Men zal van Mij zeggen: Gewisselijk, in de Heere zijn gerechtigheden en sterkte; tot Hem zal men komen.
Jesaja 45:24
Er is een tijd geweest waarin sommigen van ons dachten dat we de kracht hadden om de duivel te weerstaan en de wereld te overwinnen; de kracht om vervolging te ondergaan, de verwijten van mensen te verdragen, hoogmoed en het kwade van ons hart te tuchtigen en te onderdrukken. Zijn we inderdaad in staat geweest deze veronderstelde kracht te betonen? Hebben we dit voornemen ten uitvoer gebracht? Wat is onze ervaring hierin geweest? Dat we steeds meer onze eigen zwakte hebben ontdekt; dat we nog niet één enkele verzoeking kunnen weerstaan.
De geringste windvlaag blaast ons omver: de begeerten waarin we steeds weer vervallen, onze lage hartstochten en de zondige verlangens van ons hart verlokken onze ogen en gedachten dermate, en verstrengelen zich zo rond onze gevoelens, dat we in één tel vallen, behalve als God Zelf ons overeind houdt. Hebben we niet ontdekt dat we geen kracht hebben om te geloven, te hopen, lief te hebben, te bidden of een geestelijke daad te verrichten, behalve als God Zelf in ons werkzaam is, zoals het Hem belieft, om ons Zijn wil te laten doen? En zo leren we onze zwakheid niet op dogmatische wijze of vanuit ons eigen oordeel; maar aangezien we uit eigen ervaring weten dat we de zwaksten der zwakken zijn, zo wordt ons geleerd dat we de verachtelijksten der verachtelijken zijn.
We raken steeds meer met dit soort zaken vertrouwd. Naarmate de Heere ons diepere kennis van onze verdorvenheden geeft, raken we minder gesteld op ons rechtvaardige, vrome, heilige zelf, en des te meer geeft de Heere ons kennis van verzoeking, van de zonde waarin we steeds weer vervallen, van de kracht van onze verdorvenheden en de werkingen van onze lage aard. En door al dit werk komen we er steeds meer op pijnlijke wijze achter wat een arme, hulpeloze, zwakke en krachteloze stakkers we zijn, en, als het de Heere belieft het te tonen, wat een kracht, macht en volheid er in Jezus Christus is.
Hij trekt ons, leidt ons, moedigt ons aan en stelt ons in staat om tot Zijn volheid te komen, de Heere smekend Zijn kracht volmaakt te maken in onze zwakheid, en met de hand van het geloof voorraden puttend uit die volheid die in Jezus Christus is. En in de Heere komen we te weten dat we niet alleen gerechtigheid hebben, maar ook sterkte.
Lezen: Psalm 30
Aan de lezer…
Hebt u ook eens gemeend, waarde lezer, dat u kracht genoeg had om de duivel te weerstaan en uw hart te bedwingen? En hebt u sindsdien ondervonden dat de geringste windvlaag u omverblaast? Dat is een pijnlijke les, en toch is het geen teken dat God u verlaten heeft. Wie zo uit eigen ervaring leert dat hij de zwakste der zwakken is, wordt juist losgemaakt van zijn rechtvaardige, vrome, heilige zelf.
Want de Heere laat Zijn volk niet alleen zijn armoede zien. Als het Hem belieft, toont Hij ook wat een kracht, macht en volheid er in Jezus Christus is. Bent u dan een arme, hulpeloze stakker, smeek Hem dat Hij Zijn kracht in uw zwakheid volmaakt make. Strek de hand van het geloof uit naar Zijn volheid, hoe beverig die hand ook is. In de Heere is niet alleen gerechtigheid, maar ook sterkte, en die sterkte is voor wie geen eigen sterkte meer heeft.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Men zal van Mij zeggen: Gewisselijk, in de Heere zijn gerechtigheden en sterkte; tot Hem zal men komen.
Jesaja 45:24
Er is een tijd geweest waarin sommigen van ons dachten dat we de kracht hadden om de duivel te weerstaan en de wereld te overwinnen; de kracht om vervolging te ondergaan, de smaad van mensen te verdragen, en hoogmoed en het kwade van ons hart te tuchtigen en te onderdrukken. Hebben we die veronderstelde kracht werkelijk kunnen tonen? Hebben we dit voornemen uitgevoerd? Wat is hierin onze ervaring geweest? Dat we steeds meer onze eigen zwakheid hebben ontdekt, en dat we nog niet één enkele verzoeking kunnen weerstaan.
