Nieuw verschenenHet woord van Gods genadePreken · 5 dagen geleden
Joseph Charles Philpot Bevindelijke geschriften & prediking

Door Baca’s vallei

13 april

Vandaag

3 min. lezen

Maar de dwazen sterven door gebrek aan verstand.
Spreuken 10:21

Er is zo’n nauw verband tussen de ware wijsheid, die „de wetenschap der heiligen” wordt genoemd (Spreuken 30:3), en de vreze des Heeren, en zo’n nauw verband tussen de zonde en de vervreemding van God, dat Gods kinderen wijzen worden genoemd en de zondaren dwazen. En dat niet alleen in het Oude Testament, waar dit in het boek Spreuken telkens voorkomt, maar ook in het Nieuwe Testament.

Veel kinderen van God staan wat wantrouwig tegenover kennis, omdat zij het grote onderscheid niet zien tussen de geestelijke, bevindelijke kennis waarvoor zij opkomen, en de kennis die men hoofdkennis noemt. Zij begrijpen dat iemand een goedgevuld hoofd kan hebben, maar daarbij een leeg hart. Iemand kan alle verborgenheden en alle wetenschap weten, en toch niets zijn (1 Cor. 13:2). Sommigen van deze belijders die zoveel weten, hebben het laagste karakter en kunnen de ware kerk in beroering brengen. Daarom staan zij die de Heere in waarheid vrezen, niet alleen wantrouwig tegenover hun persoon, maar ook tegenover alle kennis die zij naar voren brengen.

Maar vraag het volk van God eens of zij vreemd zijn aan Goddelijk onderwijs. Zij hebben de zalving van de Heilige, waardoor zij alle dingen weten (1 Joh. 2:20). Zij kennen de waarheid voor zichzelf, en de waarheid maakt hen vrij (Joh. 8:32). Vraag hun eens of zij niet alle dingen schade en drek achten om de uitnemendheid van de kennis van Christus Jezus, onze Heere, en of hun hart niet begerig naar Hem uitgaat om Hem te kennen en de kracht van Zijn opstanding en de gemeenschap van Zijn lijden.

Vraag hun of er niet een kennis van de zaligheid is door de vergeving van de zonden (Lukas 1:77); een kennis van de heerlijkheid van God in het aangezicht van Jezus Christus (2 Cor. 4:6); een vervuld worden met de kennis van Zijn wil (Col. 1:9); een wassen in de kennis van God (Col. 1:10); een opwassen in de genade en kennis van onze Heere en Zaligmaker Jezus Christus (2 Petr. 3:18). Vraag de kinderen van God of er niet zo’n kennis bestaat, en of deze kennis niet de kern en het merg, de inhoud van de wezenlijke godzaligheid is; en zij zullen als uit één mond zeggen: „Zo is het.”

Aan de lezer…

Bent u misschien bang voor kennis, omdat u gezien hebt hoe iemand een goedgevuld hoofd kan hebben en toch een leeg hart? Die vrees is niet zonder grond, want men kan alle verborgenheden en alle wetenschap weten en toch niets zijn. Maar laat die vrees u niet afhouden van de kennis waar het werkelijk om gaat: de kennis van Christus Jezus, de Heere, door de zalving van de Heilige.

Vraag uw eigen hart eens: gaat er in u een begeerte uit om Hem te kennen en de kracht van Zijn opstanding? Hebt u iets geleerd van de kennis van de zaligheid door de vergeving van de zonden? Dat is geen hoofdkennis; dat is de kern en het merg van de wezenlijke godzaligheid. Een dwaas sterft door gebrek aan verstand, maar wie zo onderwezen wordt, kent de waarheid voor zichzelf, en de waarheid maakt hem vrij. Bid dan om op te wassen in de genade en kennis van onze Heere en Zaligmaker.

Met een hartelijke groet,
De samenstellers van jcphilpot.nl