16 augustus
Gij zijt opgevaren in de hoogte; Gij hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd; Gij hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen, ja, ook de wederhorigen, om bij U te wonen, o Heere God!
Psalm 68:19
Hoe pijnlijk is het weerspannig te zijn! Er is bijna geen pijnlijker gevoel voor een mens wiens geweten vertederd is in de vreze Gods. Weerspannig te zijn tegen een heilig en wijs God; weerspannig tegen Zijn wegen en Zijn voorzienigheid; tegen Zijn onderwijs in de genade, omdat wij niet meer zien van het licht Zijns aanschijns! Wij weten dat God in niet één Zijner wegen dwalen kan, en toch van tijd tot tijd in zulk een vreselijke opstand tegen God te zijn, o, hoe pijnlijk is dat!
De minste kleinigheid kan die opstand doen ontstaan. Er is geen storm of rukwind nodig om zijn trotse golven te doen verheffen. Het minste windje, het zachtste koeltje dat waait, zal somtijds de baren van het weerspannig hart doen stijgen en met de grootste onstuimigheid doen zwellen. Maar welk een barmhartigheid is het voor de arme ziel, die kermt en treurt onder een weerspannig hart, dat die opgevaren Middelaar gaven voor haar ontvangen heeft!
Het is niet uw geduld, uw zachtmoedigheid en goedaardigheid, noch uw zachte en stille gemoedsgesteldheid, die de genade doet nederdalen in uw harten; maar God de Vader heeft al de genade en alle giften van de Geest in Zijn lieve Zoon gelegd, en zij worden u gegeven omdat gij deel hebt aan Zijn bloed en Zijn gerechtigheid. Dat leert ons de Heere. Zo wij altijd geduldig, volgzaam, heilig en onderworpen waren, nooit verontrust werden door de duivel en nimmer de werkingen van het bederf in ons gevoelden, zouden wij beginnen te geloven dat wij in staat waren Gode in onszelf te behagen. Maar zo wij door een pijnlijke ervaring geleerd hebben welk een ontaarde natuur en welk een weerspannig hart wij in ons omdragen, dan weten wij door genade vanwaar dat komt, en leren wij een afschuw aan onszelf krijgen en Zijn heilige Naam verheerlijken.
Gij deedt mij veel benauwdheid smaken
en drukkend harteleed,
maar tot mijn hulp gereed
zult Gij mij weder levend maken,
mij uit de afgrond trekken
en met uw vleug’len dekken.
Ps. 71:15
Aan de lezer…
Kent u, waarde lezer, die pijnlijke opstand van het hart? Het minste windje kan de baren doen stijgen, en dan schaamt u zich, want u weet dat God in niet één Zijner wegen dwalen kan. Misschien denkt u: zo’n weerspannig hart kan de Heere toch niet verdragen. Maar hoor wat hier staat: de opgevaren Middelaar heeft gaven genomen, „ja, ook de wederhorigen”.
Dat is de troost voor de arme ziel die kermt en treurt. De genade daalt niet neer om uw geduld of uw stille gemoedsgesteldheid, maar omdat de Vader alle gaven van de Geest in Zijn lieve Zoon gelegd heeft. Laat dan uw weerspannigheid u niet van Hem afdrijven, maar naar Hem heen. Ze leert u een afschuw aan uzelf, opdat u niet meer in uzelf zou rusten. En de Heere, Die u benauwdheid deed smaken, zal u weder levend maken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Gij zijt opgevaren in de hoogte; Gij hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd; Gij hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen, ja, ook de wederhorigen, om bij U te wonen, o Heere God!
Psalm 68:19
Hoe pijnlijk is het weerspannig te zijn! Er is bijna geen pijnlijker gevoel voor iemand wiens geweten in de vreze Gods teder is gemaakt. Weerspannig te zijn tegen een heilig en wijs God; weerspannig tegen Zijn wegen en Zijn voorzienigheid; tegen Zijn onderwijs in de genade, omdat wij niet meer zien van het licht van Zijn aangezicht! Wij weten dat God in geen enkele van Zijn wegen kan dwalen, en toch zijn wij van tijd tot tijd in zo’n vreselijke opstand tegen God. O, hoe pijnlijk is dat!