De geringste windvlaag blaast ons omver. De begeerten waarin we steeds weer vervallen, onze lage hartstochten en de zondige verlangens van ons hart verlokken onze ogen en gedachten zo sterk en raken zo verstrengeld met onze gevoelens, dat we in één tel vallen, tenzij God Zelf ons overeind houdt. Hebben we niet ontdekt dat we geen kracht hebben om te geloven, te hopen, lief te hebben, te bidden of een geestelijke daad te verrichten, tenzij God Zelf in ons werkt, zoals het Hem behaagt, om ons Zijn wil te laten doen? Zo leren we onze zwakheid niet als een leerstuk of vanuit ons eigen oordeel. Maar omdat we uit eigen ervaring weten dat we de zwaksten van de zwakken zijn, wordt ons ook geleerd dat we de verachtelijksten van de verachtelijken zijn.
We raken steeds meer vertrouwd met dit soort zaken. Naarmate de Heere ons diepere kennis van onze verdorvenheden geeft, raken we minder gesteld op ons rechtvaardige, vrome, heilige zelf. En des te meer geeft de Heere ons kennis van verzoeking, van de zonde waarin we steeds weer vervallen, van de kracht van onze verdorvenheden en de werkingen van onze lage natuur. Door al dit werk komen we er steeds meer op pijnlijke wijze achter wat een arme, hulpeloze, zwakke en krachteloze stakkers we zijn. En als het de Heere behaagt het te tonen, zien we ook wat een kracht, macht en volheid er in Jezus Christus is.
Hij trekt ons, leidt ons, bemoedigt ons en stelt ons in staat om tot Zijn volheid te komen. Dan smeken we de Heere om Zijn kracht in onze zwakheid volmaakt te maken, en putten we met de hand van het geloof uit die volheid die in Jezus Christus is. En zo leren we dat we in de Heere niet alleen gerechtigheid hebben, maar ook sterkte.
Lezen: Psalm 30
Aan de lezer…
Hebt u ook eens gedacht dat u kracht genoeg had om de duivel te weerstaan en uw hart te bedwingen? En hebt u sindsdien ondervonden dat de geringste windvlaag u omverblaast? Dat is een pijnlijke les, en toch is het geen teken dat God u verlaten heeft. Wie zo uit eigen ervaring leert dat hij de zwakste van de zwakken is, wordt juist losgemaakt van zijn rechtvaardige, vrome, heilige zelf.
Want de Heere laat Zijn volk niet alleen zijn armoede zien. Als het Hem behaagt, toont Hij ook wat een kracht, macht en volheid er in Jezus Christus is. Bent u een arme, hulpeloze stakker? Smeek Hem dan dat Hij Zijn kracht in uw zwakheid volmaakt maakt. Strek de hand van het geloof uit naar Zijn volheid, hoe beverig die hand ook is. In de Heere is niet alleen gerechtigheid, maar ook sterkte, en die sterkte is voor wie geen eigen sterkte meer heeft.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Surely, shall one say, in the LORD have I righteousness and strength: even to Him shall men come.
Isaiah 45:24
There was a time when some of us thought that we had the strength to resist the devil and to overcome the world; the strength to endure persecution, to bear the reproach of men, and to chastise and keep under the pride and evil of our hearts. Have we really been able to show that supposed strength? Have we carried out this resolution? What has been our experience in this? That we have more and more discovered our own weakness, and that we cannot yet resist a single temptation.
The slightest gust of wind blows us over. The lusts into which we fall again and again, our base passions and the sinful desires of our hearts so strongly allure our eyes and thoughts, and become so entangled with our feelings, that we fall in a moment, unless God Himself holds us up. Have we not found that we have no strength to believe, to hope, to love, to pray or to perform one spiritual act, unless God Himself works in us, as it pleases Him, to do His will? Thus we learn our weakness not as a doctrine or from our own judgment. But because we know from our own experience that we are the weakest of the weak, we are also taught that we are the vilest of the vile.
We become more and more familiar with these things. As the Lord gives us a deeper knowledge of our corruptions, we become less fond of our righteous, pious, holy self. And the more the Lord gives us a knowledge of temptation, of the sin into which we fall again and again, of the power of our corruptions and the workings of our base nature, the more we find out painfully, through all this work, what poor, helpless, weak and strengthless wretches we are. And when it pleases the Lord to show it, we see also what strength, power and fulness there is in Jesus Christ.
He draws us, leads us, encourages us and enables us to come to His fulness. Then we beg the Lord to make His strength perfect in our weakness, and with the hand of faith we draw out of that fulness which is in Jesus Christ. And so we learn that in the Lord we have not only righteousness, but strength also.
Reading: Psalm 30
To the reader…
Have you too once thought that you had strength enough to resist the devil and to master your own heart? And have you since found that the slightest gust of wind blows you over? That is a painful lesson, and yet it is no sign that God has forsaken you. Whoever learns in this way, from his own experience, that he is the weakest of the weak, is just being loosened from his righteous, pious, holy self.
For the Lord does not show His people only their poverty. When it pleases Him, He shows them also what strength, power and fulness there is in Jesus Christ. Are you a poor, helpless wretch? Then beg Him to make His strength perfect in your weakness. Stretch out the hand of faith to His fulness, however much that hand may tremble. In the Lord there is not only righteousness, but strength also, and that strength is for those who have no strength of their own left.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Y diráse de Mí: Ciertamente en Jehová está la justicia y la fuerza: a Él vendrán.
Isaías 45:24
Hubo un tiempo en que algunos de nosotros pensábamos que teníamos la fuerza para resistir al diablo y vencer al mundo; la fuerza para soportar la persecución, para llevar el oprobio de los hombres, y para castigar y sujetar el orgullo y el mal de nuestros corazones. ¿Hemos podido realmente mostrar esa supuesta fuerza? ¿Hemos llevado a cabo ese propósito? ¿Cuál ha sido nuestra experiencia en esto? Que hemos descubierto más y más nuestra propia debilidad, y que todavía no podemos resistir una sola tentación.
La más leve ráfaga de viento nos derriba. Las concupiscencias en que caemos una y otra vez, nuestras bajas pasiones y los deseos pecaminosos de nuestros corazones seducen con tanta fuerza nuestros ojos y pensamientos, y se enredan tanto con nuestros sentimientos, que caemos en un momento, a menos que Dios mismo nos sostenga. ¿No hemos hallado que no tenemos fuerza para creer, esperar, amar, orar ni realizar un solo acto espiritual, a menos que Dios mismo obre en nosotros, como a Él le place, para hacer Su voluntad? Así aprendemos nuestra debilidad no como una doctrina ni por nuestro propio juicio. Sino que, porque sabemos por nuestra propia experiencia que somos los más débiles de los débiles, se nos enseña también que somos los más viles de los viles.
Nos vamos familiarizando más y más con estas cosas. A medida que el Señor nos da un conocimiento más profundo de nuestras corrupciones, nos volvemos menos aficionados a nuestro yo justo, piadoso y santo. Y cuanto más nos da el Señor un conocimiento de la tentación, del pecado en que caemos una y otra vez, del poder de nuestras corrupciones y de las operaciones de nuestra baja naturaleza, tanto más descubrimos dolorosamente, a través de toda esta obra, qué pobres, desvalidos, débiles y faltos de fuerza miserables somos. Y cuando al Señor le place mostrarlo, vemos también qué fuerza, poder y plenitud hay en Jesucristo.
Él nos atrae, nos guía, nos anima y nos capacita para venir a Su plenitud. Entonces rogamos al Señor que perfeccione Su potencia en nuestra flaqueza, y con la mano de la fe sacamos de aquella plenitud que hay en Jesucristo. Y así aprendemos que en el Señor tenemos no solo justicia, sino también fuerza.
Lectura: Salmo 30
Al lector…
¿Ha pensado usted también alguna vez que tenía fuerza suficiente para resistir al diablo y dominar su propio corazón? ¿Y ha hallado desde entonces que la más leve ráfaga de viento le derriba? Es una lección dolorosa, y sin embargo no es señal de que Dios le haya abandonado. Quien aprende así, por su propia experiencia, que es el más débil de los débiles, está siendo precisamente desprendido de su yo justo, piadoso y santo.
Porque el Señor no muestra a Su pueblo solo su pobreza. Cuando le place, le muestra también qué fuerza, poder y plenitud hay en Jesucristo. ¿Es usted un pobre miserable desvalido? Entonces ruéguele que perfeccione Su potencia en su flaqueza. Extienda la mano de la fe hacia Su plenitud, por mucho que esa mano tiemble. En el Señor no hay solo justicia, sino también fuerza, y esa fuerza es para los que ya no tienen fuerza propia.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl