en even gereed om in de verzoeking te vallen als ooit, wanneer de duivel u die verzoeking voorhoudt. Welnu, als het zo met u gesteld is, kunt u de woorden „Neem weg al onze ongerechtigheid” niet met een eerlijk hart uitspreken.

Maar stel dat u ziet en voelt hoe vreselijk de zonde is, hoe verachtelijk en afschuwelijk, en wat een vuil, laag, verdorven en slecht schepsel u bent, omdat u in deze betovering verstrikt bent geraakt, door deze verzoeking overwonnen bent of in deze strik opzij getrokken bent. Stel dat u zich op de borst kunt slaan en zeggen: „Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?” (Rom. 7:24), of dat u zich op de heup kunt slaan en zeggen: „Wee mij! Is er ooit zo iemand als ik geweest, zo makkelijk neergeworpen, zo makkelijk verstrengeld, zo snel opzij getrokken; zo’n zwak en slecht schepsel? Is er ooit zo iemand als ik geweest? O, ik zou mijn hart kunnen uitrukken dat mij zo verwart!” Wie door het verborgen werk van God in zijn hart op dit punt gekomen is, die kan zeggen: „Neem weg al mijn ongerechtigheden.”

Hij zal niet zeggen: „Laat me die of die zonde houden. Het is toch maar een kleintje? Mag ik die begeerte niet koesteren? Mag ik niet toegeven aan dat genot, als ik verder alles opgeef? Laat me toch alleen dit houden; o, ik kan er geen afstand van doen.” Ik zeg u: als iemand zo spreekt, laat dat zien dat hij geen oprecht besef van de zonde heeft. Hij is niet diep bedroefd geworden en ook niet werkelijk eerlijk voor God geworden.

Lezen: Hosea 14

Aan de lezer…

Deze woorden passen bij wie ’s morgens bidt om bewaard te blijven, en toch valt nog voordat de dag half om is. Kent u dat? Hoe beschaamd staat u dan, en hoe zwak en machteloos ziet u uzelf! Toch is juist dat bittere besef van wat de zonde is, vuil, laag en afschuwelijk, een werk van God in uw hart. Wie zich op de borst slaat en roept: „Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen?”, die kan in oprechtheid bidden: „Neem weg al mijn ongerechtigheden.”

Onderzoek dan uw hart: houdt u nog een kleine zonde achter, een begeerte die u niet wilt loslaten? Wees eerlijk voor God; Hij vraagt geen half gebed. Breng Hem niet een deel, maar alles, en vraag Hem alles weg te nemen. Neemt Hij de ongerechtigheid weg en geeft Hij het goede, dan zult ook u de varren van uw lippen betalen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl