Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

Door Baca’s vallei

15 april

Vandaag

3 min. lezen

Maar al deze dingen, van het licht bestraft zijnde, worden openbaar; want al wat openbaar maakt is licht.
Efeze 5:13

Gevoel is de eerste gewaarwording van het bovennatuurlijke leven. Het is een gevoel dat gepaard gaat met twee verschillende indrukken: de ene met betrekking tot God, de andere met betrekking tot zichzelf. Dezelfde lichtstraal zet twee tegenover elkaar staande dingen in het licht, want al wat openbaar maakt is licht. Op één en hetzelfde ogenblik ziet de zondaar God en zichzelf, rechtvaardigheid en schuld, kracht en hulpeloosheid, een heilige wet en een overtreden gebod, eeuwigheid en tijd, de reinheid van de Schepper en de onreinheid van het schepsel. En deze dingen ziet hij niet alleen als geopenbaard in de Bijbel, maar als geopenbaard in zichzelf, als persoonlijke werkelijkheden, waarin al zijn geluk of al zijn ellende in de tijd en in de eeuwigheid besloten ligt.

Het is voor hem dan alsof hem een nieuw bestaan is gegeven, en alsof hij voor het eerst beseft dat er een God is. Een straal van dit bovennatuurlijke licht is door het deksel heen gedrongen dat over het hart ligt uitgespreid, en heeft dit vreselijke geheim ontdekt: een rechtvaardig God, Die de schuld geenszins door de vingers ziet. Deze doordringende straal brengt aan het licht dat het bed te kort is en het deksel te smal. Een plotselinge, bijzondere overtuiging grijpt de ziel aan. Deze dingen nemen alle gedachten in beslag en bijna al het andere wordt verdrongen.

„Er is een God en ik ben een zondaar voor Hem,” wordt op de tafel van het hart geschreven, door dezelfde vinger die de noodlottige letters schreef op de muur van het paleis van de koning van Babel; een schrift dat de banden van zijn lendenen losmaakte en zijn knieën tegen elkaar deed slaan (Dan. 5:5, 6). Wat moet ik beginnen? Waar moet ik heen? Wat zal er van mij worden? Genade, o God! Genade, genade! Ik ben verloren; ik verga! Wat een gruwel ben ik! Ik heb mijn ziel verwoest; o, mijn zonden, mijn zonden! O eeuwigheid, eeuwigheid!

Zulke en soortgelijke uitroepen en klachten, al verschillen zij in diepte en hevigheid, stijgen bij de eerste ontdekking van God en zichzelf bijna dag en nacht op uit de wedergeboren ziel. Deze gewaarwordingen hebben het hele hart zo in beslag genomen dat het nergens rust kan vinden dan alleen in het roepen tot God. Dit is het eerste doorbreken van de knop door de bast, de eerste vorming van de groene spruit, nog in haar bladeren gewikkeld en nog niet zichtbaar. Dit zijn de eerste smarten en weeën van de nieuwe geboorte, voordat het bericht uitgaat: „Er is een jongen geboren.” „Wat moet ik doen om zalig te worden?” riep de stokbewaarder uit. „O God! wees mij zondaar genadig!” riep de tollenaar. „Wee mij, want ik verga!” zo stortte Jesaja zijn klacht uit.

Aan de lezer…

Is het u misschien alsof de grond onder u wegzakt nu u God en uzelf in hetzelfde licht ziet? Een rechtvaardig God, Die de schuld niet door de vingers ziet, en een hart dat u nooit zo vuil hebt gekend? Ontdekt u dat het bed te kort is en het deksel te smal, en vindt u geen rust dan alleen in het roepen: „Genade, o God”? Schrik daar niet van alsof het een teken van verwerping is.

Want al wat openbaar maakt is licht, en dat licht komt van boven. Een dood hart voelt dit niet en roept niet. Wat u nu doormaakt, kan het eerste doorbreken van de knop door de bast zijn, de eerste smarten van de nieuwe geboorte. Blijf dan roepen met de tollenaar: „O God, wees mij zondaar genadig!” Hij Die u Zijn heiligheid en uw schuld heeft laten zien, heeft dat niet gedaan om u in de nacht te laten, maar om u te leren roepen.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl