14 januari
De Heere behoede u.
Numeri 6:24
Wat hebben wij nodig, dat de Heere ons behoedt! Wij staan op gladde plaatsen. Strikken en vallen legt men ons in elke richting. Ieder ambt en beroep in het leven, van het hoogste tot het laagste, heeft zijn bijzondere verzoeking. Netten worden uitgespreid voor de voeten der onkundigsten, zowel als voor de meest ontwikkelden. Ook is er niet één, wat ook zijn positie in het leven zijn moge, voor wie geen strik gespannen wordt; en wel zulk een strik, die hem zeker ten val zal brengen zo God hem niet bewaart.
Toen Elisa op de berg zat en zijn dienaar vreesde dat zijn meester met geweld zou worden weggevoerd, bad de profeet de Heere om de ogen van de jongen te openen. Wat zag hij toen? Vurige wagens en paarden rond de berg om de profeet te beschermen. Mogelijk zouden wij, zo de Heere onze ogen wilde openen gelijk Hij de ogen van Elisa’s dienaar opende, duivels zien, waar hij engelen zag; wij zouden ons omringd zien door Beëlzebul en zijn trawanten, waar de ogen van de knecht Michaël zagen met de vurige heirscharen des hemels. Wel mogen dan de begeerten onzer ziel zijn: „De Heere behoede mij.”
Behoede mij in Zijn voorzienigheid, behoede mij door Zijn genade, behoede mij door Zijn vrees diep in mijn hart te planten; behoede mij als ik waak, behoede mij als ik slaap; behoede mij bij dag en nacht, behoede mij als ik thuis ben of buitenshuis; behoede mij met mijn gezin en als ik bij mijn vrienden ben; behoede mij in de wereld en in de kerk. De Heere behoede mij overeenkomstig Zijn belofte elk ogenblik; behoede mij door Zijn Geest en genade met al de tederheid, in Zijn Woord vervat: „Bewaar mij als de appel van Uw oog!” Mijn vrienden, gij kent weinig van uw eigen hart, weinig van satans oogmerken, weinig van de strikken, die voor uw voet gespannen zijn, tenzij gij een diep gevoel hebt van de noodzakelijkheid en het belang van deze zegen: „De Heere behoede u.” En dit zal Hij doen, want wij lezen van de rechtvaardigen, dat zij door de kracht Gods bewaard worden tot de zaligheid en dat Hij de voeten Zijner gunstgenoten zal bewaren.
Aan de lezer…
Weet u, lezer, hoe glad de plaatsen zijn waarop u staat? Strikken en netten liggen in elke richting, in uw werk, in uw huis, in de wereld en zelfs in de kerk. Wie meent dat hij sterk genoeg is om zichzelf te bewaren, kent weinig van zijn eigen hart en van de oogmerken van de vijand. Misschien hebt u dat al pijnlijk ondervonden.
Laat het u dan tot gebed drijven: „De Heere behoede mij.” Behoede mij als ik waak en als ik slaap, thuis en buitenshuis, bij dag en bij nacht. U kunt het niet, maar Hij kan het wel. En Hij heeft het beloofd: de Zijnen worden door de kracht Gods bewaard tot de zaligheid, en Hij zal de voeten Zijner gunstgenoten bewaren. Bid dan met de psalmdichter: „Bewaar mij als de appel van Uw oog!”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
De Heere behoede u.
Numeri 6:24
Wat hebben wij het nodig dat de Heere ons behoedt! Wij staan op gladde plaatsen. In elke richting worden ons strikken en vallen gelegd. Ieder ambt en beroep in het leven, van het hoogste tot het laagste, heeft zijn eigen verzoeking. Netten worden uitgespreid voor de voeten van de meest onkundigen, maar ook voor die van de meest ontwikkelden. Er is ook niet één mens, wat zijn positie in het leven ook mag zijn, voor wie geen strik gespannen wordt; en wel zo’n strik die hem zeker ten val zal brengen als God hem niet bewaart.
Toen Elisa op de berg zat en zijn dienaar vreesde dat zijn meester met geweld weggevoerd zou worden, bad de profeet de Heere om de ogen van de jongen te openen. Wat zag hij toen? Vurige wagens en paarden rondom de berg om de profeet te beschermen. Als de Heere onze ogen zou willen openen zoals Hij de ogen van Elisa’s dienaar opende, zouden wij misschien duivels zien waar hij engelen zag. Wij zouden ons omringd zien door Beëlzebul en zijn handlangers, waar de ogen van de knecht Michaël zagen met de vurige legermachten van de hemel. Dan mag het wel de begeerte van onze ziel zijn: „De Heere behoede mij.”
Behoede mij in Zijn voorzienigheid, behoede mij door Zijn genade, behoede mij door Zijn vreze diep in mijn hart te planten; behoede mij als ik waak, behoede mij als ik slaap; behoede mij bij dag en bij nacht, behoede mij als ik thuis ben of buitenshuis; behoede mij met mijn gezin en als ik bij mijn vrienden ben; behoede mij in de wereld en in de kerk. De Heere behoede mij overeenkomstig Zijn belofte elk ogenblik; Hij behoede mij door Zijn Geest en genade met al de tederheid die in Zijn Woord ligt: „Bewaar mij als de appel van Uw oog!” Mijn vrienden, u kent weinig van uw eigen hart, weinig van de bedoelingen van satan, weinig van de strikken die voor uw voet gespannen zijn, tenzij u diep voelt hoe nodig en hoe belangrijk deze zegen is: „De Heere behoede u.” En dat zal Hij doen, want wij lezen van de rechtvaardigen dat zij door de kracht van God bewaard worden tot de zaligheid, en dat Hij de voeten van Zijn gunstgenoten zal bewaren.
Aan de lezer…
Weet u, lezer, hoe glad de plaatsen zijn waarop u staat? Strikken en netten liggen in elke richting, in uw werk, in uw huis, in de wereld en zelfs in de kerk. Wie meent dat hij sterk genoeg is om zichzelf te bewaren, kent weinig van zijn eigen hart en van de bedoelingen van de vijand. Misschien hebt u dat al pijnlijk ervaren.
Laat het u dan tot gebed drijven: „De Heere behoede mij.” Behoede mij als ik waak en als ik slaap, thuis en buitenshuis, bij dag en bij nacht. U kunt het niet, maar Hij kan het wel. En Hij heeft het beloofd: de Zijnen worden door de kracht van God bewaard tot de zaligheid, en Hij zal de voeten van Zijn gunstgenoten bewaren. Bid dan met de psalmdichter: „Bewaar mij als de appel van Uw oog!”
Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl
The LORD bless thee, and keep thee.
Numbers 6:24
How we need the Lord to keep us! We stand upon slippery places. Snares and traps are laid for us in every direction. Every employment, every profession in life, from the highest to the lowest, has its special temptations. Snares are spread for the feet of the most illiterate as well as the most highly cultivated minds; nor is there anyone, whatever his position in life may be, who has not a snare laid for him, and such a snare as will surely prove his downfall if God does not keep him.
When Elisha sat upon the mountain and his servant was distressed lest his master should be taken away by violence, the prophet prayed the Lord to open his servant’s eyes. What did he then see? Chariots and horses of fire all around about the mountain guarding the prophet. Perhaps if the Lord were to open our eyes as He opened the eyes of Elisha’s servant, we might see devils where he saw angels, see ourselves surrounded by Beelzebub and his legions, as the eyes of the servant saw Michael with the flaming hosts of heaven.
Well, then, may it be the desire of our soul, “The Lord keep me”—keep me in His providence, keep me by His grace; keep me by planting His fear deep in my soul, and maintaining that fear alive and effectual in my heart; keep me waking, keep me sleeping; keep me by night, keep me by day; keep me at home, keep me abroad; keep me with my family, and keep me with my friends; keep me in the world, and keep me in the Church; the Lord keep me, according to His promise, every moment; keep me by His Spirit and grace with all the tenderness implied in His words, “O keep me as the apple of your eye!”
My friends, you can know little of your own heart, little of Satan’s devices, little of the snares spread for your feet, unless you feel how deeply you need this blessing—“The Lord keep you.” And He will, for we read of the righteous, that they are kept “by the power of God through faith unto salvation;” and that “He will keep the feet of His saints.”
To the reader…
Do you know, dear reader, how slippery the places are on which you stand? Snares and traps lie in every direction, in your work, in your home, in the world and even in the church. Whoever thinks he is strong enough to keep himself knows little of his own heart and of the designs of the enemy. Perhaps you have already found this out painfully.
Let it drive you, then, to prayer: “The Lord keep me.” Keep me waking and sleeping, at home and abroad, by day and by night. You cannot do it, but He can. And He has promised it: His own are kept by the power of God unto salvation, and He will keep the feet of His saints. Pray, then, with the psalmist, “Keep me as the apple of the eye!”
With warm regards,
The compilers of jcphilpot.nl
Jehová te bendiga, y te guarde.
Números 6:24
¡Cuánto necesitamos que el Señor nos guarde! Estamos sobre lugares resbaladizos. Por todas partes se nos tienden lazos y trampas. Toda ocupación, toda profesión en la vida, desde la más alta hasta la más baja, tiene sus tentaciones particulares. Se tienden lazos para los pies de las mentes más incultas así como de las más cultivadas; y no hay nadie, cualquiera que sea su posición en la vida, para quien no se haya tendido un lazo, y un lazo tal que con seguridad será su caída si Dios no le guarda.
Cuando Eliseo estaba sentado en el monte y su criado estaba angustiado temiendo que su señor fuera llevado por la violencia, el profeta oró al Señor que abriera los ojos de su criado. ¿Qué vio entonces? Carros y caballos de fuego alrededor de todo el monte, guardando al profeta. Quizá, si el Señor abriera nuestros ojos como abrió los ojos del criado de Eliseo, veríamos demonios donde él vio ángeles; nos veríamos rodeados por Beelzebú y sus legiones, así como los ojos del criado vieron a Miguel con las huestes llameantes del cielo.
Bien puede, pues, ser el deseo de nuestra alma: “El Señor me guarde”; me guarde en Su providencia, me guarde por Su gracia; me guarde plantando Su temor hondo en mi alma y manteniendo ese temor vivo y eficaz en mi corazón; me guarde despierto, me guarde dormido; me guarde de noche, me guarde de día; me guarde en casa, me guarde fuera; me guarde con mi familia y me guarde con mis amigos; me guarde en el mundo y me guarde en la iglesia; el Señor me guarde, conforme a Su promesa, en todo momento; me guarde por Su Espíritu y Su gracia con toda la ternura implícita en Sus palabras: “¡Guárdame como lo negro de la niña del ojo!”
Amigos míos, poco pueden conocer de su propio corazón, poco de las maquinaciones de Satanás, poco de los lazos tendidos para sus pies, a menos que sientan cuán profundamente necesitan esta bendición: “El Señor te guarde.” Y Él lo hará, porque leemos de los justos que son “guardados en la virtud de Dios por fe, para alcanzar la salud”; y que “Él guarda los pies de Sus santos”.
Al lector…
¿Sabe usted, querido lector, cuán resbaladizos son los lugares sobre los que está? Hay lazos y trampas por todas partes, en su trabajo, en su hogar, en el mundo y aun en la iglesia. Quien piensa que es lo bastante fuerte para guardarse a sí mismo sabe poco de su propio corazón y de los designios del enemigo. Quizá ya lo ha descubierto dolorosamente.
Deje, pues, que esto le lleve a la oración: “El Señor me guarde.” Guárdame despierto y dormido, en casa y fuera, de día y de noche. Usted no puede hacerlo, pero Él sí. Y lo ha prometido: los Suyos son guardados en la virtud de Dios para salud, y Él guarda los pies de Sus santos. Ore, pues, con el salmista: “¡Guárdame como lo negro de la niña del ojo!”
Con un cordial saludo,
Los compiladores de jcphilpot.nl