Het geringste kan die opstand doen ontstaan. Er is geen storm of rukwind nodig om zijn trotse golven te doen opsteken. Het minste windje, het zachtste briesje kan soms de golven van het weerspannige hart doen stijgen en met de grootste onstuimigheid doen zwellen. Maar wat een barmhartigheid is het voor de arme ziel die kermt en treurt onder een weerspannig hart, dat die opgevaren Middelaar gaven voor haar ontvangen heeft!
Het is niet uw geduld, uw zachtmoedigheid en goedaardigheid, of uw zachte en stille gemoedsgesteldheid, die de genade in uw hart doet neerdalen. Nee, God de Vader heeft alle genade en alle gaven van de Geest in Zijn lieve Zoon gelegd, en zij worden u gegeven omdat u deel hebt aan Zijn bloed en Zijn gerechtigheid. Dat leert de Heere ons. Als wij altijd geduldig, volgzaam, heilig en onderworpen waren, nooit verontrust werden door de duivel en nooit de werkingen van het bederf in ons voelden, dan zouden wij gaan geloven dat wij in staat waren God uit onszelf te behagen. Maar wanneer wij door een pijnlijke bevinding geleerd hebben wat een verdorven natuur en wat een weerspannig hart wij met ons meedragen, dan weten wij door genade waar het vandaan komt, en leren wij van onszelf te walgen en Zijn heilige Naam te verheerlijken.
Gij deedt mij veel benauwdheid smaken
en drukkend harteleed,
maar tot mijn hulp gereed
zult Gij mij weder levend maken,
mij uit de afgrond trekken
en met uw vleug’len dekken.
Ps. 71:15
Aan de lezer…
Kent u die pijnlijke opstand van het hart? Het minste windje kan de golven doen stijgen, en dan schaamt u zich, want u weet dat God in geen enkele van Zijn wegen kan dwalen. Misschien denkt u: zo’n weerspannig hart kan de Heere toch niet verdragen. Maar hoor wat hier staat: de opgevaren Middelaar heeft gaven genomen, „ja, ook de wederhorigen”.
Dat is de troost voor de arme ziel die kermt en treurt. De genade daalt niet neer vanwege uw geduld of uw stille gemoedsgesteldheid, maar omdat de Vader alle gaven van de Geest in Zijn lieve Zoon gelegd heeft. Laat uw weerspannigheid u dan niet van Hem afdrijven, maar naar Hem toe. Zij leert u van uzelf te walgen, zodat u niet langer in uzelf zou rusten. En de Heere, Die u benauwdheid deed smaken, zal u weer levend maken.
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
Thou hast ascended on high, Thou hast led captivity captive: Thou hast received gifts for men; yea, for the rebellious also, that the LORD God might dwell among them.
Psalm 68:18
What a painful thing it is to be rebellious! There is hardly any feeling worse than rebellion to a man whose conscience is made tender in God’s fear. To have rebellion against a holy and wise God; rebellion against His dealings with us in providence; against His teachings in grace; because we have not more of the light of His countenance; because we have not more and clearer testimonies and manifestations! We know in our judgment that God cannot err in any of His dealings, and yet to find at times such dreadful rebellion against God, O how painful it is!
The least trifle can work up rebellion. It does not need a storm or a gale to lift up its proud waves. The slightest breath, the faintest breeze that blows, will at times stir up the billows of the rebellious heart, and make it swell with tumultuous heavings.
But what a mercy it is to the poor souls that groan and grieve under a rebellious heart, that this ascended Mediator has received gifts for them! It is not your patience, meekness, and good temper, nor your gentle and quiet disposition, that bring down grace into your hearts; but God the Father has lodged all the graces and gifts of the Spirit in His dear Son, and they are given to you because you have a saving interest in His blood and righteousness.
The Lord teaches us this. If we were always patient, meek, holy, submissive, never harassed by the devil, and never felt the workings of corruption, we would begin to think we had some power to please God in ourselves, and would slight and neglect a precious Saviour. But when taught by painful experience what a depraved nature and rebellious heart we carry in our bosom, when the Lord lets down a little mercy and grace into our soul, we then know the blessed quarter whence it comes, and learn to abhor ourselves and bless His holy name.
To the reader…
Do you know that painful rebellion of the heart? The slightest breeze can make the waves rise, and then you are ashamed, for you know that God cannot err in any of His ways. Perhaps you think: surely the Lord cannot bear with such a rebellious heart. But hear what is written here: the ascended Mediator has received gifts, “yea, for the rebellious also.”
That is the comfort for the poor soul that groans and grieves. Grace does not come down because of your patience or your quiet disposition, but because the Father has lodged all the gifts of the Spirit in His dear Son. So do not let your rebelliousness drive you away from Him, but toward Him. It teaches you to abhor yourself, so that you no longer rest in yourself. And the Lord, Who made you taste distress, will quicken you again.
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Subiste a lo alto, cautivaste la cautividad, tomaste dones para los hombres, y también los rebeldes, para que habite entre ellos JAH Dios.
Salmo 68:18
¡Qué cosa tan dolorosa es ser rebelde! Apenas hay sentimiento peor que la rebelión para un hombre cuya conciencia ha sido hecha tierna en el temor de Dios. ¡Tener rebelión contra un Dios santo y sabio; rebelión contra Sus tratos con nosotros en la providencia; contra Sus enseñanzas en la gracia; porque no tenemos más de la luz de Su rostro; porque no tenemos más testimonios y manifestaciones, ni más claros! Sabemos en nuestro juicio que Dios no puede errar en ninguno de Sus tratos, y sin embargo hallar a veces una rebelión tan espantosa contra Dios, ¡oh, cuán doloroso es!
La menor bagatela puede levantar la rebelión. No necesita una tempestad ni un vendaval para alzar sus olas orgullosas. El soplo más leve, la brisa más tenue que sople, removerá a veces las olas del corazón rebelde y lo hará hincharse con agitaciones tumultuosas.
¡Pero qué misericordia es para las pobres almas que gimen y se afligen bajo un corazón rebelde, que este Mediador ascendido haya tomado dones para ellas! No es su paciencia, su mansedumbre y su buen carácter, ni su disposición apacible y sosegada, lo que trae la gracia a sus corazones; sino que Dios el Padre ha depositado todas las gracias y dones del Espíritu en Su amado Hijo, y se le dan a usted porque tiene una parte salvadora en Su sangre y en Su justicia.
El Señor nos enseña esto. Si fuéramos siempre pacientes, mansos, santos, sumisos, nunca acosados por el diablo, y nunca sintiéramos las obras de la corrupción, comenzaríamos a pensar que tenemos en nosotros mismos algún poder para agradar a Dios, y menospreciaríamos y descuidaríamos a un Salvador precioso. Pero cuando la experiencia dolorosa nos ha enseñado qué naturaleza depravada y qué corazón rebelde llevamos en el pecho, y el Señor deja descender un poco de misericordia y gracia a nuestra alma, entonces conocemos el bendito lugar de donde viene, y aprendemos a aborrecernos a nosotros mismos y a bendecir Su santo Nombre.
Al lector…
¿Conoce usted esa dolorosa rebelión del corazón? La brisa más leve puede hacer subir las olas, y entonces se avergüenza, porque sabe que Dios no puede errar en ninguno de Sus caminos. Quizá piense: seguramente el Señor no puede soportar un corazón tan rebelde. Pero oiga lo que aquí está escrito: el Mediador ascendido ha tomado dones, “y también los rebeldes”.
Ese es el consuelo para la pobre alma que gime y se aflige. La gracia no desciende a causa de su paciencia o de su disposición sosegada, sino porque el Padre ha depositado todos los dones del Espíritu en Su amado Hijo. No deje, pues, que su rebeldía le aleje de Él, sino que le lleve hacia Él. Ella le enseña a aborrecerse a sí mismo, para que ya no descanse en sí mismo. Y el Señor, que le hizo gustar la angustia, volverá a darle vida.
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl