Nieuw verschenenHet gesprek van een gelovige met zijn zielPreken · vandaag
Joseph Charles Philpot J.C. Philpot Bevindelijke geschriften & prediking
Steun

Door Baca’s vallei

15 januari

Vandaag

4 min. lezen

De Heere doe Zijn aangezicht over u lichten.
Numeri 6:25

Naar mijn gedachten wordt hier gezinspeeld op de zon. Als de zon niet is opgegaan en dus onder de horizon staat, moet het vanzelf donker zijn. Zo is het ook met menige begenadigde ziel: het is bij haar donker, een middernachtelijke, Egyptische duisternis, een tastbare duisternis, omdat op dat ogenblik de Morgenster nog niet verschenen is en de Zon der gerechtigheid, die genezing heeft onder haar vleugelen, nog niet is opgegaan. Het zal en moet donker bij haar zijn totdat de Zon is opgegaan.

Maar ook nadat de zon is opgegaan, zien wij haar soms niet, want wolken, zwarte wolken, kunnen dit heldere licht soms de hele dag verduisteren, zodat er geen enkele straal doorkomt, de hele tijd dat zij boven de horizon staat. Zo vergaat het menig kind van de Heere. Nadat de Zon voor hen is opgegaan in de morgen van het geestelijk leven, moeten zij misschien wel de rest van hun leven onder een donkere wolk doorbrengen, totdat misschien tegen de avond het licht verschijnt en een laatste zonnestraal het sterfbed verguldt. Maar soms komen er ook dagen waarop de mistwolken zich snel over de heldere dag uitspreiden, en toch kijkt de zon zo nu en dan door de brekende wolken heen.

Is dit niet in zekere mate een beeld van de manier waarop de Zon der gerechtigheid steeds weer verduisterd wordt door de mistwolken en dampen die uit ons ongelovig hart opstijgen? Hij wordt aan het oog onttrokken door twijfel en vrees, zoals de mistbanken in de dalen de schoonheid van het landschap kunnen verbergen. En toch zijn er tijden waarin de Zon der gerechtigheid door de wolken heen kijkt en de mist verdrijft. Wanneer het de Heere behaagt de ziel te zegenen en Hij komt met een enigszins zoete openbaring, dan breekt de Zon door de donkere wolken heen, maar daarna sluiten zij zich opnieuw.

Het is niet de ervaring van de christen dat het de hele dag zomer is. Wij leven namelijk niet in Australië of Peru, waar zelden wolken of mistdampen het licht van de zon verduisteren. Ons geestelijk klimaat is vochtig en onze innerlijke ligging is op de noorderbreedte.

„De Heere doe Zijn aangezicht over u lichten.” Is de Heere dan soeverein in deze zaken? Kunnen wij niet onze hand opheffen en de wolk laten verdwijnen? Wij hebben net zo min de macht onze hand uit te steken om de dampen te laten verdwijnen, als wij de macht hebben om de Londense mist te laten optrekken. En juist dit zet het schepsel op zijn rechte plaats! En het schepsel staat pas op zijn rechte plaats wanneer het niets is en God alles.

Hoe dierbaar is het om het aangezicht van de Vader te zien, en dat in het bewijs van Zijn gunst; niet bedekt met dreigende wolken van rechtvaardig ongenoegen, zoals wij in de natuur soms een dreigende zon zien die boos neerkijkt en wind en storm voorspelt. Wij hebben ons Zijn rechtvaardig ongenoegen op de hals gehaald, en hoewel Hij op geen van Zijn kinderen boos is, is Hij toch terecht vertoornd over hun zonden. En wij voelen in onze ziel dat Hij daarom Zijn aangezicht voor ons bedekt. „Gij hebt U met een wolk bedekt, zodat er geen gebed door kwam” (Klaagl. 3:44).

„De Heere doe Zijn aangezicht over u lichten.” En als Hij Zijn aangezicht over u laat schijnen, dan zal ook uw aangezicht stralen. Zo was het met Mozes, toen hij op de berg was en zoete gemeenschap met God had. Toen hij bij het volk terugkwam, glansde zijn aangezicht. De heerlijkheid van God weerspiegelde erop. En als de Heere Zijn aangezicht over u laat lichten, dan zal uw aangezicht niet anders zijn dan dat van Mozes, wanneer u onder het volk van God komt.

Aan de lezer…

Merkt u dat het donker is in uw ziel? Hangen er zware wolken van twijfel en vrees tussen u en de Heere, zodat u nauwelijks een straal van Zijn licht ziet? Weet dan dat dit niet vreemd is voor Gods kinderen. Ons geestelijk klimaat is vochtig; het is niet de hele dag zomer. En u kunt de wolken niet met eigen hand wegschuiven. Dat zet het schepsel op zijn rechte plaats: niets te zijn, zodat God alles is.

Maar achter de wolken schijnt de Zon der gerechtigheid nog. Wanneer het de Heere behaagt, breekt Hij erdoorheen, al is het maar voor een ogenblik. Leg uw schuld en uw zonden eerlijk voor Hem neer en wacht op Hem. Bid dan voor uzelf wat het oude zegenwoord vraagt: „De Heere doe Zijn aangezicht over u lichten.” En als Hij dat doet, zal ook uw aangezicht ervan stralen onder Zijn volk.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl