Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Vandaag

3 min. lezen

Gij zijt opgevaren in de hoogte; Gij hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd; Gij hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen, ja, ook de wederhorigen, om bij U te wonen, o Heere God!
Psalm 68:19

Hoe pijnlijk is het weerspannig te zijn! Er is bijna geen pijnlijker gevoel voor iemand wiens geweten in de vreze Gods teder is gemaakt. Weerspannig te zijn tegen een heilig en wijs God; weerspannig tegen Zijn wegen en Zijn voorzienigheid; tegen Zijn onderwijs in de genade, omdat wij niet meer zien van het licht van Zijn aangezicht! Wij weten dat God in geen enkele van Zijn wegen kan dwalen, en toch zijn wij van tijd tot tijd in zo’n vreselijke opstand tegen God. O, hoe pijnlijk is dat!

Het geringste kan die opstand doen ontstaan. Er is geen storm of rukwind nodig om zijn trotse golven te doen opsteken. Het minste windje, het zachtste briesje kan soms de golven van het weerspannige hart doen stijgen en met de grootste onstuimigheid doen zwellen. Maar wat een barmhartigheid is het voor de arme ziel die kermt en treurt onder een weerspannig hart, dat die opgevaren Middelaar gaven voor haar ontvangen heeft!

Het is niet uw geduld, uw zachtmoedigheid en goedaardigheid, of uw zachte en stille gemoedsgesteldheid, die de genade in uw hart doet neerdalen. Nee, God de Vader heeft alle genade en alle gaven van de Geest in Zijn lieve Zoon gelegd, en zij worden u gegeven omdat u deel hebt aan Zijn bloed en Zijn gerechtigheid. Dat leert de Heere ons. Als wij altijd geduldig, volgzaam, heilig en onderworpen waren, nooit verontrust werden door de duivel en nooit de werkingen van het bederf in ons voelden, dan zouden wij gaan geloven dat wij in staat waren God uit onszelf te behagen. Maar wanneer wij door een pijnlijke bevinding geleerd hebben wat een verdorven natuur en wat een weerspannig hart wij met ons meedragen, dan weten wij door genade waar het vandaan komt, en leren wij van onszelf te walgen en Zijn heilige Naam te verheerlijken.

Gij deedt mij veel benauwdheid smaken
en drukkend harteleed,
maar tot mijn hulp gereed
zult Gij mij weder levend maken,
mij uit de afgrond trekken
en met uw vleug’len dekken.

Ps. 71:15

Aan de lezer…

Kent u die pijnlijke opstand van het hart? Het minste windje kan de golven doen stijgen, en dan schaamt u zich, want u weet dat God in geen enkele van Zijn wegen kan dwalen. Misschien denkt u: zo’n weerspannig hart kan de Heere toch niet verdragen. Maar hoor wat hier staat: de opgevaren Middelaar heeft gaven genomen, „ja, ook de wederhorigen”.

Dat is de troost voor de arme ziel die kermt en treurt. De genade daalt niet neer vanwege uw geduld of uw stille gemoedsgesteldheid, maar omdat de Vader alle gaven van de Geest in Zijn lieve Zoon gelegd heeft. Laat uw weerspannigheid u dan niet van Hem afdrijven, maar naar Hem toe. Zij leert u van uzelf te walgen, zodat u niet langer in uzelf zou rusten. En de Heere, Die u benauwdheid deed smaken, zal u weer levend maken.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl