Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

365 dagen met Philpot

15 oktober

Evangelische voorschriften

Vandaag

3 min. lezen

En dit is Zijn gebod, dat wij geloven in de Naam van Zijn Zoon Jezus Christus, en elkander liefhebben, gelijk Hij ons een gebod gegeven heeft.
1 Johannes 3:23

God beveelt ons „elkander lief te hebben”. „Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt” (Joh. 13:34). Kan ik uit mijzelf deze liefde ervaren? Ik kan doen alsof ik dat kan. Ik kan doen zoals iemand lang geleden deed, die met een heel broederlijke groet naar zijn broeder toeging: „Is het wel met u, mijn broeder?” (2 Sam. 20:9), om hem vervolgens met een zwaard onder de vijfde rib te treffen. Ik kan zeggen: „Broeder dit” en „Zuster dat” — „wat heb ik u lief!” — „wat een genegenheid voel ik voor u!” Als God mij niet eerlijk hield, zou ik die rol van verkapte huichelaar kunnen spelen.

Maar ik kan de ware liefde niet ervaren en niet opbrengen zonder dat de Geest een bijzonder werk aan mijn ziel verricht. Hij verruimt het hart en doet de ziel aan Zijn voetbank smelten. Hij geeft liefde tot Hemzelf, en met die liefde geeft Hij liefde tot Zijn volk, zuivere genegenheid. Die is niet geveinsd, maar komt voort uit een oprecht verlangen naar hun geestelijk welzijn; het is niet een paar schijnheilige zinnen, maar een echt gevoel van broederschap; niet alleen het woord „broeder”, maar broederlijke liefde uit het hart. Wanneer Hij het hart verruimt, willen we ons niet onder onze broeders mengen om „Broeder” of „Zuster” te zeggen; we voelen hen meteen in onze ziel. Als we alleen met God zijn, stroomt er een tedere genegenheid uit ons hart naar hen toe; we omhelzen hen in onze ziel.

Ja, sterker nog, we kunnen onze vijanden vergeven wanneer de Heere ons hart verruimt. Als we hen de juiste plaats kunnen geven, waar we hen zien zoals ze zijn, kunnen we hen vergeven, ook al zijn ze heel onvriendelijk tegen ons geweest en hebben ze ons gemeen behandeld. Ik heb gemerkt dat wanneer het de Heere behaagt het hart te verruimen, boosheid, vijandschap, vooroordeel, verbittering en kwaadwilligheid — die onreine vogels — allemaal op de vlucht slaan, en dat eenvoud, tederheid, nederigheid en liefde allemaal in de ziel tot leven komen.

Lezen: Johannes 13:12-35

Aan de lezer…

Misschien is het tijd om u eens af te vragen hoe het staat met uw liefde tot Gods volk. Het is gemakkelijk „broeder” en „zuster” te zeggen en mooie woorden te spreken, terwijl het hart koud blijft of zelfs verbitterd is. Wees eerlijk voor God: hoe vaak was uw genegenheid meer schijn dan waarheid? En misschien draagt u ook nu iets mee van boosheid, vooroordeel of wrok tegen iemand die u onvriendelijk en gemeen behandeld heeft.

U kunt die liefde niet uit uzelf opbrengen. Maar wanneer de Geest het hart verruimt en de ziel aan Zijn voetbank doet smelten, geeft Hij liefde tot Hemzelf, en met die liefde ook liefde tot Zijn volk. Dan slaan die onreine vogels op de vlucht, en komen tederheid, nederigheid en liefde in de ziel tot leven. Bid dan niet in de eerste plaats om meer kracht om lief te hebben, maar dat Hij uw hart verruimt; dan kunt u zelfs uw vijanden vergeven.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl